Wijnazijn

1979-07-27
  • Jaargang 23
  • nummer 28

Er zijn gedichtenbundels die ik heel graag zou bespreken omdat de inhoud mij biezonder aanspreekt, maar die nooit, of pas na lange tijd aan bod komen.
Waarom dat zo is, kan ik niet verklaren. Misschien zijn de gedichten zo veelzeggend, dat een onbewuste schroom, ze door mijn woorden minder welsprekend te maken, mij weerhoudt.

De bundel "Wijnazijn" van Piet Los ligt ook al enige tijd op mijn schrijf tafel. Jammer, want hoe eerder U die hebt, hoe langer U ervan genieten kunt.
"Piet Los", zo staat er op de omslag, "werd in 1924 geboren te Scheveningen; na zijn opleiding voor onderwijzer, studeerde hij medicijnen aan de universiteiten van Leiden en Rotterdam. Sinds 1956 is hij als zenuwarts verbonden aan een groot psychiatrisch centrum te Utrecht."

Nu, dat de dichter zenuwarts is, blijkt wel uit sommige van de gedichten, maar het is bepaald niet zo dat het in deze bundel alleen over zijn vakwereld gaat. Er is veel meer dat deze gelovige woordkunstenaar onder woorden brengt.

Hij doet het o.a. in sonnetten, kwatrijnen en in haikku's. Deze laatste versvorm stamt uit Japan. Hij bestaat uit zeventien lettergrepen, onderverdeeld in drie regels, van resp. 5, 7 en 5 lettergrepen. In dit geserreerde bestek wordt dan een gedachte geuit die vaak een wereld van gedachten oproept. Leest U maar.

Revalidatie

Hij leert weer lopen:
die hem op handen droegen
lieten hem vallen.

En nu de dichter aan het woord in een sonnet.

Avondmaal

Ik zal met hen om ene tafel scharen
en eten 't brood en drinken van de wijn
en saam gedenken dat we broeders zijn
alsof we met de Meester samen waren.

En elders zal de Meester saamvergaren
de schapen, die van deze stal niet zijn,
de zijnen, die de onzen niet meer zijn.
Zijn herdersstaf zal hen voorgoed bewaren.

En ook zullen er velen samenkomen,
die ons gelasterd hebben en gehaat,
of die gebroken zijn door onze smaad,
en Jezus zal bij allen binnenkomen.

Maar ik zal aan een volle tafel dromen
van eenzaamheid, die niet wordt weggenomen.

Juist bij het samenzijn aan de maaltijd van de Heiland, is er de pijn om de gescheurdheid van Christus' kerk.

Stille Week

We hebben samen Hem aan 't kruis geslagen:
Hitler en Churchill en Stalin en ik.
Zijn handen beefden wel een ogenblik,
maar niemand onzer heeft Hem horen klagen.

We hebben samen Hem naar 't graf gedragen:
de dominee en ik en de pastoor.
We hadden allen 't beste met Hem voor
en zijn Hem ongelovig gaan begraven.

Drie dagen heeft Zijn lichaam er gelegen,
veilig geborgen achter zware steen.
"Het Dagblad" schreef: "Een zeer goed mens ging heen"
"De Humorist" zelfs heeft be1eefd gezwegen.

Maar na drie dagen is Hij opgestaan
en heeft geglimlacht, ... en is weggegaan.

Als je dit gedicht hebt gelezen kun je alleen maar stil zijn. Stil omdat op ontroerende wijze onze solidariteit in de schuld wordt geschetst.
Maar ook de solidariteit in het gebed, in onze afhankelijkheid van God's zegen - ook al zijn we het in veel zaken niet met elkaar eens - weet de dichter op aangrijpende wijze te zeggen.

Katholiek In De Tram

De man, die naast me in de wagen zit
bekruist zich eerst en bidt
als hij zijn brood opeet.
Ik bid en ik bekruis me niet.
Ik weet, dat God het van ons beiden ziet.
Maar 'k denk, dat Hij het weer vergeet
En als we bij Hem komen niet meer weet
wie zich bekruiste en wie niet.

Dit gedicht trof mij vooral ook omdat de dichter lid is van de Vrijgemaakte kerk (binnen verband) en wij van hen toch menen dat zij in 't algemeen weinig goeds weten te zeggen over de geloofsuitingen van andere christenen.
(Gelukkig maar dat ook deze stem mag worden gehoord.) Nu over naar het werkterrein van de dichter.

De Idioot

Hij is zo zwaar geschonden
als God heeft toegestaan.
Hij heeft geen kwaad gedaan:
Hij was te dom voor zonden.

Zo leeft hij, ongebonden,
van alle zorg ontdaan.
God heeft zijn stem verstaan
en onbevlekt bevonden.

Dit is nu echt een overrompelende uiting van dichtkunst. Van de gave om in enkele woorden, ontzaggelijk veel te zeggen.
Neem die eerste zin maar. Het probleem van het leiden, de oorzaak ervan en Gods hand er in, wordt in enkele woorden geschetst. "Niet zwaarder geschonden, dan God heeft toegestaan."
En ook die woorden: "Hij was te dom voor zonden" zeggen zoveel. Zoveel voor ons die een gezond verstand hebben en juist daardoor zo idioot gemakkelijk onszelf veel ongelukkiger kunnen maken dan deze "idioot".
Tot slot nog het kwatrijn waarmee de bundel begint.

Wijnazijn

Men deed wat water in de wijn
en vroeg: "Is dit nu wijn met water
of omgekeerd?" Ik zweeg, nu staat er
een levensgroot vat vol azijn.

Ik laat het hierbij. De bundel is een uitgave van Kok, Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief