Nederlands Gereformeerd (1)

1979-09-07
  • Jaargang 23
  • nummer 33
Het Informatieboekje
Keurig verzorgd en zorgvuldig bewerkt ligt het weer vóór ons, het Informatieboekje van onze kerken voor het jaar 1979. Een waardig visite-kaartje voor ieder die er naar grijpt. De redakteur, ds G. Janssen, vermeldt in het voorwoord dat het boekje thans de naam voert van de kerken, zoals die op de Landelijke Vergadering van 19 mei j.l. te Wezep is aangenomen: .Informatieboekje van Nederlands Gereformeerde Kerken. Maar had er dan niet moeten staan: ... van de Nederlands Gereformeerde Kerken?
Ik weer niet of er te Wezep over dat bepalend lidwoord 'de' afzonderlijk gesproken is. Maar m.i. is het gebruik ervan in gevallen als deze vereist, ongeacht de vraag of er al dan niet een beslissing over genomen is. Zoals het opschrift nu luidt, kan het misverstand wekken.
Alsof het zou gaan over kerken die elkaar in dit boekje toevallig als nederlands gereformeerde kerken ontmoeten, zonder dat zij verder in een kerkverband samenleven.
Als er zou staan: ... van de Nederlands Gereformeerde Kerken, dan zou duidelijk zijn dat 't gaat over kerken die ook buiten dit boekje om iets met elkaar uitstaande hebben. Hetgeen ook ongetwijfeld zo is.
Ook het woordje 'van' (Informatieboekje van Nederlands Gereformeerde Kerken) zou misschien beter vervangen kunnen worden door 'over' of "ten dienste van'. Zoals 't er nu staat, wordt de indruk gewekt dat het boekje in opdracht van onze kerken verschijnt, terwijl het hier gaat om een vrije onderneming van uitgever en redaktie. Een onderneming en dienstverlening overigens, die wij hogelijk op prijs stellen.
Maar het moet toch even aangestipt worden dat wij onder de lijst van landelijke commissies, deputaatschappen etc. op pg. 125 v.v. er geen aantroffen die belast is met het verzorgen van het Informatieboekje.
Dit betekent bijvoorbeeld, dat de oordelen die in dit boekje 'over verschijnselen in ons kerkelijk leven worden uitgesproken, zowel ten positieve als ten negatieve, particulier en niet officieel zijn, hoe brede weerklank ze in de kerken zelf misschien ook mogen vinden.
Maar, om nog even op de naam van de kerken in de titel van het boekje terug te komen, ik denk dat we hier te doen hebben met voorzichtigheid en broederzin. Dat men ten overstaan van sommige kerken die nog wat aarzelen inzake het kerkverband, de bereikte naam niet al te triomfantelijk heeft willen binnenhalen door er maar op eigen houtje het bepalend lidwoord vooraan te plakken en dat men daarom aan onduidelijk nederlands de voorkeur gegeven heeft. Als dat zo is, vind ik het lief. Maar, zoals gezegd, de nederlandse taal vraagt hier om dat woordje 'de', onverschillig of daar een besluit over is of niet.

Onze naam
Wat nu de nieuwe naam zelf van onze kerken betreft, men kan van mij weten, dat ik daar niet op zat te wachten. Van mij had de naam wel mogen blijven zoals die was: gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband). Niet dat ik tegen een kerkverband ben (vanwege dat 'buiten verband'), maar de herinnering aan die twee feiten, vrijmaking en buitenverbandstelling, had ik wel duidelijk willen zien vastgehouden.
Om zo als dubbel gewaarschuwde kerken in een nieuw verband verder te gaan. 't Is waar, de oude naam had iets geschondens.
Maar dat geeft ook precies onze werkelijkheid weer. Wij zijn kerken met diepe kerkverbandelijke wonden.
Toch ben ik, nu de nieuwe naam er eenmaal is, ook wel weer blij.
Hij gaat er ook verbazend snel in, is mijn indruk. Dat hebben wij wel mede aan de heren kerkjournalisten te danken en je kunt hun moeite met de oude naam ook goed verstaan. Waarom ben ik er blij mee? Dat heeft een geestelijke reden.
Ik weet dat er onder ons zijn, die aan de oude naam de gedachte van voorlopigheid verbonden. En nu heeft zich door het kiezen van een naam ons kerkelijk apart staan geconsolideerd. Er is nu heus een nieuwe kerk bij gekomen in ons land. Dat spijt hen.
Nu, mij spijt dat niet. Die voorlopigheid begon ons kerkelijk besef aan te vreten. "Wie zijn we eigenlijk?" vroegen de mensen en ze liepen er emotieloos en soms zelfs gedachteloos bij weg. Nu we een nieuwe naam aangenomen hebben, zijn er ook die afhaken, ik weet het.
Maar dat vertrek is niet gedachteloos en heeft dus het voordeel dat 't onze identiteit verstevigt. En deze identiteits-versteviging hebben wij nodig, ais vast staat dat wij te midden van de gereformeerde gezindte een eigen plaats en een eigen taak hebben.
Ik ben me ervan bewust dat ik niet ieder aangenaam ben door te spreken van een eigen identiteit. Met name degenen die ijveren voor eenwording met de Christelijke Gereformeerde Kerken zullen vrezen dat daardoor de zaak van de fusie op de lange baan geschoven wordt.
Toch zullen ook de grootste optimisten onder hen moeten toegeven, dat eenwording van deze twee kerkengroepen geen zaak is van vandaag op morgen. Dat daar best nog een paar jaar mee gemoeid kunnen zijn. Voor ons echter zouden deze jaren schadelijker zijn dan voor de Christelijke Gereformeerden. Die hebben hun identiteit al. En wij zouden ons daar niet om mogen bekommeren? Als het echt gaat om het eenworden van twee kerken-groepen en niet om het opgaan van de ene groep in de andere, dan zullen wij moeten zorgen voor een stevige onderhandelingspositie. Dan moet identiteit tegenover identiteit staan. Anders zal het toegeven een noodzakelijkheid bij fusering - geheel van één kant moeten komen en dat is dan de onze.

Onze identiteit
Maar een eigen identiteit, is die er wel en - belangrijker vraag - màg die er wel zijn? Als kerk mag je toch eigenlijk alleen maar christelijk zijn, in die zin dat ieder christen zich bij je thuis moet kunnen voelen? Dat je daarbij dan ook nog gereformeerd bent dat is toch om geen andere reden dan juist om bijbels en christelijk te zijn? Wij kennen allemaal dit redeneerloopje goed, maar het is niettemin onhoudbaar.
Het onderschat de betekenis van het feit, dat christenen op onderscheiden punten van het geloof aanmerkelijk van elkaar kunnen verschillen. De meest christelijke baptist krijg je niet in een gereformeerde kerk, waar ze zuigelingen besprenkelen. En toch houdt hij daardoor niet op christelijk te zijn. Er zit voor een christelijke kerk dus niets anders op dan dat zij óf haar eigenheid erkent en die dan op christelijke, niet sektarische wijze voorstaat óf wel zichzelf opheft en haar leden aanraadt zich over de bestaande kerken te verspreiden. De binnenverbanders die met hun pretentie van de enige ware kerk te zijn aan dit dilemma denken te ontkomen, hebben niet door wat een sterke eigenheid zij bezitten. Nu ik er uit ben, valt mij dit pas goed op. De knop van de radio omdraaiend heb ik maar twee zinnen nodig om de spreker ervan als binnenverbander thuis te brengen.
Is het enkel bijbels geluid dat zij voorbrengen? Het hángt er wel mee samen, maar het vált er niet mee samen. Het heeft wel degelijk iets eigens. Iets juridisch, zou ik het bijna willen noemen. En aangezien dit aspect in andere kerken schromelijk verwaarloosd wordt, ben ik best blij met dat geluid, maar het voor het enige houden,nee, dat kan ik niet (meer).Maar wat is nu onze eigenheid? Is die gevat in de naam Nederlands Gereformeerd? Want over die naam hebben wij het toch? Nu, ik vind de oude naam dan toch meer typerend. Maar voor mij behoeft het typerende niet in de naam aangeduid te zijn. Wel is het zo, dat als een kerkengroep na lang aarzelen een vaste naam kiest, je de conclusie mag trekken dat zij zichzelf als een eigenheid beschouwd die bestaansrecht heeft. De oude naam was meer lot dan keus. De nieuwe naam is bewust aangenomen.
Dus mag je ter gelegenheid daarvan vragen: hé, jullie zien jezelf blijkbaar zitten. Waarom? Wat is jullie bestaansreden? Niet nu meer de ontstaansreden alleen maar de bestaans- en voortbestaansreden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief