Meer zicht op eigen functioneren als predikant?
2008-09-26
De problematiek rond de losmaking van predikanten de afgelopen jaren heeft invloed gehad op de opzet van het programma van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP). In vergelijking met het TSB-tijdperk is er veel meer ruimte gemaakt voor de persoonlijke begeleiding van de studenten.- Jaargang 52
- nummer 19
Deze begeleiding loopt door het hele traject van de studie en dat langs meerdere wegen. De mentorgesprekkenjaarlijks met één van de kerndocentenwaren er in de tijd van de studiebegeleiding ook al en hebben hun plaats behouden. Verder is aan de bestaande eindstage een korte oriënterende stage in het tweede jaar toegevoegd. Nieuw is een werkcollege 'persoonlijk functioneren' en ook de verplichte supervisie tijdens de eindstage is van de laatste jaren, net als de werkbegeleiding in de eerste jaren van het predikantschap. In het vervolg leest u iets meer over de verschillende onderdelen.
We hopen dat door dit sterk op de praktijk gerichte onderdeel van de studie de student duidelijkheid krijgt over zijn of haar geschiktheid voor het predikantschap.
Persoonlijk functioneren.
Dit vak is gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de student. Vanaf de propedeuse zijn de studenten ieder studiejaar vijf middagen, verspreid over het seizoen, gericht bezig met reflectie op hun eigen ontwikkeling. In een soort werkcollege worden sterke en zwakke punten van het eigen functioneren benoemd (ook door de studenten onderling). Aan de orde komen feed-back geven, eigen grenzen bewaken, omgang met nabijheid en afstand en omgang met de eigen emoties.
Zelfinzicht, empathie, authenticiteit en bereidheid hulp te vragen bij problemen zijn centrale aandachtspunten gedurende de hele opleiding.
Aan het einde van ieder seizoen schrijft de student een reflectieverslag dat aanknopingspunten biedt voor de eigen leervragen voor het nieuwe seizoen. De vrucht van deze evaluaties komt terecht bij de mentor van de student, die tevens kerndocent is van de NGP.
Docent voor dit vak is Dick Mostert uit Hattem, die ditzelfde vak ook geeft aan de studenten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in Kampen (www.spectrum13.nl).
Mentoraat
Minimaal eenmaal per jaar vindt een gesprek plaats met de mentor over de voortgang van de studie en de ontwikkeling van het eigen geloof.
Belangrijkste doelstelling is dat vragen die leven aan de kant van de student naar de opleiding, maar ook van de opleiding naar de student in een vertrouwelijke sfeer aan de orde kunnen komen.
In deze gesprekken komt ook de visie op het ambt van predikant aan de orde. In de praktijk blijkt dat voor veel studenten de weg naar het predikantschap allesbehalve vanzelfsprekend is.
De studieweg is vaak bezaaid met allerlei vragen over het eigen functioneren en over de rol van de predikant. Het mentorgesprek is één van de plaatsen waar deze vragen aan de orde komen en waar een oplossing kan worden gezocht voor gebleken knelpunten.
Oriënterende stage
In het tweede studiejaar gaat een student een week lang op pad met een predikant. De student krijgt zo de kans mee te kijken in de keuken van het predikantswerk. Voor veel studenten is deze stage in de eerst plaats een middel om er achter te komen of het predikantschap echt iets voor hen is. Het mee op pad gaan met huisbezoeken, betrokken worden bij de preekvoorbereiding en catechese leveren vaak vernieuwende en verhelderende ervaringen op, die niet zelden als stimulans voor het vervolg van de studie werken.
De student schrijft een verslag over deze stage, waarin de eigen leermomenten een belangrijke plaats krijgen.
De bespreking van dit verslag met de kerndocent is één van de momenten waarin onderliggende drijfveren en motieven, maar ook vragen en angsten op een inhoudelijke wijze aan de orde kunnen komen.
Eindstage van drie maanden
Bij de opzet van de NGP is de eindstage van drie maanden opnieuw tegen het licht gehouden en verder uitgewerkt en aangescherpt. De doelstellingen van de stage zijn nu helder uitgewerkt; datzelfde geldt voor de eindtermen waaraan de student moet voldoen. Liefde voor Jezus Christus en zijn Woord en zijn gemeente komen daarbij natuurlijk op de eerste plaats. Confrontatie met een nieuwe gemeente, de eigen tijdsplanning, in-een-bepaald-tijdsbestek, pastorale probleemsituaties en de omgang met jongeren in catecheseverband leveren veel materiaal op om te reflecteren. Natuurlijk bespreekt de stagebegeleide predikant de stage-ervaringen met de student. Maar naast deze praktijkbegeleider speelt ook de supervisor gedurende deze eindstage een belangrijke rol.
Supervisie
Tijdens de eindstage vinden in ieder geval tien gesprekken plaats met een gekwalificeerd supervisor die stilstaat bij de impact die de stage heeft op de student persoonlijk. De supervisor let op de houding van de student en vooral ook op het in praktijk brengen van alle punten die bij het vak persoonlijk functioneren aan de orde zijn gekomen.
Het is van groot belang dat de student in staat blijkt te zijn voortgang te boeken in de omgang met al deze ervaringen. Voor het verkrijgen van een voldoende voor de stage, is een voldoende voor het onderdeel supervisie noodzakelijk. In de praktijk blijkt de stage vaak als stimulans te werken om het werk in de gemeente op te pakken.
Werkbegeleiding
En tenslotte is de werkbegeleiding van beginnende predikanten als onderdeel van de predikantenopleiding ingevoerd.
In het NGP blog elders in dit nummer is daar meer over te lezen.
Bezinning en voorbede
Zo probeert de NGP via verschillende invalshoeken bewust te werken aan de persoonlijke ontwikkeling van de student.
Hiermee is niet alles gezegd. Ook binnen de NGP leven er wezenlijke vragen over de eisen die aan het predikantschap gesteld worden en de betekenis die dat heeft voor de inhoud van het NGP-studieprogramma.
Bezinning op deze vragen vinden binnen de NGP plaats in nauw contact tussen kernteam en NGP-bestuur.
Wanneer de tijd rijp is zullen de resultaten daarvan ongetwijfeld de Opbouw-kolommen bereiken.
Meewerken aan de ontwikkeling van onze toekomstige predikanten is een taak die we gewetensvol uitoefenen.
Tegelijk ervaren we het als iets dat boven onze macht uitgaat.
Uiteindelijk is het de Heer van de kerk die zijn medewerkers roept en de gaven geeft die bij die roeping nodig zijn. De voorbede voor de theologiestudenten en de docenten wordt daarom door ons bijzonder op prijs gesteld.
Drs. Gijs Bronsveld is kerndocent praktische theologie aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant van de NGK Doorn.