Over de vrijheid van de kerken (3)
1979-08-10
In de veelheid van politieke partijen in ons land, neemt D 66 een eigen plaats in, als een (redelijk) alternatief.- Jaargang 23
- nummer 29
De oprichters van deze partij hadden niet de opzet om het aantal partijen in ons land met één te vermeerderen, hun idealen reikten verder. Er was in de zestiger jaren een groot onbehagen bij velen over de politieke verhoudingen in ons land, waarin wat men tegenwoordig de verzuiling noemt, zo'n belangrijke rol speelt.
Een groep ondernemende jongeren wilde de impasse doorbreken met een nieuwe, frisse beweging in een aanpak, die een soort ontploffing van de bestaande structuren zou veroorzaken.
Het streven trok brede belangstelling tot ver over onze grenzen. De beweging kreeg aanstonds bij de verkiezingen een groot aantal stemmen.
De politieke partijen hebben echter aan de indirecte uitnodiging om op één of andere wijze te ontploffen geen gehoor gegeven en het resultaat van het nobel streven is geworden dat ons land er een politieke partij bij heeft gekregen, die op zoek is naar een eigen identiteit.
Aan deze ontwikkeling" moest ik denken, toen ik dezer dagen het boekje van ds M. R. van den Berg: de gekerkerde kerk, verschenen in 1969, weer eens inzag.
Op pagina 16 trof mij de volgende passage: "De kerk waarvan ik spreek is er niet om zichzelf. Ze bedoelt dynamiet te zijn onder de bestaande kerkelijke organisatie om zo de gelovigen te bevrijden uit de bunkers waarin ze zitten opgesloten."
De schrijver beoogt dus een ontploffing van de kerkelijke structuren.
Aan de goede bedoeling van de schrijver wil ik geen moment twijfelen.
Het gaat collega Van den Berg om een vrije kerk, in doen en laten niet gehinderd door kerkelijke structuren als classis of synoden, die bindende besluiten nemen.
Het lijkt een aantrekkelijke zaak, zeker voor kerken die zoveel schade hebben geleden onder het juk van allerlei synodebesluiten, Het is dan ook te verstaan, dat de schrijver medestanders heeft gevonden, zoals op alle landelijke vergaderingen is te merken geweest.
De schrijver hoopt door een vernieuwing in de weg van "vrije kerken" tevens het kwaad van de verdeeldheid van de kerken te overwinnen.
Niet alle gedachten in dit boek ontwikkeld zijn nieuw.
In de eerste jaren na de vrijmaking, zijn er hier en daar op plaatselijk niveau samensprekingen geweest van kerkeraden van gereformeerde (syn.) en vrijgemaakte kerken, waarin een weg werd gezocht om de breuk te helen. Het is voorgekomen dat een vergelijk tot de mogelijkheden behoorde, maar als dan werd voorgesteld om zich over en weer los te maken van het kerkverband en plaatselijk tot hereniging over te gaan, liep de zaak in de regel vast.
Ook houd ik herinnering aan een gesprek met een aantal collega's, waarin de mogelijkheid om ter plaatse te komen tot één bijbelgetrouwe, evangelische kerk aan de orde kwam.
Het struikelblok bleek ook toen het kerkverband te zijn.
Je hebt dan de neiging om dat kerkverband de schuld van alle verdeeldheid te geven, maar dit is niet billijk, want de kerken kunnen zich niet zo maar losmaken van de vrijwillig aangegane verplichtingen in het kerkverband.
Een plaatselijk verenigde kerk, zou in de praktijk betekenen, dat het aantal kerken met één vermeerderde en dat was de bedoeling niet.
Wordt de zaak, die ds v.d.B. voorstaat in een bespreking rnet alle betrokken kerkeraden aan de orde gesteld, dan vrees ik dat al gauw duidelijk wordt dat de oplossing niet wordt gevonden.
Bepaald vreemd wordt het, wanneer zich ergens een vrije kerk meldt, die andere kerken uitnodigt hun organisaties te laten ontploffen en, verlost uit de bunkers, zich met alle gelovigen te melden bij de vernieuwde kerk. Afgezien van het feit dat dit toch wel wat lijkt op "de éne ware kerk", zal in de praktijk blijken, dat het streven naar vrije kerken, los van kerkelijke organisatie, de kerkelijke verdeeldheid slechts groter zal maken met het risico dat men leeft ten koste van andere kerken.
Belangrijker dan deze praktische bezwaren tegen de vrije kerk is het feit dat op grond van wat de Schrift ons leert wel zo één en ander is in te brengen tegen de gedachten over de verhouding: plaatselijke kerkverband, zoals we die in het boek van ds Van den Berg vinden.
De schrijver zelf is zeer overtuigd van de sohriftuurlijkheid van zijn inzichten, zoals kan blijken uit het volgende citaat (pg. 14) "Wie pleit voor genoemde heroriëntatie op het Nieuwe Testament, voert daarmee impliciet ook het pleit voor afschaffing van de bestaande kerkeIijke organisatie".
Het is jammer, dat die heroriëntatie op het Nieuwe Testament in het boek niet nader is aangegeven.
Het is mij opgevallen dat voorstanders van vrije kerken altijd naar het .nieuwe testament verwijzen en meerdere malen zijn we opgeroepen om terug te keren naar verhoudingen, zoals die in die eerste tijd bestonden.
Nu weet ik heel goed dat we in het Nieuwe Testament niet lezen van een kerkorganisatie met classicale vergaderingen en synoden.
Maar dit zegt heel weinig over de zaak die in geding is: de vethouding van de plaatselijke kerk tot het geheel van de christelijke kerk.
Over deze zaak is in de brieven van de apostel Paulus wel één en ander te vinden.
In het Nieuwe Testament wordt ons geleerd van de zelfstandigheid van de ambtelijk geleide gemeente in de prediking, sacraments-bediening en tucht.
Maar dit is niet het enige dat de Schrift ons leert.
In de tijd van de Vrijmaking zijn de pennen in beweging gekomen over het feit dat b.v. in de korte verklaring van Handelingen het Apostelconvent de eerste synode wordt genoemd.
Ik heb geen behoefte een nieuwe discussie hierover te beginnen, maar wijs op het feit dat er besluiten zijn genomen, die door Paulus zijn doorgegeven aan de gemeenten in Aziëa In de brieven van Paulus komen ook heel wat voorschriften voor.
In het bestek van dit artikel kan ik niet breder op deze zaak ingaan.
Graag zou ik zien, dat een broeder, die van deze dingen meer studie gemaakt heeft dan ik, de nieuwtestamentische gegevens eens op een rij zet.
Ik wil er nog eens op wijzen dat onze belijdenis overeenkomstig het bijbels onderricht zegt: Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
Die éne kerk van Christus openbaart zich en krijgt gestalte in de plaatselijke kerk en dit gegeven is van groot belang, wanneer er gesproken wordt over de zelfstandigheid van de gemeente.
Daar ik nu tot een voorlopige afsluiting van deze artikelen over de vrijheid van de kerken moet komen, maak ik aan het slot nog één opmerking. Wanneer onder ons gesproken wordt over de vrijheid van de kerk, spreken we niet naar de geest van onze tijd met zijn vrijheden, maar naar de Geest van God over de vrijheid waarin de Here Jezus Christus ons heeft gesteld.
Hij heeft ons vrijgemaakt tot de dienst van onze God en de overgave aan Christus en de Zijnen.
We zijn vrij om lief te hebben en te dienen, om de ander uitnemender te achten dan onszelf, om vele mijlen te gaan met onze broeders en zusters, om zachtmoedig te zijn, geduld te hebben en met al wat wij uit genade hebben ontvangen anderen te dienen.
Christus heeft ons bevrijd, zodat we samen met Hem en de Zijnen mogen optrekken, zijn rijk zoeken en zijn dag verwachten.
In het teken van deze vrijheid zal het samenleven van de kerken en daarom elke kerk-orde moeten staan