Het adres
1980-02-21
Jaren geleden was ik bij een gesprek, waarin iemand zei: Het is mijn geloofsovertuiging, als Paulus nu nog eens een brief schreef, hij zou die sturen naar onze scriba.- Jaargang 24
- nummer 8
Die opmerking was overgenomen van ds D. v. Dijk uit Groningen, en hij heeft in zijn kerkbode van 9 februari j.l. hetzelfde nog eens nadrukkelijk gehandhaafd. Er was toen een wijze "emeritus" in onze kring. Hij zei: "Dat kon best eens waar zijn. Die brief zou aan onze gemeente voorgelezen moeten worden en daarna moesten wij hem dan maar doorgeven aan alle andere kerken in ons dorp. Het adres was van ons, maar de inhoud voor allen". Die man had een goed kerkelijk besef, maar was tevens zuiver oecumenisch.
We waren toen in een gesprekskring bezig met de artikelen 27-29 . van de Nederlandse geloofsbelijdenis. Iedereen moet zich bij de ware kerk aansluiten en zij heeft uiteraard een adres. Je kunt in zo'n discussie niet om het verleden heen, maar de praktijk van vandaag laat zien, dat de geschiedenis niet alles zegt. Want het komt nauwelijks voor, dat iemand zich bij de gemeente voegt, omdat hij de afzetting van De Cock, of van Kuyper, of van Schilder {liet langer . voor zijn rekening nemen wil. Maar het komt wèl voor, dat mensen tot de gemeente naderen, omdat ze gehoord hebben en gemerkt, dat in haar midden de bijbelse boodschap doorklinkt "zonder ruis'" en dat de mensen in die bepaalde kerk leuk met elkaar 'omgaan. Ja, dat heb ik nu niet neergeschreven in de krachtige eikenhouten taal van de Confessie, maar in de woorden van mensen van nu en ik geloof, dat ze daarmee hetzelfde zeggen als vier eeuwen geleden Guido de Brès.