Zo was het (30)

1979-08-17
  • Jaargang 23
  • nummer 30
In het vorige praatje heb ik trachten aan te tonen, dat er in de Schrift sprake is van Gods berouw. Echt berouw. We moeten maar laten staan wat er staat. De HERE houdt Zijn beloften. We kunnen op Hem aan.
Hij kan niet liegen. Maar als Gods kinderen “liegen", d.w.z. niet beantwoorden aan hun bestemming, dan berouwt het Hem, dat Hij hen in dienst heeft genomen. Zo berouwde het de HERE, dat Hij Saul koning had gemaakt. En dat aan Eli en zijn huis een blijvend priesterschap beloofd was. God wilde Zijn belofte wel houden, maar de zonen van Eli verspeelden hun "recht" op het priesterschap. God reageert op het doen en laten van Zijn volk. Zo was dat onder het O.T., maar zo is het nog met ons. Nog is het waar, wat er staat geschreven: "Die Mij eren zal Ik eren, maar wie Mij verachten zullen licht geacht worden". Het komt er nog wel degelijk op aan hoe wij leven. Allen die het Evangelie geloven mogen weten, dat zij behoren tot het "uitverkoren geslacht". Maar als zij hun roeping en verkiezing niet veilig stellen door een leven in de vrees voor de HERE, dan zullen ze buiten geworpen worden. Als werkers van ongerechtigheid. Alleen als we de goede strijd hebben gestreden is voor ons weggelegd de krans der gerechtigheid.
In m'n bezigheid als pastor heb ik wie weet hoe vaak gehoord: "God moet het doen". Hij moet ons het geloof geven en Hij moet ons leven vernieuwen en Hij moet ons zalig maken. Waarmee men wilde zeggen: Wij kunnen tot onze zaligheid niets toe- of afdoen.
Dat klinkt wel erg vroom. En het kan ook wel goed worden verstaan. Als wij onze natuur volgen komt er van onze zaligheid niets terecht. Want in ons, zoals wij van natuur zijn, woont niets goeds. Op catechisatie werd ons verteld, dat Klaas Kuipinga in de dagen der Afscheiding aan ds Hendrik de Cock zei: "Als ik één zucht tot m'n zaligheid moest toedoen, dan ging ik voor eeuwig verloren". Als dat bedoeld is in de zin van: In m'n oude natuur is geen goeds, dan is het waar. Maar het kan ook worden misverstaan als betuiging van lijdelijkheid: God moet alles doen en wij hoeven niets te doen. Want dat is niet waar.
Vrij veel mensen heb ik ontmoet, die zich van het Evangelie af maakten met de verklaring: Wij kunnen niets doen, God moet het doen! Wat men met dat "het" bedoelde was niet altijd duidelijk. Sommigen dachten, dat zij zelf helemaal niets konden doen en ook niet hoefden doen. Anderen beweerden, dat zij er niets aan af of toe konden doen, dat ze werden wedergeboren. Een mens moest toch maar wedergeboren worden en daarop moest hij maar wachten. Dát was volgens hen een onomstotelijke waarheid. Watik bestreed. En wat ik probeerde aan te tonen uit Joh. 3: Het gesprek van de Here Jezus met Nicodemus. Daar verzekert de Heiland deze Schriftgeleerde, dat niemand, dus ook hij niet, het Koninkrijk Gods kan binnengaan, zonder wedergeboorte. Die is pus noodzakelijk.
Maar aan Nicodemus wordt ook de weg gewezen, die hij te gaan heeft.
Hij moet immers tot nieuw leven komen "uit water en Geest". D.w.z. hij moet zich laten dopen met water door Johannes de Doper. Met tollenaren en hoeren. En zich door Johannes laten wijzen tot de Christus, die zal dopen met de Heilige Geest. Als hij dat advies niet weerstaat, maar zich laat raden dan zal hij zó, door geloof in de Zoon van God, het nieuwe leven ontvangen. Want wie in Hem gelooft heeft eeuwig leven. Is uit de dood in het leven overgegaan. Maar dan moet hij niet doen als sommige Farizeeën. Die verwierpen Gods advies, want zij lieten zich door Johannes niet dopen. Zo staat het in Lukas 7 : 30. Of Nicodemus dus ook iets moest doen. Trouwens als hij door het geloof in Christus tot nieuw leven IS gekomen dan heeft hij in z'n leven nog heel veel moeten doen. Evenals wij ellen.
Jezus heeft z'n apostelen de wereld in gezonden met de opdracht: "Predikt het Evangelie aan alle. volken". Wie de Blijde Boodschap gelooft, is overgegaan tot een nieuw leven. Maar dan geldt voor hem nog dé opdracht, te onderhouden alles wat de Here geboden heeft! Dat heeft de Heiland der wereld immers zijn gezanten laten verkondigen. Als we geloven in Jezus Christus dan zijn we, aanvankelijk, gered. Maar dan zijn we nog niet aan het einde van de weg der zaligheid gekomen. We komen er wel, als we volharden tot het einde; maar we zijn er dan nog niet.
Laten we maar eens denken aan 11 Petrus 1 : 5 vv: "Maar voegt bij uw geloof, met betoon van alle ijver, deugd, bij de deugd kennis, bij de kennis zelfbeheersing, bij de zelfbeheersing volharding, bij de volharding godsvrucht, bij de godsvrucht broeder- en zusterliefde, en daarbij liefde jegens alIen". De Schriften zijn er vol van, dat we ijverig hebben te zijn in goede werken. Dat we mogen en moeten jagen naar de heiligmaking. Dat we onze redding moeten bewerken met heilige zorgvuldigheid. Dat zullen we allen wel weten. Een andere vraag is of we het ook doen. Dáár komt het op aan. Want niet ieder, die zegt: "Here, Here", zal ingaan in het Koninkrijk Gods. Maar wie doet de wil van de hemelse Vader. Werkers van ongerechtigheid zullen uitgeworpen worden. / Toen ik in 1928 begon met m'n werk heb ik vermoedelijk niet veel nadruk gelegd op goede werken. In de kring waarin ik ben opgevoed werden die woorden niet vaak, genoemd. En m'n catecheet heeft ons bij mijn weten nooit aangespoord om ijverig te zijn in allerlei goed werk. Dat woord was een beetje verdacht. Er zat een rooms luchtje aan. Was het niet een weinig remonstrants? Toen ik in de loop der jaren leerde inzien, dat we niet alleen het Evangelie moesten geloven, maar ook naar aanwijzing daarvan moesten leven, heb ik regelmatig aangedrongen om "naarstig" eigen zaligheid te werken. Dat viel niet bij alle hoorders in de smaak. Soms liet men mij merken, dat men dit wel een weinig remonstrants vond! Dat doet me denken aan een verhaal, dat mij eens verteld is.
Er was eens een oude broeder, die z'n einde voelde naderen. Hij verdeelde een en ander onder z'n kinderen. Aan de oudste zoon overhandigde hij de grote Statenbijbel. En wel met deze woorden: Sommige teksten heb ik rood aangestreept, daarmee moet je een beetje voorzichtig zijn. Ze klinken wat remonstrants! - Hij zal wel teksten bedoeld hebben als: "Werkt uw eigen redding ... " en zo vele andere.
Luther moet eens gezegd hebben, dat goede werken schadelijk zijn voor de zaligheid. Die "grote man" heeft wel meer dwaasheden uitgesproken.
Maar zulke uitspraken hebben wel invloed gehad in de kerkgeschiedenis.
Nu was die praat van Luther wel te begrijpen. Hij was meer dan zat van allerlei roomse goede werken, waarmee hij zich had afgetobd. In de strijd tegen Rome gleed hij wat uit naar de andere kant. Zo gaat dat meestal met een kerkelijke strijd. Maar dat was nog geen reden voor luthersen èn gereformeerden om de reformator daarin te volgen! Helaas hebben ze dat wel gedaan. In de loop der jaren heb ik opgemerkt dat de minst goede uitspraken van voorgangers door de volgelingen het best worden onthouden.
Het zou wel goed geweest zijn, dunkt mij, als niet alle woorden, uit de mond van een groot man gevloeid, voor het nageslacht waren opgetekend.
Mijn ervaring is, dat heel de gereformeerde gezindte - wat dat dan ook mag zijn - doordrongen is van de waarheid, dat de menselijke natuur verdorven is. En dat gelovigen hun leven lang met zwakheden en gebreken hebben te strijden. Bij hele generaties is er in gehámerd: wij zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. En: ook onze beste werken zijn onvolkomen en met zonde bevlekt. Wat is mij vaak toegevoegd, als ik aandrong op een leven naar aanwijzing van het Evangelie: Maar dominee, we zijn toch slecht? Als ik dan vroeg naar een bepaalde slechtigheid, dan bleef menigeen het antwoord schuldig. Maar men bleef er bij: we zijn ontaard slecht. Soms werd iemand kwaad als ik op een of ander gebrek wees. Mogelijk vraagt iemand of ik het er dan niet mee eens ben, dat de menselijke natuur verdorven is? Dus ook de natuur van ons gelovigen? Zeker, daarmee ben ik het eens. Al vraag ik mij wel eens af, of het accent dat hierop gelegd wordt niet wat al te zwaar is. Ook twijfel ik wel eens of ieder werkelijk overtuigd is, dat al z'n béste werken met zonde bevlekt zijn. Moet elk christen belijden, dat hij tegen alle geboden Gods zwaar gezondigd heeft en geen daarvan gehouden? Al zou dit zo zijn, dan ben ik overtuigd, dat op belijdenis van schuld, de HERE mild en overvloedig vergeeft. Een moordenaar aan het kruis kwam ook met de Here Jezus in het paradijs. Maar mogen we nooit eens zeggen, dat we gehoorzaam zijn geweest? Doen we nooit iets helemaal goed? Zodat we dat voor God kunnen verantwoorden? Laat 'ieder daarover maar eens nadenken. We kunnen ons ook sommige "waarheden" laten aanpraten.
Van de "oude mens" zal ik geen goeds zeggen. Maar er is toch ook een "nieuwe mens"? In Christus? En daarvan worden in de Schrift toch heerlijke dingen gezegd? In Christus zijn we "dood voor de zonde, levend voor God". Uit kracht van Gods genade doden we de leden, die op aarde zijn. En staan we op tot een nieuw leven. En zoeken we wat boven is, waar Christus is en niet wat beneden in deze zondige wereld is. Als het goed is dan jagen we naar de heiligmaking. En doen we ons best, niet maar hoorders van het woord te zijn, maar daders. Als we dat niet doen moeten we dat ook maar bekennen. Doch als we het wèl doen, dan mag dat toch geweten worden? En bij gelegenheid ook wel eens gezegd worden?
Natuurlijk niet om in ons zelf te roemen. Wat hebben we dat. we niet ontvangen hebben? Maar wel tot roem van Gods genade. Tot roem van Hem, die Zijn kracht door onze zwakheid heen tot ontplooiing brengt.
Het is soms alsof men denkt: hoe meer kwaad wij van ons zelf zeggen, hoe meer God geprezen wordt. Men mag zich wel eens afvragen of dat waar is. Naar mijn overtuiging is het niet waar. Is Gods genade dan zó onmachtig, dat zij geen goeds in ons leven bewerkt? Is de Heilige Geest, de Geest van Jezus Christus dan zo zwak, dat Hij in ons leven weinig of niets kan veranderen? Dat zou niet tot Gods eer zijn. Want laten wij het wel bedenken: Wat God doet in ons leven, dat doet Hij dóór ons. Wij worden door Hem ingeschakeld. Alle eer komt aan God toe, voor alle goeds, dat in ons leven voorkomt. Hij werkt "het willen en het werken tot roem van Zijn heilswil". Maar dat doet Hij zo, dat "wij onze zaligheid bewerken met heilige zorgvuldigheid". En als wij dat niet willen en dat niet doen, dan gebeurt het niet.
Als ouders of onderwijzers altijd maar zeggen, aan een leerling: Jij maakt er weer niks van. Jij bent weer aan het knoeien. Wat moet er van jou terecht komen! Dan werkt dat de ijver niet in de hand. Allicht gaat zo'n leerling denken: Als ik er dan toch niets van terecht breng, dan zál ik er ook niks van maken. Zou dat gevaar ook niet aanwezig zijn als aan de "beminde gelovigen" altijd maar wordt voorgehouden: Wij zijn slecht, wij zijn zwak enz. enz.
Ik heb in zulke zware kringen zelden een blijmoedig, kinderlijk geloof gevonden. En niet vaak een "onderhouden van alles wat Christus ons geboden heeft". Dat werd in die kringen ook soms grif erkend. Men had wel z'n beste ogenblikken in "heilig eenzaam met God gemeenzaam".
Maar in wat men noemde het natuurlijke leven ging men veelal zijn gang.
Dat eenzijdig benadrukken van onze verdorvenheid en anderzijds weinig nadruk leggen op de triumf der genade, heeft als ik het wel heb de duivel in de kaart gespeeld. We moeten altijd op onze hoede zijn voor eenzijdigheden.
Laten we wel bedenken, dat God alles doet voor onze zaligheid of redding. Maar tevens, dat wij zelf onze redding moeten bewerken.
Als iemand vraagt: moet hoe zit dat dan met de verhouding van Gods werk en ons werk? Dat is dunkt mij een geheim; een raadsel. Wie zal het doen van de Heilige Geest narekenen? Dat kunnen wij met de wind al niet.
Er zijn dunkt mij vier mogelijkheden (om er toch iets van te zeggen):

1. God doet alles, wij niet. Dus totale lijdelijkheid.
2. God eist alleen, wij doen alles uit ons zelf. Pure humaniteit.
3. God doet een deel, zoveel % en wij de rest. Zo is het ook niet.
4. God doet alles. Alle roem komt hem alleen toe. Hij werkt alles 100%.
Maar wij doen alles in volstrekte afhankelijkheid van de HERE.
Zo staat het m.i. in de bekende tekst: "Werkt uw eigen redding met vrees en beving; want het is God die werkt het willen en het werken tot roem van Zijn heilswil" .
Mogelijk om eens over na te denken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief