JEREMIA
1979-08-31
Wanneer het babylonische leger vertrokken is met de ballingen en de buit en er alleen nog wat verspreide garnizoenen van het bezettingsleger overgebleven zijn, beginnen wat officieren en manschappen van Israël bij Gedalja binnen te druppelen. Ze hadden in het bergland van Juda dienst gedaan en hadden kans gezien aan de greep van de Babyloniërs en de krijgsgevangenschap te ontkomen. Dat was hun gelukt door wat rond te zwerven in streken die buiten de actie-radius van het babylonische leger lagen.- Jaargang 23
- nummer 32
Maar nu dat leger uit Juda vertrokken is, komen ze weer voor de dag en melden zich bij Gedalja in Mizpa om met hem te overleggen wat hun te doen staat.
Het is niet onmogelijk, dat bij sommigen van hen allerlei ideeën leefden om de strijd tegen Babel voort te zetten, b.v. door de wijk te nemen naar Egypte en daar het leger te versterken, of iets dergelijks. In ieder geval zijn ze bang voor het nieuwe begin in Juda, Daarvoor moeten ze zich nl. aan de Babyloniërs onderwerpen.
Maar wie garandeert hun, dat zij dan niet alsnog naar, Babel getransporteerd zullen worden? Wie garandeert hun dat dat nieuwe begin ook werkelijk een nieuw begin is en dat zé hun hoofd niet juist in de strop steken?
Dan blijkt duidelijk Gedalja's instelling.
Hij klemt zich niet vast aan het verleden, maar gaat uit van het nieuwe begin. Maar hij blaast dat ook niet buiten proporties op. Wees niet bang ie aan de Babyloniërs te onderwerpen, zegt hij. Blijf gerust hier in Juda.
Zoek geen andere oplossingen. Dan zal het jullie wèl gaan. Vestig je waar ie wilt in het land. En zamel de oogst in. Dat is jullie levensruimte en het nieuwe begin dat God wil geven.
Gedecimeerde gemeente
Gedalja belooft hun geen gouden bergen.
Hij is zich ervan bewust, dat het nu niet de tijd is voor grootse dingen of voor pogingen toch nog een stuk politieke zelfstandigheid te verwerven of voor politieke ambities. Die wegen heeft God afgesneden. Wat Hij wel wil geven, is een stil en gerust leven: ruimte om akkers en wijngaarden te verzorgen.
Dat is voorlopig het toekomstbeeld van Gods volk in Juda. Dat is de taak en de plaats voor de gedecimeerde gemeente. Het is geen indrukwekkend bestaan. Het is geen bestaan waar iedereen met verbazing en bewondering naar kijkt, Maar het is wel een gezegend bestaan.
Zo'n weinig indrukwekkend en pretentieloos bestaan is niet altijd de roeping van Gods volk. Er zijn ook tijden in de geschiedenis aanwijsbaar, waarin God zijn volk wel een dominerende plaats geeft en waarin het de toon aangeeft in de wereld. Zo was het in de tijd van David en Salomo.
Toen had Gods volk ook in de internationale politiek wat in de melk te brokken en oefende het invloed uit op de omgeving en de omwonende volken.
Zo'n tijd hebben wij in Europa ook gekend. Toen stempelden de kerk en de christenen het openbare leven.
Toen werd de publieke gedragsorde voor een belangrijk deel door christelijke normen bepaald. Die tijd ligt achter ons.
Ter illustratie daarvan een frappant voorbeeld, In Nazi-Duitsland lanceerde Hitler in de dertiger jaren een euthanasieprogramma, dat geleidelijk aan in praktijk gebracht werd. In het kader van dat programma zijn tienduizenden demente en zwakzinnige bejaarden en verpleegden gedood, evenals gehandicapte kinderen en patiënten in concentratiekampen. Volgens de Nazi-ideologie. moest het zwakke leven, dat volgens deze ideologie geen volwaardig leven was en geen kans had volwaardig te worden, uit de weg geruimd worden, Toen deze toepassing van euthanasie buiten Duitsland bekend werd, was de verontwaardiging algemeen. Inde na-oorlogse processen werd er ook het oordeel over uitgesproken. En een zekere dr Brandt die er een leidende rol bij had gespeeld, werd ter dood veroordeeld. Dertig jaar later is de publieke opinie over het opzettelijk beëindigen van wat men onvolwaardig leven noemt, scherp aan het wijzigen.
Er gaan steeds meer stemmen op, die de euthanasie willen legaliseren, zij het dan voorlopig nog met bepaalde restricties. De Nazi's verloren de oorlog. Maar op dit punt begint het zaad dat ze zaaiden, vrucht te dragen.
Dit is slechts één voorbeeld waarin uitkomt dat de christelijke normen hun invloed verliezen en niet meer maatgevend zijn voor de samenleving.
De invloed van Christus' gemeente op de omgeving en het publieke leven is vrijwel uitgeschakeld. Het afbraakproces van de christelijke normen is in volle gang en voltrekt zich verbluffend snel. We staan bij de ruïnes van een christelijke samenleving, zoals Gedalja bij de ruïnes van de tempel en van Jeruzalem.
Geen restauratie
Er worden nog wel vertwijfelde pogingen gedaan om de verloren gegane greep op de ontwikkelingen terug te krijgen en te verstevigen. Men probeert dat vaak door politisering en secularisering van het évangelie en van kerkelijke programma's. Op die manier probeert men dan nog een kleine vinger in de pap te houden.
Maar wat er zo in werkelijkheid gebeurt, is een aanpassing aan de tendenzen die het evangelie ondermijnen.
En het resultaat ervan is een verhaasting van het afbraakproces en een vergroting van de catastrofe.
Maar dat is niet de manier om een nieuw begin te maken bij puinhopen.
Wie een nieuw begin wil maken, moet niet de chaos en de verwarring nog groter maken. Hij moet beginnen met het accepteren van de puinhopen als een feit, als een gegeven. De HEERE heeft ze gemaakt. Ze zijn het gevolg van zijn oordeel over de zonden van zijn volk. Dat oordeel moet je aanvaarden.
Je moet niet doen alsof het niet gebeurd is en alsof het nog niet zo erg is. Je moet niet denken dat er nog wel wat met di'e puinhopen te beginnen is en dat ze wel wat opgelapt kunnen worden. Daar is het dan nI. de tijd niet voor. Bebouw akkers en wijngaarden, zegt Gedalja, Zamel wijn en vruchten en olie in.
Daar ligt de opdracht. Zo maak je een nieuw begin bij puinhopen. Start geen ambitieus restauratie-plan maar doe gewoon wat de hand vindt om te doen: het simpele werk van elke dag.
De officieren en manschappen laten zich door Gedalja overtuigen. Wat een zegen is het, als Gods volk een leider heeft die zijn tijd verstaat, die oog heeft voor Gods handelingen en Gods wil en die dan ook zo weet te spreken en op te treden, dat men hem volgt.
Dat doen de officieren nl. En er komen nog meer Judeeërs, die gevlucht waren naar Moab en Ammon en Edom, weer terug naar Juda. En ook zij doen wat Gedalja zegt.
Zo hebben ze geen groots leven. Er worden geen indrukwekkende dingen gedaan. Wat daar in Juda gebeurt, zou de kranten-pagina's en de actualiteiten-rubrieken van de t.v. niet halen.
Maar het is wel een gezegend leven. Dit nieuwe begin heeft de goedkeuring en zegen van Jahweh: ze zamelden zeer overvloedig wijn en vruchten in. Zeer overvloedig. Het is geen invloedrijk bestaan. Maar wel een bestaan zonder gebrek, een stil en gerust leven. Daar zorgt de HEERE voor.
Troebel water
Denk niet, dat zo'n nieuw begin niet het doelwit wordt van de satan en dat het zonder aanvechtingen verloopt.
Er worden wel degelijk pogingen gedaan om het te verstoren.
Tussen de teruggekeerde officieren bevindt zich ook een zekere Ismaël, een telg uit het koningshuis van David.
Er zijn altijd mensen die in troebel water willen vissen. Ismaël is er een van. Hij had zich laten inpalmen door Baälis, de koning van Ammon.
Die was er helemaal niet mee ingenomen dat er in Juda toch weer een stadhouder was aangesteld door de Babyloniërs. Dat betekende immers dat hij zijn invloedssfeer niet over Juda kon uitbreiden.
Baälis was natuurlijk een vazal van Nebukadnezar. Maar hij wilde als vazal toch wel graag zoveel mogelijk invloed zien te krijgen. Dat kon hij niet bereiken door op eigen houtje oorlog te gaan voeren tegen Gedalja.
Dat zouden de Babyloniërs nooit goedvinden. Maar hij kon het wel proberen door middel van intriges.
Daarvoor had hij Ismaël in de arm genomen. Het plan was dat Ismaël een samenzwering tegen Gedalja op touw zou zetten en hem zou doden.
Daarna zou Ismaël het bestuur over de Judeeërs op zich nemen, uiteraard onder verantwoordelijkheid van Baälis.
Op die manier zou Juda dan onder de invloedsfeer van Ammon komen.
Een manier, die de Babyloniërs vermoedelijk. wel door de vingers zouden zien.
Wat Ismaël bewogen heeft zich voor het karretje van Baälis te laten spannen, wordt niet vermeld. Misschien is daarbij van invloed geweest, dat Gedalja geen afstammeling van David was. Misschien ging hij uit van de gedachte, dat het stadhouderschap door iemand uit het huis van David moest worden bekleed. En het zal wel zijn bedoeling geweest zijn zich niets meer van Baälis aan te trekken, zodra hij Gedalja eenmaal uit de weg geruimd had.
In ieder geval is hij niet tevreden met het nieuwe begin dat God gaf. Hij wil meer. Hij wil macht en invloed.
Hij heeft niets geleerd van de puinhopen en van Gods oordeel.
Integriteit
Ismaël houdt zijn plan niet lang geheim.
Hij zal wel geprobeerd hebben ook andere officieren in het complot te betrekken. Maar dat lukt niet. Ze gaan naar Gedalja en brengen hem van Ismaëls bedoeling op de hoogte.
Maar Gedalja gelooft niets van hun verhaal.
Dat pleit alleen maar voor de integriteit van Gedalja. Want alleen wie zelf op geen enkele manier op macht uit is en geen spoor van machtswellust kent, kan zo reageren op duidelijke aanwijzingen van een complot. Gedalja kan zich niet voorstellen, dat ook maar iemand hem zou willen doden om zijn positie over te nemen. Het is immers helemaal geen aantrekkelijke positie. Je hebt er alleen maar kopzorgen van. En wat stelt het nu helemaal voor! Er is geen enkele glorie of luister of status aan verbonden. Het is volkomen onmogelijk dat iemand hem die positie benijdt.
Jahanan probeert hem nog te overtuigen en wijst hem ook op het gevaar voor de bevolking van Juda, We zijn opnieuw begonnen, betoogt hij, en het gaat goed. Maar als Ismaël zijn plan kan volvoeren, stort het nieuwe begin in elkaar. Dan gaat ook de rest van Juda te gronde. Dan blijft er helemaal niets meer over.
Johanan biedt aan dat hij met Ismaël zal afrekenen. Maar Gedalja wijst dat voorstel verontwaardigd van de hand.
Hij wenst de goede trouw van Gedalia niet in twijfel te trekken. Gedalja wordt daar alleen maar sympathieker door. Hij is inderdaad een integer figuur.
Hij is zo integer, dat hij er gewoon wat wereldvreemd door wordt.
En zulke mensen worden helaas maar al te vaak het slachtoffer van hun integriteit.
Dat is ook bij Gedalja het geval.