Nedergedaald uit de hemel
1980-02-15
"Zij die de Apostel volgen, de Ongeletterde Profeet, die ze in hun eigen Schrift vinden, in de Torah en het Evangeliewant hij gebiedt hun wat rechtvaardig is en verbiedt wat boos is..."- Jaargang 24
- nummer 7
Soera 7 vers 157
Dat dit waarlijk het woord is van een geëerd Apostel. Het is niet het woord van een dichter ... Ook is het niet het woord van een waarzegger... Dit is een Boodschap nedergezonden van de Heer der Werelden."
Soera 69 vers 38-43
Scherven, palmstengels, stukken leer, schouderbladen van kamelen en platte stenen. Dat zijn, volgens de Islamitische overlevering, de materialen waarop in eerste instantie de woorden van Mohammeds openbaring zijn opgetekend. Volgens diezelfde overlevering was Mohammed een man die noch lezen noch schrijven kon: hij was immers de "Ongeletterde Profeet".
Hij en zijn volgelingen reciteerden de tekst en griften daarna de woorden van Allah in hun geheugen; toen het aantal openbaringen echter toenam - de Koran is bijna zo lang als ons Nieuwe Testament werden bovengenoemde, onwaarschijnlijke, materialen gebruikt. Er kwam een aantal series uitspraken en openbaringen zodoende in roulatie.
In het jaar 650 wordt het voor de derde Kalief, 'Uthman, nodig om de definitieve "canon" op te stellen. In de strijd tussen rivaliserende groepen gelovigen spelen vragen rond de "geautoriseerde versie" van de Koran een rol. 'Uthman laat door een commissie de juiste tekst opstellen en geeft vervolgend opdracht om alle andere teksten te verbranden. Naar de vier hoofdsteden van het kaliefenrijk, Mekka, Damascus, Kufa en Basra, wordt deze officiële tekst gestuurd, die door de meeste moslims aanvaard wordt; er is echter een groep "dissidenten".
De Koran, zoals we die sindsdien kennen, bestaat uit 114 Soera's, hoofdstukken.
Bij elkaar gaat het om zo'n 6200 verzen. Het is - in elk geval voor "buitenstaanders" - een langdradig boek vol met ein-de-lo-ze herha-Iingen! Bovendien is het moeilijk om een juiste chronologische lijn te vinden. De lezer die voor het eerst de Koran gaat lezen kan zeer gemakkelijk ontmoedigd worden! Daarom een aantal notities vooraf; daarna aandacht voor de inhoud van het boek.
Omdat ook de eerste "redacteuren" niet meer precies de juiste chronologie konden achterhalen, heeft men simpel de langste Soera's vooraan gzet. Het boek is in zijn geheel aan één man geopenbaard, in een tijdsbestek van ongeveer 20 jaar. Het is - voor een deel - mogelijk om deze versohiîlende openbaringen te dateren. Sommige ervan stammen onmiskenbaar uit de tijd vóór Mohammeds vlucht; het gaat daar voor een groot deel om "apologie", verdediging van Mohammeds visie tegenover de heidense medebewoners van Mekka. Een aantal andere Soera's is duidelijk uit Mohammeds periode te Medina afkomstig. Wie nog nauwkeuriger wil onderschei:den kan uit de voeten met termen als "Vroeg-mekkaanse", "Midden-mekkaanse", "Laat-mekkaanse" en "Medinensische teksten"...
Het probleem van de juiste relatie tot Mohammeds leven blijft veelal bestaan; vandaar dus die simpele inleiding: de langste vooraan.
In de vroege openbaringen overheerst het apologetisch element. Mohammed werd, kunnen we concluderen, door zijn stadgenoten niet serieus genomen.
Hij was "een dichter" (3 : 34-37), "een waarzegger" (zie boven), een bezetene (68 : 2), "een waanzinnige" (68 : 2), "een magiër" (10: 2) een door anderen geholpen bedrieger (16: 103; 25 : 4). In zijn verdediging wijst hij op het feit dat "geen enkel profeet in zijn eigen stad eer ontving". Hij illustreert zijn stelling door te verwijzen naar een aantal Bijbelse en buitenbijbelse figuren.
Als hij moet verantwoorden dat hij geen wonderen verricht, is zijn argument dat de Koran zèlf het grote wonder is. "Deze Koran is niet zodanig dat hij door iemand anders dan God zelf vervaardigd kan worden... Of zeggen ze "Hij heeft hem zelf bedacht"? Zeg: "Breng een Soera die hieraan gelijk kan zijn en roep iedereen die helpen kan te hulp, behalve God, opdat blijken mag dat ge waarheid spreekt." (10 : 37, 38). "Maar nu de Waarheid van Ons tot hen gekomen is, zeggen ze "waarom zijn geen tekenen tot hem gezonden, zoals vroeger tot Mozes?" ... Zeg: "Brengt gij dan een Boek van God dat een betere Gids is ... (28 : 48, 49).
Is de Koran dus apologetisch van aard, zeker is het ook een polemisch boek, dat zich duidelijk tegen de "ongelovigen" keert. (Zijn dat in de vroege gedeelten met name de afgodendienaars te Mekka, later sluit die benaming ook de Joden en Christenen in.)
We vinden in de Koran verschillende soorten gegevens. Zo vinden we er wetten, die bijvoorbeeld handelen over het huwelijk, echtscheiding, toegestaan voedsel (o.a. geen alcohol, 5: 93), enzovoort. Een groot aantal passages handelt ook over Bijbelse personen, met name hen die in de Vijf Boeken van Mozes voorkomen.
De voornaamste thema's zijn echter de volgende:
- de eenheid, grootheid en transcendentie van Allah.
- de ernst en onontkoombaarheid van de Opstanding uit de doden en het Laatste Oordeel.
Voordat we deze beide Grote Thema's - volgende week - nader uitwerken, graag uw aandacht voor de wijze waarop de Koran Bijbelse gegevens verwerkt. Zoals al gezegd, komen met name figuren uit de Pentateuch naar voren. Naast Adam en zijn vrouw (niet bij naam genoemd), Kaïn en Abel, Idris, d.w.z. Henoch, Noach, Abraham, Lot, Ismaël en Izaäk, Jakob, Jozef, Mozes en Aäron, komen we tegen: Saul, David, Goliat, Salomo, Elia, Job en Jona. Van de Nieuwtestamentische personen vermelden we Zacharias, Johannes de Doper, Maria en Jezus (Issa). Veel van wat we over hen lezen komt ons (zeker vaag) bekend voor; geen enkel bericht over hen is echter woordelijk gelijk aan wat de Bijbel over hen zegt. Soms lijkt een bepaald gegeven uit de rabbijnse literatuur te komen, of uit de apocriefe evangeliën. In een aantal gevallen is - wat de herkomst ook zijn mag - de Bijbelse inhoud pertinent ànders dan wat de Koran vertelt! We vermelden wat voorbeelden: van zowel afwijkingen van als "aanvullingen" op de Oud- of Nieuwtestamentische tekst:
- De engelen moeten van Allah zich voor Adam neerbuigen. Allen doen dat, behalve Iblis, de Satan (Soera 2 : 32; 15 : 26-44). Hij voelt zich boven Adam verheven; deze is immers uit donkere klei ontstaan, terwijl Iblis gemaakt is uit "het vuur van verzengende winden".
- Als Kaïn Abel doodt, graaft een raaf een kuil voor Abels graf (5: 34).
- Noachs vrouwen een van zijn zonen zijn ongelovig; ze komen bij de Zondvloed om. (11 : 42-46; 66 : 10)
- Abraham breekt alle afgodsbeelden in zijn vaderstad. Als zijn stadgenoten hem willen doden, wordt zijn leven door Allah bescherm. (21: 58-71) . Als hij om vergeving voor zijn afgodische vader vraagt, wordt dat met verhoord. Ook is het voor moslims niet navolgenswaard. (6: 74; 9 : 113,114).
- met zijn zoon Ismaël bouwt hij de Kaäba, het heiligdom te Mekka. (2 : 125-127). Ook is het Ismaël die hij bijna offert - met Izaäk, (27 : 103 - interpretatie van de commentatoren: de Koran zegt het niet expliciet.) - Als bewijs van de mogelijkheid van een opstanding uit de doden,moet Abraham vier vogels in elk vier stukken snijden en op verschillende bergtoppen leggen. Op Allah's bevel zullen ze - als intacte vogelsnaar hem toe komen vliegen. (2 : 260).
- Mozes verricht zijn wonderen aan het hof van Farao, waarna de wijzen aan diens bof allen tot geloof in Mozes' God komen. Dit tot woede van de koning die hen allen wil laten doden. Allah grijpt echter in.
(20 : 70-73; 26 : 46-52).
- Als Mozes op de rots slaat, ontstaan 12 bronnen, één voor elke stam van Israël (2 : 60; 7 : 160).
- Als het volk in de woestijn de Sabbath niet houdt, verandert Allah een aantal weerspannigen in apen! (2 : 65; 7 : 166).
- Saul/Talut moet als koning strijden tegen Goliath en diens leger. In een riviertje waar hij langs komt laat hij zijn soldaten drinken. Wie niet drinkt öf het water met de hand schept zal met bern mogen gaan. Een kleine groep blijft over die welgemoed op de vijand aftrekt. Allah geeft door David de overwinning. (2 : 249-251).
- Salomo bouwt de tempel met behulp van de djinns (de geesten/demonen). Als hij sterft, weten zijn dienstknechten dat niet; pas als - na lange tijd - een worm de staf doorknaagt, waarop de koning nog steeds rust, stort hij ter aarde en merken de djinns dat hun heer gestorven is. (37 : 13, 14).
- Job heeft in zijn pijn en moeite gezworen zijn vrouw duchtig te zullen slaan. (ze was hem geen steun in zijn gelooft) Als hij weer hersteld is, moet hij zijn gelofte houden. Hij vraagt aan Allah om toestemming zijn gelofte anders te mogen "interpreteren". Volgens één versie slaat hij haar niet met een stok, maar met een bundel gras. Volgens een andere zou hij haar 100 slagen met een twijg geven. Hij vraagt, en krijgt, toestemming haar één keer te slaan met een grote bundel, bestaand uit 100 twijgen! (38 : 42-44).
- Zacharias hoort van de engel dat hij 3 dagen (en 3 nachten) niet zal kunnen spreken. (3 : 41; 19 : 10). In de Bijhel lijkt een veel langere periode gesuggereerd.
- Maria heet "de dochter van Imran/Amran" en "zuster van Aäron" (10 : 28). (Mijn Koran-met-kanttekeningen zegt hiervan: "Aäron, Mozes' broer was de eerste in de lijn van het Israëlitische priesterschap. Maria en haar nicht Elisabeth ... kwamen uit een priesterlijke familie en waren derhalve "zusters van Aäron" of "dochters van Imran"). Christenen en Joden hebben op dit punt vaak Mohammed gebrek aan Bijbelkennis verweten ...
- Maria heeft intense pijn, als ze Issa baart. "En de weeën bij de geboorte dreven haar naar de stam van een palmboom; in haar moeite riep ze uit: ,,O, was ik maar gestorven vóór dezen! Was ik maar geworden tot iets dat vergeten en uit het gezicht verloren was." Maar een stem sprak tot haar van onder de (palm)boom: treur niet, want uw Heer heeft een beekje onder uw voeten doen komen. En schud de stam van de boom tegen u aan: deze zal verse dadels op u laten vallen ... (19 : 23-25).
- De mensen die haar kenden waren verwonderd baar kind te zien. In reactie op hun vraag of ze onkuis geweest was, wees ze op de baby. "Ze zeiden: Hoe kunnen we tot een kind spreken dat nog in de wieg ligt?" Hij zei: "Ik ben waarlijk een dienstknecht van God. Hij heeft me openbaring gegeven en me tot een profeet gemaakt... " (19: 29, 30).
- Jezus maakt uit klei een vogel, die door Allah's wondermacht tot leven komt en wegvliegt. (5 : 113).
- Allah stuurt aan Jezus en zijn volgdingen 'een tafel neer, die een feestmaal bevat (5 : 115~118). (Een soort versie van het Avondmaal")
Het valt ongetwijfeld te argumenteren dat deze aanvullingen c.q. wijzigingen marginaal zijn. Hoewel inderdaad niet kan worden ontkend dat de kern van de Koran èlders ligt, geven bovenvermeide teksten wel een zeker beeld hoe de Profeet met de Boodschap van Oude en Nieuwe Testament is omgegaan. Juist omdat de Islam de meest "mechanische" vorm van inspiratie die maar denkbaar is, belijdt, zegt dat wel over Allah's openbaring! De Koran is tenslotte, volgens Moslims, woordelijk aan Mohammed gegeven. Het is waarlijk "nedergedaald uit de hemel", waar het Goddelijke Prototype bestaat: Het sluitstuk van openbaring. (3 : 7; 11 : 13; 13 : 38, 39). Omdat Mohammed de "Zegel der Profeten" is (33 : 40), moeten alle eraan voorafgegane openbaring door de Koran bevestigd worden. Gebeurt dat niet, des te erger voor de Bijhelse gegevens. Joden en/of Christenen hebben dan de tekst verdraaid ...
Genoeg wat betreft deze zaak. De Koran is een complex boek, waarover je niet in zo kort bestek alles zeggen kan. Daarom willen we hierna achtereenvolgens bespreken: de kernthema's van de Koran, de plaats van Jezus en de visie op Joden en Christenen, zoals die in de Moslim Schrift tot ons komt.
Literatuur:
Jomier. Bijbel en Koran. Romein, Roermond (antiq.). Een prettig leesbaar boekje. ± 120 pp.
Attema. De Koran. Deeltje van de zgn. "Boeket reeks" van Kok. (Ook niet meer verkrijgbaar.) Nuttige, zij het wat droge stof.