De omgekeerde boom

2012-02-04
  • Jaargang 56
  • nummer 3
Een opvallend stukje, over een ook voor mij maar al te bekend plaatje, in De Reformatie van 13 januari. Ds. Jacob Glas, predikant van de GKv in Maastricht, schrijft:

Eigenlijk begint het allemaal in 1517.
Wat zich daarvoor heeft afgespeeld, telt niet mee. Een zwarte balk daalt van de bovenkant van de pagina neer en vertakt zich in allerlei richtingen. De hoofdlijn, zeg maar: de stam, loopt loodrecht naar beneden. Daar is iets bijzonders mee aan de hand, leerde ik op catechisatie: dat is de ware kerk van Christus. Tot na mijn studietijd wees dit plaatje mij de weg.
In mijn eerste werkkring ontmoette ik een vlootpredikant die van huis uit christelijk-gereformeerd is. Hij zegt tegen mij: weet je hoe ik vroeger kerkgeschiedenis heb gehad? Kijk, zo: en hij tekent dezelfde omgekeerde boom. Alleen is de vermelding van de kerknaam bij de zwarte lijn onderaan een andere. Dat moet een vergissing zijn, dacht ik toen.
Maar ik liet hem in de waan.
Waar ik nu werk, geef ik jaarlijks een belijdeniscatechese aan studenten uit allerlei kerken die in hun thuisgemeente gewoon waren naar catechisatie te gaan, daar lid blijven, maar de catechese moeten missen. Ieder kan in zijn of haar eigen gemeente belijdenis doen van het geloof of ook gedoopt worden. Een catechisante uit de PKN vertelde dat ze in haar thuisgemeente een mooi overzicht heeft gekregen van de geschiedenis van de kerk. Ik zeg dat ik heel benieuwd ben, krijg een week later het overzicht onder ogen en barst bij het zien ervan in lachen uit. Het zal toch niet waar zijn.
De verschillen tussen alle onderaan de boom vermelde kerken zijn miniem. We staan op dezelfde belijdenissen als samenvatting van ons geloof. De nestgeur is soms wel verschillend. Het zou voldoende zijn elkaar te wijzen op dezelfde roeping. Die is er verantwoordelijk voor dat wij allen dezelfde hoop hebben, de hoop die doorklinkt in onze gezamenlijke belijdenissen. Verschillen in nestgeur hoeven geen scheiding te brengen, maar kunnen juist aanvullend en verrijkend zijn. En misschien kunnen we dan samen ook verder terugkijken dan 1517.
De minimalistische kijk op de kerk van Christus zie ik terug in een minimalistische toepassing van bijvoorbeeld Efeziërs 4:1-6. De daar genoemde eenheid op grond van de roeping past men zelden toe op de kerkgenootschappen onderling maar alleen op de eenheid binnen de eigen kerkgemeenschap. En de daar genoemde eigenschappen van bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld en verdraagzaamheid worden weggedrukt door arrogantie en gelijkhebberij.
Twee jaar geleden was ik bij een lezing van een oecumenisch theoloog. Ik raakte onder de indruk van wat er allemaal bereikt is, zoals ik ook onder de indruk ben van het samenkomen van verschillende kerkgemeenschappen in de PKN. Als predikant binnen de zogenaamde gereformeerde gezindte voel ik mij beschaamd.
Je kunt er ook verdrietig van worden. Maar laten we vooral de humor niet vergeten.
Soms denk ik: het kenmerk van de ware kerk is dat men na de morgendienst met elkaar blijft eten.

Een verbazende openheid bij deze Vrijgemaakte broeder, niet alleen naar de kleine oecumene, maar ook naar de PKN.

Iets heel anders. In het winternummer van het (ook Vrijgemaakte) ambtsdragersblad Dienst schrijft mijn oud-klasgenoot Peter van de Kamp onder het opschrift ‘Voorgangers die achter de feiten aanlopen’ over Geestelijk leidinggeven.
Een paar passages uit zijn verhaal: Mijn intuïtieve waarneming is dat ouderlingen () teveel bezig zijn met het blussen van brandjes. Dat ze ervoor willen zorgen dat er geen conflicten komen in de gemeente en daarbij alle partijen te vriend willen houden. Op de winkel passen. En bezwaarschriften neutraliseren. Maar dat is geen wegwijzen.
Dat is achter de feiten aanlopen...
() Een andere waarneming is dat er een nogal neerslachtige sfeer rond ambtsdrager-zijn hangt: soms lijkt het of ouderling-zijn en diaken-worden zo ongeveer het ergste is wat iemand kan overkomen. () Ik vermoed een samenhang tussen beide waarnemingen: als ambtsdrager-worden betekent dat je op de winkel mag passen en brandjes moet blussen, wie wil er dan ambtsdrager worden? In dit geval is de vraag stellen haar ook beantwoorden.

Aan het eind van zijn artikel zegt Van de Kamp:

Ambtsdragers zijn wegwijzers. Inderdaad, zo zou het moeten zijn. In dit artikel stelde ik de vraag: maar is dat ook echt zo? () Mijn antwoord is: nee. Want meestal lopen ambtsdragers in de praktijk achter de feiten aan.
Het wijzen van de weg is herderswerk.
Voorop-lopen en richting-geven. Dat zijn de twee sleutelwoorden van geestelijk leidinggeven. Want geestelijk leiding geven, is voorop lopen om anderen richting te geven in een christelijk leven dat in het teken staat van het dienen van God en de naaste en dat gericht is op de terugkeer van Christus. () Dat vooroplopen en richting-geven gebeurt niet of te weinig.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief