Avondmaal: Verbondsmaaltijd
1979-08-24
naar aanleiding van: - Jaargang 23
- nummer 31
M. R. v. d. Berg, Voor wie is het avondmaal?
sacrament voor ingewijden of verbondsmaaltijd Kok, Kampen. 1978, 102 pagina's.
Omstreeks een halfjaar terug verscheen een boekje van ds M. R. van den Berg uit Oegstgeest over vragen die leven rond het eventueel openstellen van het avondmaal voor kinderen.
Een boekje over dit onderwerp van déze schrijver kan in dit blad natuurlijk niet onbesproken blijven!
Daar gaan we dus.
Kinderen aan het avondmaal ... geen 'halszaak'
In zekere zin fungeert het boekje van ds Van den Berg, en deze bespreking daarvan, als 'doorstarter' van de gedachtenwisseling. Graag herinner ik u aan de diskussie tussen ds Cornelisse en ds De Jong over' kinderen aan de tafel van de Heer'.
Het is de moeite waard om de desbetreffende artikelen nog eens na te lezen: Opbouw, 22e jaargang, 1978, nr. 12 (ds Ci); nr. 13 (ds de J.); nrs. 16, 17 (ds C.); nrs. 23 t/m 26 (ds de J.).
Zoals u aan de lengte van de bijdragen ziet ...
'de argumenten vermenigvuldigden zich'.
De bijdrage van ds Van den Berg past in deze ontwikkeling: zijn 'argumenten' zijn overvloedig, misschien iets té overvloedig.
In een ander opzicht sluit ds Van den Berg aan bij de beide anderen. Ds De Jong en ds Cornelisse hebben elk voor zich duidelijk gesteld dat ze geen 'halszaak' wilden maken van 'kinderen aan het avondmaal'. (ds C. in nr. 12, 3e al.; ds De J. in nr. 13, Ie al.).
Uit de toon van het boekje van ds Van den Berg proef ik dezelfde wens: ... maak er geen 'halszaak' van.
Waarvan akte!
Inhoud
De inhoud van het boekje van ds Van den Berg is 'rijk gevarieerd' te noemen. Enkele onderwerpen: - wat is nu zo 'heilig' aan het heilig avondmaal?
- vergelijking tussen avondmaal en (heidense) offerdienst
- tucht m.b.t. avondmaal
- toegang voor gelovigen uit andere kerken
- pascha en avondmaal
- r.k, visie op "transsubstantiatie' van brood en wijn
- kinderen aan het avondmaal
- belijdenis als toegang
Het centrale motief in de behandeling van al deze onderwerpen is naar mijn indruk de vraag: hoe komt het toch dat het avondmaal voor ons zozeer 'heilig' is geworden, dat het gebeuren rond en bij het avondmaal nogal 'krampachtig' is geworden? (Evenals trouwens de diskussie daarover.) Een relevante vraag!
Zeker als het gaat om 'kinderen aan het avondmaal'.
Overdrijving
Het antwoord van ds Van den Berg bevredigt me echter niet. Zijn suggestie in het 2e hoofdstuk is dat het avondmaal geworden is tot een 'sacrament voor ingewijden', op soortgelijke wijze als een heidense offerdienst. Hij vergelijkt onze sacramenten met heidense (in)wijdingsriten, de rol van een gewijd priester met die van een predikant.
Met deze vergelijking suggereert hij m.i. teveel, en 'schiet hij met een kanon op een mug'. Het gaat mij te vér om onze krampachtigheid m.b.t. het avondmaal te wijten aan invloeden van heidense mysterie-religies.
Laten we nuchter blijven: is het niet veeleer onze gereformeerde nuchterheid en afstandelijkheid, die het ons moeilijk maakt om ons geloof te 'uiten'. We hebben moeite met de verwerking en beleving van onze gevoelens; we kunnen die niet zo goed naar buiten toe kwijt.
We hechten meer aan ons gezonde, nuchtere, verstand.
Onze kerkdiensten zijn daarvan een weerspiegeling.
Zo ook onze gebruiken m.b.t. het avondmaal. Doop en avondmaal als waarneembaar 'teken en zegel' appelleren vooral op onze gevoelens, op onze beleving.
En daarmee weten we - gereformeerd als we zijn - niet zo goed raad. Gewoon! Meer niet!
En dat is al erg genoeg.
Laten we nu niet overdrijven. De diskussie wordt bedorven door de suggestie dat onze 'heiliging' van het avondmaal zou zijn ingegeven vanuit heidens-magische invloeden. De sfeer is dan niet fijn meer.
Dan odk kunnen uitspraken ontstaan als:
'Onze praktijk die kinderen VERBIEDT samen met hun ouders avondmaal te vieren, BEKNOT de kinderen IN DE BELEVING van het verbond met de Here en BRENGT EEN SCHEIDING AAN tussen bepaalde beloften die wel en andere die niet voor de kinderen bestemd' zouden zijn.' (p. 70)
Deze stelling is veel te geladen (zie de door mij met hoofdletters gedrukte uitdrukkingen) en vertekent het probleem, waarom het gaat. Het resultaat is in dit geval, dat ds Van den Berg - naar ik aanneem: ongemerkt - het avondmaal als 'teken en zegel' van de belofte gelijk stelt aan de belofte zelf. En dat zal toch zijn bedoeling niet zijn!?
Waarom gaat het?
Door de overdrijving raakt al gauw het hart van het probleem buiten het vizier.
Als we met elkaar van gedachten wisselen over 'kinderen aan het avondmaal' zijn er (m.i.) 3 'hamvragen':
1. wat is de essentie van (de viering van) het avondmaal?
2. wat is het eigene van een (gelovig) kind; waarin onderscheidt het zich van een (gelovige) volwassene?
en, in het spoor van 1 en 2,
3. is het goed/wijs om die beide nader tot elkaar te brengen dan we nu gewend zijn?
(essentie van avondmaal)
Welnu, de antwoorden op de eerste vraag lopen in onze kring niet zo sterk uiteen; we leggen wel eens andere accenten, maar in hoofdzaak zijn we het erover eens, dat het avondmaal in opdracht van onze Heer gevierd wordt ter gedachtenis van Zijn offer als fundament van het nieuwe verbond.
Zo kan ik zonder veel moeite instemmen met de paragraaf 'Wat gebeurt er bij het avondmaal?' (p. 71 e.v.). zij het dat ik de gemeenschapsoefening wat te zwaar geaccentueerd vindt, waar het immers gaat om het avondmaal.
(de gemeenschapsoefening rnet God, èn met elkaar, vindt ook plaats bij gebed, zang, woordverkondiging, bijbelkring, vereniging, kerstfeestviering, gemeenteavond, . .. het 'unieke' van het avondmaal is de gedachtenis!) Soit! Dat verschil in accent zij dan zo.
In het algemeen zijn we het over de essentie van het avondmaal wel eens: avondmaal = verbondsmaaltijd!
(wezen van het kind)
Over de 2e vraag denken we nog wel eens anders.
Ter illustratie: ds Van den Berg schrijft op pag. 81/82:
'Het geloof van een kind is een kinderlijk geloof en de verantwoordelijkheid van een kind is een kinderlijke verantwoordelijkheid ... Maar dat betekent geen diskwalifikatie.
Want een kinderlijk geloof is zonder meer en ten volle geloof ...
. .. Om een beeld te gebruiken: kinderen verhouden zich tot volwassenen als kleine glazen tot grote glazen. Maar een klein glas is ook een glas. En de HERE vraagt niet hoe groot een glas is, maar of het al of niet gevuld is.'
Welnu: ds Van den Berg laat hier een kans liggen om aan te geven wat een kind tot kind bestempelt. Hij rept alleen over het al of niet gevuld zijn van het glas, maar hij zegt (verder) niets over de inhoud. Hij spreekt van een 'kinderlijk' geloof en idem verantwoordelijkheid, maar wat nu het kinderlijke daarvan is ... dat werkt hij niet uit.
Het al dan niet geloven van een kind is niet in geding, als we spreken over 'kinderen aan het avondmaal' (althans niet wat mij betreft.) Maar de aard, het wezen van het kinderlijk geloven.. . dáárom gaat het! Het gaat niet over meer of minder, maar over "anders'!
Nadrukkelijk wil ik opmerken, dat het stellen van deze vraag geen diskwalifikatie van het kinderlijk geloven bevat. Integendeel!
Dat zoiets nog wel eens gedacht wordt moge blijken uit een reaktie op de artikelen van ds De Jong (reaktie van dhr. R. uit Den H.) 'Ds De Jong heeft er moeite mee de kinderen als leden der gemeente in volle rechten te zien. De discipelen hadden dat ook, maar Jezus "nam hen dat zeer kwalijk" (Matth. 10 : 14).
Ook Farizeeën en Schriftgeleerden wilden de kinderen hun aandeel in de eredienst ontzeggen, maar ook zij werden door Hem met een verwijzing naar ps. 8 op hun nummer gezet (Matth. 21: 15, 16).
Moeten wij wijzer dan dan Hij?
De kerk van Corinthe sloot een deel der gemeente - de armen - van de volle gemeenschap uit en wordt daarover vermaand.
Wij sluiten een - eveneens weerloos deel, de kinderen, uit'. (einde citaat)
Ten antwoord wil ik graag zeggen:
Een kind is geen (nog) kleine volwassene
Laten we toch vooral de kinderen als kinderen (in volle rechten!) blijven zien, èn behandelen.
Ze zijn onmogelijk te beschouwen als halve, kleine of aankomende volwassenen; ze zijn anders - niet minder, zeker niet!
Ik ben er een warm voorstander van om de volle ruimte te geven (en die ruimte te zoeken, nota bene!) aan kinderen in de christelijke gemeente en haar samenkomsten. Maar laten we daarbij alsjeblieft niet doen alsof kinderen als het ware 'kleine volwassenen' zouden zijn.
Vraag me niet wát dan precies het verschil is (dat is moeilijk in het kort te zeggen), maar dát er verschil is, zal toch geen punt van diskussie zijn?!
Daarmee kom ik zo langzamerhand tot de beantwoording van de 3e vraag: is het goed/wijs om kinderen en avondmaal nader tot elkaar te brengen dan wij nu gewend zijn?
Avondmaal = verbondsmaaltijd
Voor het antwoord zoek ik graag aansluiting bij de typering van het avondmaal als verbondsmaaltijd.
A:ls maaltijd, waarbij wordt teruggekeken op een eens gesloten verbond.
Het avondmaal vieren we ter gedachtenis aan Hem, door Wiens lichaam en bloed het nieuwe verbond van kracht werd (hallelujah!), We staan stil bij de (enorme) betekenis van Zijn werk, bij de geweldige schat, in dat verbond ons gegeven.
Dat alles is bepaald geen kleinigheid, geen sinecure.
En... dat gedenken is toch een bezigheid.
die aan waarde wint, naarmate dat bewuster en overwogen er plaatsvindt (een dodenherdenking op 4 mei door kinderen is toch ook veeleer een 'farce' dan een overtuigende bezigheid).
Naar mijn oordeel is het dan ook gewenst en gepast, dat degene die 'gedenkt' reeds tot een eigen, bewuste en zelfstandige keuze voor de 'verbonds-partner' - tevens onze Heer en Heiland - is gekomen. Daarmee immers wint de 'gedachtenis' aan inhoud.
Ik acht het een verarming, indien kinderen, die niet tot een bewust gedenken in staat zijn, tot het avondmaal zouden worden toegelaten. Niet omdat kinderen 'maar' kinderen - en dus minder zouden zijn. Wèl omdat ze anders zijn ... we noemen ze toch niet zomaar 'kinderen'?!
De gedachte dat ze op deze manier geen deel zouden hebben aan de avondmaalsviering (of, sterker nog, deel aan Gods beloften) wijs ik van de hand.
Gods beloften gelden, ongeacht het al dan niet deelnemen aan welke kerkelijke bezigheid/handeling dan ook! Het kan dan wel eens de moeite waard zijn om te overwegen hóe we de kinderen - in hun eigen geaardheid! - meer bij het kerkelijk gebeuren kunnen betrekken, ook bij het avondmaal. De onder ons gebruikelijke vormen zijn - allicht - niet per sé de meest geschikte daartoe!
Aanbevolen
Ik kom tot een afsluiting van de bespreking van het boekje van ds Van den Berg (we zouden haast vergeten, dat het dáárom ging).
Mijn kritiek heeft u hierboven al kunnen proeven.
Maar die neemt een warme aanbeveling bepaald niet weg. De bijdrage van ds Van den Berg aan de gedachtenwissling over 'kinderen aan het avondmaal' is van belang. Zijn betrokkenheid en bewogenheid zijn verkwikkend. Zijn verwijzingen naar teksten - en de uitleg daarvan - zijn richtinggevend en verhelderend Daarom: neem en lees!