Hoop doet leven

1979-08-31
  • Jaargang 23
  • nummer 32
" ... eens zonder hoop en zonder God in de wereld ... thans dichtbij gekomen door het bloed van Christus."

Ef. 2: 12, 13

Een enquête
Vorig jaar publiceerde een bekend damesblad de uitslag van een onderzoek, dat verricht was om een beeld te krijgen van de Nederlandse vrouw van onze dagen. Eén van de meest opvallende konklusies was de enorme tevredenheid van die Nederlandse vrouw. Maar liefst 80% gaf te kennen tevreden tot zeer tevreden te zijn met heel het leven. Niet minder dan 92% is best te spreken over het kontakt met echtgenoot en kinderen. Met hun huwelijk is 68% ingenomen, 85% met name met de seksuele relatie met haar partner. Met het opvoeden van de kinderen heeft 80% geen werkelijke problemen. Tevredenheid alom dus op enkele toch wel erg belangrijke gebieden van het leven.
Toch bleven de onderzoekers zelf met een gevoel van óntevredenheid zitten. En terecht. Want als het al die vrouwen zo goed naar de zin gaat, waarom zitten de wachtkamers van huisartsen dan zo vol met vrouwen met psychische klachten? Hoe moeten we de 25.000 echtscheidingen per jaar verklaren? Moeten we niet aannemen dat de meeste dames, bewust of onbewust, de waarheid geweld hebben aangedaan? Het is ook hard de werkelijkheid onder ogen te zien. Vooral wanneer God in die werkelijkheid geen plaats meer heeft!

Zonder hoop en zonder God
De bijbel noemt een leven zonder God hopeloos. En meer dan één niet-gelovige, die de werkelijkheid van zijn leven onder ogen durft zien, komt tot dezelfde konklusie. In het boek 'De domineesdochter' van de bekende schrijver George Orwell raakt de hoofdpersoon haar geloof kwijt.
Ze kan niet meer geloven. Maar leven zonder geloof is voor haar geen vreugde. Ze denkt: "Het leven, als het graf daarvan werkelijk het einde is, is gruwelijk, is schrikwekkend.
Denk je in hoe het leven werkelijk is, denk aan alle details van het leven en vertel jezelf dan dat het geen zin heeft, geen bedoeling, geen andere bestemming dan het graf.
Dan is het toch duidelijk dat alleen dwazen en zelfmisleiders of mensen wier levens uitzonderlijk fortuinlijk zijn, die gedachte kunnen verdragen zonder te huiveren?" Voor haar zijn er maar twee mogelijkheden: óf het leven is een voorbereiding op iets hogers en bestendigers, óf het is zinloos, duister en gruwzaam. Het eerste kán ze niet geloven.
Het laatste zou ze liever niet willen geloven. De vaststelling, dat God een illusie is en niet bestaat, brengt de mens, die daar op door wil denken, tot wanhoop. Albert Camus, een andere bekende schrijver, heeft eens gezegd: "De zekerheid van het bestaan van God, die zin aan het leven geeft, heeft een veel grotere aantrekkingskracht dan de wetenschap dat zonder Hem iemand kwaad zou kunnen doen zonder gestraft te worden. Als ik kiezen mocht tussen beide mogelijkheden zou die keus niet moeilijk zijn. Maar er is geen keuze en daar begint de bitterheid." Het is huiveringwekkend om te zien hoe een mensenkind eraan toe is, dat zonder hoop en zonder God in deze wereld staat.
Dat roept en reikt naar God en tegelijk weet: Hij is er niet, Hij kán er niet zijn. De spanning in het leven van een mens, die zich hiervan bewust wordt is vrijwel ondraaglijk.

God is er en spreekt
Tegenover Orwell, Camus e.a. staan de apostelen en profeten als getuigen van de openbaring van God. God heeft zich bekend gemaakt en gaat daar tot vandaag mee door.
God heeft gesproken en spreekt! Er is een oud verhaal over een Joodse rabbi, die bij het lezen van de Schrift eens buiten zichzelf raakte van vreugde. Hij juichte en danste en bonsde met de vuisten op de muur. Gevraagd naar de reden van zijn grenzeloze blijdschap wees hij op die twee woordjes, die zo vaak in de bijbel voorkomen: God sprak!
D.w.z. God zoekt kontakt. God sprak tot Adam, tot Henoch, tot Noach, tot Abraham, Izaak en Jakob. God sprak tot Mozes, tot Israël: de tien klinkende woorden van leven in verbond met Hem. God sprak door priesters en profeten.
Zeker, ook woorden van oordeel en gericht. Maar ook dan sprák Hij tenminste nog en Hij hulde zich niet in een stilzwijgen, dat het leven tot op het bot doet verkillen. God sprak het duidelijkst in Jezus Christus, het vleesgeworden Wóórd. God sprak het duidelijkst toen Hij zweeg op Golgotha en niet antwoordde op het bidden van Zijn Zoon.
Want zo sprak Hij zich volkomen uit voor ons, om ons tot een God te zijn. Voor ons en voor ieder, die zich door het bloed van Christus dichtbij Hem wil laten brengen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief