Dr Jelle Zijlstra (5)
1979-08-31
N.a.v. het onder deze titel verschenen boek.- Jaargang 23
- nummer 32
samengesteld door dr G.Puchinger (uitg. Strengholt. Naarden, f 47.50)
We hebben ons nu enige tijd met dit boek bezig gehouden. Voldoende om een indruk te krijgen van een veelzijdig man, die - zo zegt dr W. Drees Sr. - nu reeds kan "terugzien op een loopbaan; waarin hij ons land grote diensten heeft bewezen."
(11) Direct ná zijn studie kon hij zich op wetenschappelijk terrein bewegen, 1948-1952: hoogleraar aan de V.U., toen trad hij de politieke arena binnen en vervulde in de jaren 1952-1963 diverse ministersposten, daarna leidde hij de Nederlandse Bank (1967-heden).
Het is niet te verwonderen, dat "de oude Drees" ·bereid was een bijdrage in dit boek van Puchinger te geven. Hij beschrijft daarin uitvoerig de noodzaak, mogelijkheden en bezwaren van een samenwerking tussen P.v.d.A. en A.R.P. in de vijftiger jaren en het aandeel van dr Zijlstra in die samenwerking. Hij zegt van Zijlstra: "Hij is een gereformeerd man, maar hij betreurt de grote kerkelijke en politieke versplintering onder de protestanten.
Op politiek terrein heeft hij een vooruitziende blik gehad, waar hij jaren geleden reeds de gedachte uitte dat het zou komen tot één partij waarin KVP, ARP en CRU zouden samensmelten ( .. ) Zowel op economisch als op financieel terrein voerde hij een vast, weloverwogen beleid, sociaal gezind, en bereid in dat verband de voor sociale doeleinden noodzakelijke uitgaven te doen, hield hij tevens het oog op de noodzakelijkheid van een redelijk evenwicht op financieel gebied." (13) Dr Zijlstra zelf schenkt tenslotte ook afzonderlijk aandacht aan een aantal zaken, die niet direct met zijn huidige taak en positie verband houden. "Ik zou graag willen dat wij in Nederland iets meer beseften hoe kwetsbaar onze positie in de wereld is en hoezeer wij daarom op samenwerking - politiek en maatschappelijk - zijn aangewezen.
Marx kan ons daarbij niet helpen.
Het eindstation van dié trein kan een Goelag-archipel zijn. Polarisatie helpt ook niet, zelfs niet inclusief de daarvoor uitgevonden verdediging, dat alleen op deze wijze werkelijke tegenstellingen kunnen worden blootgelegd. Of men het nu harmonie of solidariteit noemt, vind ik niet zo belangrijk, maar ik zou wel willen dat wij in Nederland politiek en maatschappelijk iets zouden kunnen terugwinnen van wat ons na de oorlog er zo snel bovenop heeft geholpen, en dat - hoe verklaarbaar ook voor een groot deel nadien helaas verloren is gegaan. Nederland is in de wereldeconomie niet veel meer dan de kruidenier op de hoek, of als men wil een B.V.-tje. Ik zou willen, dat het inzicht méér baan brak dat we politiek en maatschappelijk de handen ineen moeten slaan om dat Nederlandse bedrijf levensvatbaar te houden." (209) En op een andere plaats: "Ik las één dezer dagen nog eens met instemming iets van hetgeen destijds in het boekwerk 'De weg naar vrijheid' werd geschreven (waarvan Den Uyl één van de voornaamste auteurs is geweest), en waarvan ik hoop dat enkele passages bij voortduring het Nederlandse socialisme zullen blijven inspireren. 'De westerse wereld zal deze strijd voor de vrede en het uitzicht op een vrije wereld alleen kunnen voeren wanneer zij gedreven wordt door de vaste overtuiging, dat de verhoudingen binnen de westerse wereld waard zijn om verdedigd te worden.
Deze overtuiging moet gevoed worden door een sterk besef van de verantwoordelijkheid die op de mens in de vrije gemeenschap rust' en 'Gezag en door' gezag gehandhaafde orde zijn voor het voortbestaan der mensheid onafwijsbaar.
Zij zijn bovendien essentieel voor het bestaan der vrijheid. Zonder gezag, zonder orde is geen vrijheid denkbaar'." (206) Van een geheel ander karakter is een rede, gehouden in de St. Laurenskerk te Afkmaar, medio 1978, met het doel te starten met een geldinzameling voor het restaureren van het orgel van die kerk. Het is opmerkelijk zo lichtvoetig en toch consciëntieus dr Zijlstra spreekt over kerken en orgels. Te mooi om hier achterwege te laten is een citaat van wat Betje Wolff verontwaardigd zegt over psalmgezang en orgelbegeleiding "De schout zijn vrouw verstopt haar ooren om zijn gegier niet aan te hooren waneer hij Davids psalmen zingt."
maar dat was gelukkig niet het einde van alles, want zeker vier- tot vijfhonderd orgels zijn uit het verre verleden behouden gebleven en om aan dat behoud mee te werken, wilde Zijlstra zich graag inzetten.
Hoewel niet het gehele boek de revue gepasseerd is, maar zo hier en daar de aandacht op is gevestigd, zal voor ieder mijn conclusie duidelijk zijn: het is een interessant boek, een belangrijk boek, waardevol in velerlei opzicht. Het lezen (en bezitten) bijzonder waard.