Heilsverwachting in zang en dans
1979-08-31
Toen Nehemia, met machtiging van Babels koning, de muren van Jerusalem kwam herstellen, verdacht zijn collega-landvoogd Sariballat hem ervan, dat hij die "oude rebellistische vesting"- Jaargang 23
- nummer 32
weer ging oprichten, Maar Nehemia was een eerlijk man. Die had geen voorwendsels nodig.
Hij wist dat Israël's God zijn beloften houdt: Hij zou opstaan, zich over Sion ontfermen, wanneer de bepaalde tijd (70 jaar) gekomen zou zijn 1). Want Nehemia had oprecht verdriet getoond over de verwoeste tempel, de puinhoop die van de Godsstad over was 2)., Welnu, de Heere hééft Jerusalem herbouwt en is opnieuw in zijn heerlijkheid verschenen in zijn tempel. De heidenen hebben het gezien en hebben gevreesd. En het is opgeschreven voor ons, die nog komen moesten, opdat wij op onze beurt de God des verbonds prijzen en vertrouwen 3).
Het ging anders niet gemakkelijk. Wel verliep alles volgens Nehemia's plan. Binnen acht weken waren de muren hersteld en de poorten opgehangen: Jerusalem was weer een gesloten stad, een vesting 4). Maar de metselaars en stenensjouwers hebben de wapenen letterlijk bij de hand moeten houden, hadden dubbele diensten.
Nehemia kwam al die weken niet uit de kleren. Het landvolk moest 's nachts binnen de muur komen en wacht lopen. De intimidatie, collaboratie en dreigingen waren niet van de lucht. Nehemia had zelfs, omdat het volk zo ver verspreid werkte, de order gegeven: bij dreigend gevaar verzamelen bij de hoornblazer.
En die hoornblazer was steeds in zijn onmiddellijke nabijheid 5). Nog vandaag wordt in Jerusalem's museum een steen bewaard met het opschrift: richting hoornblazer!
Maar eenmaal waren de bressen gedicht, de poorten opgehangen. Toen ging Nehemia, samen met de 'priester Ezra, het volk voor teneinde de stad "in te wijden", opnieuw aan Israël's God te wijden. Dat is een feest geworden, het navertellen waard.
Eerst reinigden zich de priesters en levieten.
Toen reinigden die het volk, de poorten en de muur. Want de Heere wil een heilig, een fris en schoon volk hebben; zijn woning moet er verzorgd uitzien. Reken maar dat alle overtollige puin weggewerkt is, dat de bezwete lichamen verschoond zijn en dat de stad een keurig aanzien kreeg.
Toen voerden Nehemia en Ezra een groots plan uit. Een plan, dat zeventig jaren van ballingschap zou doen vergeten. Een plan, dat tegen de zeventig sabbathsjaren opwoog. De opzet was deze: er werden twee grote koren op de stadsmuur opgesteld, die in tegengestelde richtingen de stad rond zouden trekken. Daarbij werd niet alleen de vernieuwde stadsmuur in zijn geheel geïnspecteerd - maar werd een optocht gehouden, werden tempelliederen gezongen, werd gedanst en gespeeld. En aan het slot van de omgang zouden de twee stoeten ontbonden worden bij de tempel, om op tempelplein, tempeltrappen en naaste omgeving het hoogtepunt van een volksfeest te vinden.
Als u het kaartje van de vorige week volgt, wordt alles duidelijk. We kunnen namelijk aannemen, dat beide stoeten begonnen zijn op de Dalboort (1), waar ook Nehemia destijds zijn inspectietocht was begonnen. Het eerste koor trok in de richting Aspoort (2). Ezra voorop, de priesters voor een deel met de zi'lveren trompetten, dan de muzikanten met hun harpen en citers, "instrumenten· der muziek Gods" 6), de zangers met hun cymbalen, waarmee ze de rijm-accenten beklemtoonden. Zangers en speellieden waren uit hun dorpen rondom Jerusalem opgeroepen tot hun heilige dienst. De zangers traden aan onder leiding van Mattanja en andere zangmeesters, "om lof en prijs aan te heffen". De helft der stadsoversten en van het volk kwam achter de muziek aan.
Van de Aspoort ging het naar de Bronpoort (3). Dan schreed men de trap op naar de burcht Sion (11), defileerde langs het lege paleis van David en ging verder naar de Waterpoort (12). Van daar kon men, vlak bij, de tempel zien liggen. Van daar ook zag men de tweede optocht aankomen.
Die tweede cortège was namelijk ook van de Dalpoort (1) vertrokken, maar in de andere richting. Over de stadsmuur gaande was men met de andere helft van de priesters, met de zilveren trompetten en Nehemia zelf voorop, met muzikanten en zangers, ook met de helft van de stadsvorsten, in Noordelijke richting gegaan.
Dat feest ging langs de Bakoventoren (9), over de Brede Muur (8), over de Oude Poort (7) en de Vispoort (6), langs de Mea-toren en de Hananeëltoren (5) tot aan de Schaapspoort (4). Van daar uit hadden ook zij van nabij het gezicht op de tempel en op de andere stoet.
Bij deze kilometers lange tooht zongen de koren om beurten, speelden de muzikanten of bliezen de priesters op de trompetten. Ook zullen ze bij tijden wel geluisterd hebben naar de andere optocht, die van verre te horen was.
Want zo goed als de hoornblazer bij alarm overal hoorbaar moest zijn, kon men de priesterlijke trompetten en de mannenstemmen ongetwijfeld van waar ook op de stadsmuren beluisteren.
En bij het woord "optocht" moeten we niet aan een militaire mars denken, zijnde de kortste weg van punt A naar punt B. Een tempelrei is namelijk een dans: vooruit, achteruit, lofzang; vooruit, achteruit, muziek; vooruit, achteruit, trompetten.
Zo heeft die "inspectietocht" uren geduurd.
Sanballat en de andere dwarsliggers moeten er naar zijn komen kijken, want het feestgedruis was van verre hoorbaar 7). Ook de heidenen keken er van op: dat Israël's God zijn beloften houdt: daar kon geen afgod tegen op. En zijn volk danste uh alle macht en met vrolijk hart, juichte en vulde de levietenzang aan met zijn amen's en halleluja's uit Davids dagen.
Toen eindelijk beide optochten nabij de tempelruïnes gekomen waren, stelde Nehemia hen op het tempelterrein op. Er werden offers gebracht op deze heilige plaats. Iedereen was er voor uitgelopen: vrouwen en kinderen deelden in de vreugde 8). Rijke offers, rijke vreugde.
Wat zal men gezongen hebben? Dat laat zich zo maar raden. Eerst wat David had ingesteld: "loof de Heere want Hij is hoog verheven. Zijn goedheid duurt in eeuwigheid". Misschien ook wel Psalm 137, de herinnering aan de harpen, die in Babel aan de wilgen waren gehangen.
Waarschijnlijk ook wel Psalm 147: "Looft de Heere want Hij versterkt de grendels van uw poorten en zegent uw nageslacht. De Heere herbouwt Jerusalem, verzamelt de ballingen.
Psalmzingt onze God met de citer".
De tempel moest nog herbouwd worden. Dat zou nog een lange weg worden van bloed, zweet en tranen. Maar de Messias kon komen: nakomelingen van David woonden weer in de Godsstad. De Messias-verwachting bloeide mateloos op in dans, zangen spel.
Korte tijd later heeft het volk zijn heidense vrouwen en kinderen weggestuurd, werden de geslachtsregister vernieuwd, werd vastgesteld: deze en die is ingeborene van Gods volk 9). En dansende langs de stedelijke watervoorziening van Hizkia aan de Bronpoort, die nu binnen de vernieuwde muren veilig gesteld was, zong men: al Gods bronnen zijn in u, Jerusalem.
Water des levens is weer aanwezig. Gods stromen verheugen de stad. God is in haar midden.
Nu wankelt zij niet 10).
1) Ps. 102: 14, 15 - 2) Nehem. 1: 4 - 3) Ps. 102: 17, 19 - 4) Neh. 6: 16 - 5) id. 4: 18, 20 - 6) id.
12 : 27 - 7) id. 12: 43 - 8) id. 12: 40 - 9) id. 12: 23 en 7 : 64 - 10) Ps. 87 en 46.