De nacht der girondijnen

1980-02-15
  • Jaargang 24
  • nummer 7
De eerste druk verscheen in 1957 als geschenk in de Boekenweek: wie voor f 4,50 (!) aan boeken kocht, kreeg dit werkje gratis. De schrijver was J. Presser, historicus van Joodse afkomst, en vooral bekend om zijn werk "Ondergang" over de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom in de jaren 1940-1945. Hij schreef ook een dichtbundel: "Orpheus en Ahasverus".

Korte inhoud
De hoofdpersoon, Henriques, 27 jaar, leraar geschiedenis aanvaardt uit zelfbehoud een baan in Westerbork, in het kamp waar de Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verzameld en vanwaar zij per treft!. naar Auschwitz, later naar Sobibor, werden vervoerd. Henriques wordt lid van de ordedienst, de "Joodse SS", en moet o.a. helpen bij de organisatie van transporten; hij doet dat om zo zelf te kunnen overleven. Hij staat onder sterke invloed van Cohn, de machtigste Jood van het kamp, hij zakt moreel steeds dieper, zet b.v. zelfs zijn eigen moeder op de trein, maar komt tot inzicht, vooral onder invloed van Hirsch, de rebbe, de "anti-Gohn".
Tenslotte komt hij zelf in de strafbarak terecht, nadat hij Cohn is aangevlogen die de rebbe mishandelde. Dán, dus in de strafbarak, gaat hij schrijven.

De titel
Tijdens de Franse Revolutie waren er twee partijen die elkaar bestreden: De Jacobijnen en de Girondijnen.
De J acobijnen kregen in 1793 de overhand, een aantal belangrijke Girondijnen werd gearresteerd, berecht en veroordeeld tot de guillotine. De Franse schrijver Lamartine heeft de laatste nacht van de 21 ter dood veroordelden beschreven; Presser heeft in deze titel een aanduiding gegeven van de situatie in Westerbork waar de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog wachtten op het moment van hun executie: het vertrek per trein naar Auschwitz" en later naar Sobibor.
Westerbork is de wachtkamer, het voorportaal van de dood: de laatste nacht.

Het begin
De eerste drie, vier bladzijden zijn nogal verwarrend, maar wie verder leest, zal dat kunnen verklaren: de hoofdpersoon is in de war en probeert al schrijvende helderheid in zijn denken aan te brengen: wat is er eigenlijk allemaal gebeurd, hoe ben ik zo ver gekomen? (Deze manier van schrijven kan aangeduid worden als "stream of consciousness" te vinden bij schrijvers als James Joyce en Virginia Woolf, maar bij voorbeeld ook bij Hugo Claus in: De Metsiers).

De tijd
Het gebeuren vindt midden in de Tweede Wereldoorlog plaats, vooral 1943. Maar in het werkje zijn twee tijdlagen te onderscheiden: a) het voortschrijdend heden (tijdens het schrijven); b) het verleden. Dit valt ook in twee perioden uiteen:
1. de tijd voordat de ik-figuur in Westerbork kwam;
2. de tijd in het kamp vóór hij zijn relaas begon te schrijven.

Het tijdsverloop is in het algemeen chronologisch, maar er wordt met continu verteld, dat wil zeggen dat er nogal wat "gaten" in zitten. Er zijn ook verspringingen in het tijdsverloop, soms wordt naar het verleden teruggegrepen, soms naar een later tijdstip verwezen. Ook dat wekt bij de lezer een nogal chaotische indruk, maar het is functioneel. Er is wel degelijk ordening aanwezig; het gaat steeds om de vraag: hoe is het allemaal gegaan? Zie blz. 20: "ik móet weten hoe het zich heeft toegedragen, ik wil mijn som maken".

De opbouw
Er zijn negen hoofdstukken te onderscheiden, het laatste is te beschouwen als een afsluiting. De hoofdstukken zijn niet genummerd, maar wel door stukken wit typografisch van elkaar gescheiden. Er is een dalende lijn, een dieptepunt en een keerpunt met vervolgens een stijging. Ik meen een treffende overeenkomst met het middeleeuwse Elckerlijc op te merken, soms zelfs tot in details, daarop kom ik terug in een later artikel.
Een overzicht van de inhoud (naar de hoofdstukken)

I. Voor de derde keer probeert Henriques te schrijven. UitsteJrlen kán niet meer: over een week gaat hij met de trein mee. Hij moet nu zijn "som" maken. Herinneringen: 1940, 1942, 1943, de school waar hij leraar was, contact met zijn leerling Georg Cohn, diens aanbod van een "veilige" baan in Westerbork, de oorzaken waardoor hij dat aannam (Ninon op wie hij verliefd was? Georg? Ook de sfeer op school, zijn jeugd, het joodse antisemitisme), de aanleiding: Selma, een meisje van dertien, haar moeder was gearresteerd wegens rassenschande. ("En ze had zich nog wel laten steriliseren, want ze zeiden ... ")

II. Ontmoeting met Cohn in Westerbork. Overweldigend! Moraal van Cohn: Ik ga kapot, of ik maak kapot! Henriques wordt zijn adjudant, Cohn zal hem "hard" maken, "een man".

III. Nadere beschrijving van Cohn, de Joodse Ordedienst, het kamp, het oabaret, het café, de arrestatie van Jesaja Melkman door H., beschrijving van de Duitse commandant Schauffinger, ontruiming van rusthuizen in Amsterdam, H. zet zijn eigen moeder op de trein, andere familie en kennissen, zelfs zijn leerlinge Ninon! Ontruiming van het gesticht in Deventer, een andere leerlinge: Mona. H. is nog geen "man"!

IV. H. is spion geworden: hij moet ontdekken hoe sommige Joden uit het kamp ontsnappen, het begin van de tocht door de hel der barakken.

V. De herinneringen worden scherper, de samenhangen duidelijker. Scène van Cohn en de mareohaussee Rooie Hein: de "machtige" Sohn is ook maar een heel zwakke Jood! (Hier ligt het keerpunt in het boek!) Contact van H. met de Rebbe: kan die wèl iets terugdoen? Gelezen uit het boek Jozua: De Here God is met u, alom waar gij henen gaat.

VI. Verder contact met de Rebbe. H. beseft: ik ben méér Jood geworden.
Beschrijving van een revue in het theater, ook van de trein (symbool van de dood, van het kwaad!) De drama's rondom een transport en de verschrikkelijke nacht vóór het vertrek van de trein, ook de situatie op het perron vóór en de opluchting ná het vertrek.

VII. Dé, de vrouw van een collega, is ook in de strafbarak gekomen. Terugblik: drie weken geleden heeft Henriques de eerste poging tot schrijven gedaan, na het nachtelijke transport van weeskinderen. Hij heeft toen één kind gespaard; Sonja, de kamphoer, is vrijwillig meegegaan.
De tweede poging tot schrijven kwam na de zelfmoord van mej. Wolfson, een collega wiskunde. Toen was er voor het vertrek van de trein ook nog een incident waarvan Schwarz, de tweede man na Cohn, de dupe werd: ook die moest op de trein. Cohn was daarna erg neerslachtig, want hij voelde dat ook zijn positie maar erg wankel was.

VIII. De Rebbe moest op transport, Henriques pleitte nog voor hem bij Cohn, maar die waarschuwde hem: H. moest "hard" zijn! De treinen zouden voortaan naar Sobibor gaan, een vernietigingskamp. Op het perron struikelde de rebbe, hij liet zijn boekje (bijbel) vallen, Cohn schopte het weg en sloeg de rebbe een bloedneus. H. vloog Cohn aan, pakte het boekje en gaf dat aan de rebbe.

IX. De som is af: zó is het allemaal gegaan. Dé heeft het gelezen, morgen in de trein zullen ze erover praten; nu geeft ze hem zijn Joodse voornaam terug: hij heet weer Jacob, en niet meer Jacques.

(De volgende keer verder.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief