Lichtje

2008-11-07
  • Jaargang 52
  • nummer 22
Als God een kerkgeschiedenisboek zou schrijven, dan vraag ik me af wat er in zou staan. Misschien heel andere dingen dan die ons opvallen.
Misschien gaat het wel zo: heel fijntjes en klein.
Bijvoorbeeld over een babymeisje dat Nora heet, Arabisch voor 'Lichtje'. Ze heeft een Egyptische vader en een Nederlandse moeder. Hij uit de Koptisch Orthodoxe kerk, zij uit een Nederlands Gereformeerde kerk. Ze is hun vijfde kindje. En nu willen ze haar naar Koptisch gebruik laten dopen, dus door onderdompeling en gezalfd met heilige olie.
'Voor God maakt het niet uit hoe het is gedoopt', denkt de moeder.
En deze manier vindt ze eigenlijk nog mooier dan ze gewend is. Net zoals de eerste vier kinderen.

Toch is het deze keer anders, want dit is het eerste kindje dat niet in de Koptische kerk gedoopt zal worden. Eigenlijk zijn ze na de doop van het vierde kind nooit meer in de Koptische kerk geweest. Na vele omzwervingen hebben ze eindelijk een plekje gevonden waar ze zich als multicultureel en multikerkelijk gezin thuis voelen. Hier vallen ze nu eens niet op. Hier zijn ze gewoon, juist omdat ze van elkaar verschillen. Hier kunnen ze allemaal genieten van de dienst, kunnen ze het allemaal verstaan en meedoen. Een Christelijke Gereformeerde, internationale zendingsgemeente in Rotterdam met ruim vijftig nationaliteiten.
Zal een Koptisch Orthodoxe vriendeen priester - hun vijfde kind in die kerk kunnen dopen door onderdompeling?
Dat zal de immens grote stap vanuit de traditie voor de vader iets kunnen verzachten. De priester is verhinderd, maar de grote 'hink-stap' is in gedachten al gemaakt. En zo volgt de 'sprong': zal de Nederlands Gereformeerde opa van het meisje in die Christelijke Gereformeerde kerk de baby door onderdompeling, op de Koptische manier kunnen dopen?
Het multiculturele leiderschapsteam (voor tweederde niet Christelijk Gereformeerd van origine, maar wel bewust van de regels van het kerkverband) ziet de immense kerkelijke stap van de vader en stemt met liefde in.
'God zal ons niet vragen of we als kind zijn gedoopt, en zo ja, hoe dan. Niet dat het niet meer uitmaakt, want God kent onze gedachten.
Maar wel zal Hij ons vragen: hoe ben je met die broeder of zuster omgegaan, die er anders over dacht? Heb je hem de ruimte gegeven, die jij zelf ook verlangde? Heb je hem gerespecteerd, zoals hij jou hoogachtte?' Al deze gedachten flitsen
door het hoofd van de moeder.

Misschien is het doordat het mijn eigen kindje, mijn eigen man en mijn eigen vader betrof. Maar ergens heb ik het gevoel dat God op die 23ste juni 2008 kleine Kerkgeschiedenis heeft geschreven. In een met water gevuld wijnvat werd ze gedoopt, onze Nora. Een Nederlands Gereformeerde predikant bediende het sacrament in een Christelijke Gereformeerde Kerk op de Koptisch Orthodoxe manier. Wonden verbonden met kleine fijne pleisters. Het vlijmscherpe mes van menselijke grenzen, verbroken door Gods Geest van liefde! (Ef. 3:16-19). Kleine Kerkgeschiedenis met een grote K, een Lichtje in de duisternis van Rotterdam.

Annet Shawki

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief