Sacramentsbediening door missionaire werkers: niet in de NGK?
2012-02-04
In Opbouw 1 jaargang 56 stond het artikel ‘Sacramentsbediening door missionaire werkers: niet in de NGK, wel in de CGK’. Daarin werd uitgelegd dat missionair werker Serge de Boer (NGK) is overgestapt naar de CGK, aangezien LV Houten 2010/2011 besloot het bedienen van sacramenten voor te behouden aan predikanten. ‘Is dit wel mijn NGK?’, was de eerste gedachte die bij me opkwam. ‘Dit kan toch nooit de bedoeling zijn geweest van een discussie over het predikantsprofiel?’- Jaargang 56
- nummer 3
We zijn als reformatorische kerken gewend dat het bedienen van de sacramenten aan de predikant wordt overgelaten en dat heeft zekere gronden. We willen in de gereformeerde traditie vermijden dat allerlei groepjes op eigen houtje aan de gang gaan. Het bedienen van doop en avondmaal is geen zaak van een speciale gave, maar wel een zaak van orde. Maar is daarmee alles gezegd? Is het voorbehoud daarmee een wet van Meden en Perzen?
Willen we gemeenten, missionair, vacant of anderszins ‘zonder dominee’, hiermee avondmaal en doop ontzeggen? En bovendien: kunnen we ons deze ‘luxe’ nog wel permitteren met een groeiend predikantentekort?
Wat mij betreft niet.
Dat ook een ouderling doop en avondmaal mag bedienen is iets dat al uit de tijd van de Reformatie stamt: Het boek Als wij samenkomen zegt hierover dat het typisch gereformeerd is om de doop niet voor te behouden aan de ‘geestelijke’.
Omdat de doop onder 'het opzicht' van de plaatselijke kerkenraad valt, en daarmee van de ouderlingen ter plaatse, gingen er (tijdens de Reformatie) stemmen op om ook de ouderling deze bevoegdheid te geven, echter alleen in de eigen gemeente.
Daar valt vanuit een gereformeerde visie weinig tegen in te brengen, vooral niet als we de doop willen weghalen uit de exclusiviteit of dimensie van de geestelijkheid: een gezonde reformatorische gedachte.
Maar naast ouderlingen en dominees kennen we nu ook ‘kerkelijk werkers’. En om de positie van predikant te verduidelijken, beter onderscheid te maken met de kerkelijk werker en voor het voorkomen van onduidelijkheden en conflicten is er op de laatste LV aanleiding geweest om het predikantsprofiel te versterken en de sacramentsbediening dus voor te behouden aan de predikant. Dit gaat echter uit van gemeenten waar zowel een predikant als kerkelijk werker samen actief zijn.
Maar wat te doen in een andere (kleine, missionaire) situaties? Toen de NGK Nijmegen aan het begin van dit millennium zonder predikant verder ging (en door de geringe omvang zich bewust ook niet als vacant beschouwde), is er voor gekozen om samen een volledig functionerende gemeente te blijven. Een gemeenschap waarin wordt samengekomen, gedoopt en waar avondmaal gevierd wordt. Vaak met een gastpredikant, soms met een ouderling.
Dit is heilzaam gebleken. De gemeente kon zich hierdoor ontwikkelen, juist door een sterk verantwoordelijkheidsbesef om samen alle taken op te pakken.
Het is ondertussen weer een bloeiende gemeenschap van meer dan 200 (voornamelijk jonge) leden. Met nu weer een eigen predikant, inderdaad. Toch zijn we er nog steeds van overtuigd dat de toekomst van christelijke gemeenschappen, en juist ook binnen de NGK, alleen bestaansrecht heeft daar waar samen gavengericht gewerkt wordt. En waar een gemeenschap is waarin de ouderlingen en missionair werkers de gemeenschap kunnen leiden en voorgaan, ook in de sacramenten.
Met onze plannen om meerdere missionaire gemeenschappen te zien ontstaan in Nijmegen zal dit niet anders zijn.
Waarom moet een missionair werker als Serge de Boer zich in de NGK dan over het LV-besluit buigen? Hoeveel vergaderingen, gesprekken, mailtjes en energie heeft Serge verbruikt om zich in ‘de goede’ positie te manoeuvreren om de sacramenten te kunnen bedienen? Hoeveel koppen koffie met buurtbewoners had hij in die tijd kunnen drinken? Hoeveel goede missionaire gesprekken had hij in die tijd kunnen voeren? Als het LV-besluit over het predikantsprofiel tot gevolg heeft dat missionaire werkers zich gedwongen voelen over te stappen naar een ander reformatorisch kerkverband, lijkt me dat er opnieuw gekeken zou moeten worden naar (de geest van) het besluit hierover.
Met het LV-besluit is de functie van predikant veel te rigide geworden in een tijd die een meer flexibele invulling vraagt over de invulling van de rol van predikant in samenhang met de andere taken, of zo je wilt ambten, in de gemeente.
Eelco Mulder is lid van de NGK Nijmegen.
1 Velden, M.J.G. van der, W.P. van der Aa, H.J. de Bie (2000), Als wij samenkomen, Liturgie in de gereformeerde traditie. Boekencentrum, Zoetermeer. ISBN 9789023904748
| Naschrift redactie De discussie over de vraag, of missionaire werkers doop en avondmaal mogen bedienen (daar ging het om in het Opbouwartikel over Serge de Boer), is zeker nog niet afgelopen. De LV Houten besloot onderscheid te maken tussen de positie en taken van predikanten (wetenschappelijk gevormd, generalist, ambtsdrager, geen werknemer) en kerkelijk werkers (hbo-opgeleid, specialist, arbeidscontractant) en sprak uit dat kerkelijk werkers geen ambtsdrager moeten zijn in de gemeente waar ze werken. Uitzonderingen op die regel bijvoorbeeld voor missionaire werkers zijn toen niet gemaakt. Daarnaast heeft de LV vastgesteld dat de missionaire taak van de kerken in het huidige Akkoord voor Kerkelijk Samenleven (AKS) onvoldoende verdisconteerd is en dat het AKS ook geen adequate regeling voor missionaire kerkelijk werkers en predikanten bevat. Daarom heeft de LV besloten dat een commissie daarover voorstellen moet ontwikkelen voor de volgende LV. Ook los daarvan staat het de kerken uiteraard vrij om aan de volgende LV voorstellen te doen over de bevoegdheden van missionaire werkers. (adb) |