JEREMIA

1979-08-10
  • Jaargang 23
  • nummer 29
Dubbele bodem
Die conclusie klopt niet, zegt iemand. Want het Nieuwe Testament zegt, dat de belofte van het nieuwe verbond wel vervuld is in Christus. Het is het nieuwe verbond in zijn bloed. En wij behoren tot dat verbond.
Dat is inderdaad waar. Maar dat wil nog niet zeggen, dat die belofte nu al volledig vervuld is. Het verbond met Israël is nl. nog niet gerealiseerd. Het behoort bij het karakter van profetie, dat ze een dubbele bodem kan hebben en meer dan eens vervuld kan worden. Denkt u maar eens aan de bekende Immanuël-profetie van Jes. 7: zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren. De aanvankelijke vervulling van deze profetie vond plaats in de dagen van Jesaja en Achaz zelf. Anders zou er geen sprake kunnen zijn van een teken voor koning Achez. Maar de volkomen en definitieve vervulling van deze profetie kwam pas bij de geboorte van Christus (Matth. 1 : 23).
We kunnen ook denken aan tal van profetieën aangaande het optreden en werk van Christus. Die profetieën kregen hun gedeeltelijke vervulling tijdens Christus' leven en werken.
Maar er bevinden zich ook aspecten in (zoals bv. zijn koningschap en zijn gerichtsoefening) die nog vervuld moeten worden bij zijn tweede komst.
Iets dergelijks is het geval met Jer. 3l.
De belofte van het nieuwe verbond werd aanvankelijk en gedeeltelijk vervuld, toen Christus het oprichtte en sprak over zijn bloed als het bloed van het nieuwe verbond. En alle nieuwtestamentische gelovigen moge tot dit verbond behoren. Maar de uiteindelijke vervulling van deze belofte, waarbij het volk Israël in dat verbond wordt opgenomen, moet nog komen.
Dat dit gebeuren zal, is te danken aan de trouw van Jahweh en niet aan het volk. Dat volk is ontrouw. Ontrouw is typerend voor de geschiedenis van Israël. Israëls geschiedenis is een geschiedenis van ontrouw en van het verbreken van Gods verbond. Dat was ook zo' in Jeremia's dagen. En daarover kwam Gods oordeel. Later heeft Israël het zo bont gemaakt, dat het zelfs de Messias, Christus, verwierp.
Daardoor heeft het zichzelf afgesneden van het deelgenootschap aan het nieuwe verbond dat Christus oprichtte. Zo ligt het nu al eeuwen lang.
Maar toch schuift God dat volk, hoe groot zijn zonden ook zijn en hoe zwaar Gods oordeel erover ook, nooit voorgoed aan de kant. Zijn binding aan Israël is onverbrekelijker dan de kringloop van zon en maan en sterren (vss. 35, 36). De wisseling van dag en nacht gaat onafgebroken door. Die ligt onwrikbaar vast. Maar die regelmaat zou Ik nog· eerder in de war schoppen, zegt de HERE, dan de verbinding met Israël doorsnijden.
Mijn band met Israël is onverbrekelijker dan het vaste patroon van zon en maan, Die wisseling van dag en nacht bestaat nog steeds. Dat wil' zeggen dat ook de binding van Jahweh aan Israël nog steeds bestaat. De HERE voelt zich nog steeds op dat volk betrokken.
Het is nog steeds zijn volk.
De Israëli's in Palestina maar ook de Joden in Rusland en Nederland en Amerika staan nog steeds in een bijzondere relatie tot Hem.
De vss. 35-37 laten daarover geen twijfel bestaan. Israël heeft zich wel zeer hardnekkig tegen Jahweh verzet.
Het heeft Hem gekrenkt en zijn liefde afgewezen. En toch zal Ik bet nageslacht van Israël daar niet om verwerpen, zegt Hij. Nog eerder zal iemand de hemel kunnen meten dan dat Ik Israël verwerp. Aan mijn oordeel over Israël komt een keer een eind.

Ingeënte takken
God heeft nog heel wat voor zijn volk in petto. Er komt een moment waarop Ik heel dat zwarte verleden van mijn volk aan de kant zal schuiven. Dan zal Ik hun ongerechtigheid (want dat was het) vergeven en hun zonde niet meer gedenken. Dan zal Ik met het huis van Israël en van Juda een nieuw verbond sluiten.
Dat is de. uiteindelijke vervulling van Jeremia's profetie. En die zal nog komen.
Intussen is er al wel een begin gemaakt met de vervulling van deze profetie. Christus is gekomen en heeft het nieuwe verbond opgericht. Vandaag leven we eigenlijk in een soort interim-periode. Het nieuwe verbond is al wel van stapel gelopen. Maar heel het volk Israël maakt er nog geen deel van uit: Tijdens die interim-periode bestaat er voor mensen uit andere volken de mogelijkheid om opgenomen te worden in dat nieuwe verbond. Dat is het beeld dat Paulus tekent in Rom. 11. Op een gegeven moment worden in Gods oordeel de natuurlijke takken van de olijfboom weggebroken . vanwege hun ongeloof. Dan begint de periode waarin de wilde takken worden ingeënt. Die wilde takken zijn de gelovigen uit de. heidenen, uit de andere volken. Dat zijn wij. Maar er komt een moment waarop ook de weggebroken takken weer zullen worden ingeënt. En in dat verband citeert Paulus dan Jer. 31: dat is mijn verbond met Israël, wan eet Ik hun zonden wegneem.
Ook Israël zal als volk nog deel gaan uitmaken van het nieuwe verbond.
Dat mogen we nog verwachten, omdat God getrouw is aan zijn eens gegeven woord. Het zal opgenomen worden in datzelfde nieuwe verbond waartoe wij vandaag al mogen behoren.

Verbond van de Geest
Een verbond is een vorm waarin een verhouding wordt vastgelegd en gestalte krijgt. In het Oude Testament werd de verhouding tussen de HERE en het volk Israël vastgelegd in de Tien Woorden van het verbond, geschreven op stenen tafelen en uitgewerkt in de mozaïsche wetten. Anders gezegd: de verhouding tot de HERE was heel nauw verbonden aan tal van voorschriften en regels. Zo waren er voorschriften met betrekking tot het dagelijkse leven, maar ook ten aanzien van offers en reinigingen en feestdagen en het heiligdom. Wie zijn verhouding tot de HERE zuiver wilde houden, moest deze voorschriften naleven.
In het nieuwe verbond is dat anders.
Daar wordt de verhouding tot de HERE niet bepaald door een groot aantal voorschriften en regels, die van buitenaf naar de mens toekomen et: zijn leven van buitenaf gestalte geven. Hebt u er wel eens op gelet, dat er bij de oprichting van het nieuwe verbond geen verbondsstatuut wordt afgekondigd? Dat was bij het oude verbond wel het geval. Op de Sinaï werd het verbondscontract door de HERE afgekondigd. En kort daarna las Mozes het volk het verbondsboek voor (Ex. 24: 7, 8). Maar als de Here Jezus het nieuwe verbond instelt en zegt: “dit is het bloed van het nieuwe verbond", is er geen spoor van een verbondscontract of van een verbondsboek en kondigt Hij geen regels af. Maar dat zou je toch wel verwachten als er een verbond gesloten wordt.
Waarom gebeurt dat hier niet? Waarom maakt de Here Jezus geen verbondsstatuut bekend? Omdat het nieuwe verbond anders van karakter is dan het oude. Het is het verbond van de Geest, zegt Paulus in 2 Cor. 3. In dit verbond is het de Geest die de verhouding tot God bepaalt, niet van buiten af, maar van binnen uit.
Daarom kondigt Jezus geen verbondsstatuut af en geeft Hij oe discipelen niet een pakket regels en voorschriften en verordeningen in handen. Dat is niet nodig. Want Hij zal zijn Geest zenden. Die zal hen in alle waarheid leiden, zodat ze God zullen kennen.
God kennen is een vertrouwelijke relatie, vertrouwelijke omgang met Hem hebben. Dat krijg je niet door regels van buitenaf, maar door de Geest die woning maakt in je hart.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief