Met P.I.T. op pad - màar waar blijven onze kerken?

1979-09-07
  • Jaargang 23
  • nummer 33
In de laatstverschenen krant van het Protestants Interkerkelijk Thuisfront las ik de financiële verantwoording over het boekjaar 1977-1978.
En ik schrok èn scháámde me toen ik zag wat er vanuit onze kring gegeven werd.
Mag ik enkele cijfers doorgeven?

(zie afbeelding)

Het is om je ogen bij uit te wrijven.
Wat zit erachter dat de bijdragen vanuit onze kerken vergeleken bij die van andere zo miniem zijn?
Principiële redenaties? Formele bezwaren?
Onbekendheid met het werk? Onverschilligheid tegenover de zorg voor militairen?
Wat dóen onze kerken voor de medemens in militaire dienst?
Wat kóst het die kerken?
De vijf legerpredikanten uit haar- midden worden door het rijk betaald.
Kan er dan niets af voor de "infrastruktuur" voor de zorg voor wie in dienst zijn?
Is de financiële steun aan het werk van de Protestantse Militaire Tehuizen en van de Protestantse Geestelijke Verzorging dan geen taak van de kerk?
Ik kan allen maar vragen stellen en ken de antwoorden, die er in onze kring op gegeven zouden worden, niet.
Maar ik kan alleen maar concluderen, dat er iets niet klopt.
Zou daar geen verandering in kunnen komen?
Kunnen wij, geestelijke verzorgers, daar iets aan doen?
En wat doen de kerkeraden er aan wanneer ze over het werk van het PIT benaderd worden?
In de week van 10 tot 15 september wordt weer de jaarlijkse straat- en deurkollekte voor het PIT gehouden.
En bijdragen kunnen altijd opgestuurd worden (prk. 5163 t.n.v. P.I.T. Te Rijswijk), Wellicht kan onderstaand artikeltje, dat ik voor dezelfde PIT-krant schreef, nog wat nodige informatie verschaffen.

Met PIT op pad - Waar is dat nog voor nodig?

"Goedenavond mevrouw, zou u iets willen geven voor het PIT?"
"Het Pit? Nooit van gehoord. Wat is dat nu weer?"
"Da's een samenwerkingsorgaan van mensen en instellingen die veel voor de militairen doen."
,,0, als het voor de militairen is wil ik wel wat geven hoor."
“Dankuwel, mevrouw".
"Goedenavond, hebt u misschien iets voor de verzorging van de militairen over?"
"Militairen? Nee, ik voel niets voor het leger. Daar krijgen ze van mij geen cent voor."
"Maar het geld is niet voor het léger bestemd, het is voor de mènsen in het leger."
"Nou ja, maar het is toch voor militairen en ik ben falikant tegen militarisme."
"Maar mensen die in het leger zitten zijn daarom nog geen militarist. De meesten móeten in dienst, of ze nu willen of niet."
"Dan moeten ze maar dienst weigeren. Nee, hier geef ik niets voor. Doet u verder maar geen moeite." "Jammer dat u er zo over denkt. Goedenavond."
"Dag meneer, ik kom voor de Pit-kollekte:": ,,0, met Pit op pad, hè? la, dat heb ik vroeger ook gedaan. Ik wist niet dat daar nog altijd voor gekollekteerd werd. Is dat geld nog steeds voor het militaire tehuis bestemd? Ik zat toen ik in dienst was elke avond in het PMT."
"Nou, wat ik er van weet is dat er ook geld naar het vormingscentrum gaat en naar de geestelijke verzorgers; die krijgen er bijvoorbeeld videoapparatuur en zo van."
"Zo, dat is nog wel wat anders dan in mijn tijd. Maar 't lijkt me wel prachtig om mee te werken, zeg. Goeie zaak. Even m'n portemonnaie halen ... "
"Meneer, dank u zeer. Fijn dat u het Pit nog niet vergeten bent."
"Dag mevrouw, hebt u wat over voor het Protestants Interkerkelijk Thuisfront?"
"Protestants Thuisfront? Nee, wij zijn niet protestants, dus dat is niks voor ons."
"Maar weet u, dat in de protestantse tehuizen alle militairen, wat voor overtuiging ze ook hebben, even hartelijk welkom zijn? En de legerpredikanten zijn er ook voor ieder, die een beroep op hen doet. Die kijken heus niet eerst of iemand wel protestants is."
"la, nu u 't zegt, ik kan me wel herinneren dat mijn zoon ook altijd naar de dominee ging toen hij in dienst was. Kon hij zo goed mee praten.
Dus het is niet alleen voor protestantse jongens? Goed, laat ik toch maar wat in de bus doen."
"Hartelijk bedankt mevrouw."
"Goedenavond, ik kom voor de PIT-kollekte."
"Waar is dat voor?"
" Voor de verzorging van de militairen."
"Maar die hebben het al zo goed. Moeten ze het dan nog beter krijgen?"
"Dit geld is bestemd voor subsidie aan militaire tehuizen en dergelijke."
"Waar is dat nou nog voor nodig. Ze kunnen tegenwoordig toch best zèl] hun kopje koffie en broodje [rikandel betalen?"
"Dat doen ze ook wel. Ze betalen heus veel meer dan in de kantine. De tehuizen zouden zonder die buffetwinsten de zaak niet draaiende kunnen houden."
"Maar vindt II dan dat ze één-vijf-en-zeventig voor een kopje koffie zouden moeten betalen als het in de kazerne maar vijf-en-dertig cent kost? Ik ben bang dat er dan niet veel meer zouden komen."
"En wat dan nog? De meesten gaan toch bijna elke avond naar huis. Er komt vast bijna geen kip meer in die tehuizen."
"Ik weet toevallen dat dat echt niet waar is. Ik kan u verzekeren, dat de tehuizen nog altijd in een grote behoefte voorzien. 't Is er vaak knap druk."
"Nou, ik vind dat ze die soldaten niet zo in de watten hoeven te leggen.
Ze hebben het toch al veel en veel beter dan vroeger. Als ik eraan denk hoe het in mijn tijd was ... "
"Gunt u ze dat dan niet? 't Is toch al niet zo gemakkelijk voor hen om een jaar en nog meer van hun leven kwijt te zijn terwijl het merendeel van hun leeftijdsgenoten niet in dienst hoeft. Daar mag toch best wat tegenover staan, vind ik. Zo lollig is het heus niet voor hen om het leger in te moeten. En daarna moeten ze nog maar zien of ze een baan kunnen krijgen of moeten ze nog met een lange studie beginnen ... "
" Tjonge, u komt wel voor die mensen op zeg. Vooruit, omdat u zo uw best doet me te overtuigen."
"Dank u wel, namens die militairen."
"Hallo, hier ben ik weer. 'k Heb m'n wijk gedaan."
"Hoe ging het?"
"Nou, de meesten gaven wel wat, maar 't gaat niet altijd even gemakkelijk hoor. Er zijn nogal wat die er moeite mee hebben iets te geven. Of ze begrijpen niet waarvoor het is of ze zijn tegen het leger of ze zeggen nee omdat het protestants is ... Het lijkt me makkelijker om voor het Rode Kruis of het Koningin Wilhelminafonds of iets dergelijks te kollekteren.
Dat spreekt tenminste iedereen wel aan."
"Maar dit is toch ook hard nodig, jóh. Stel je voor dat dat geld niet meer binnenkwam. Konden ze de PMT's wel sluiten. Kon een heleboel mooi werk niet doorgaan."
"Weet ik wel. Daarom doe ik het volgend jaar heus wel weer. 't Moet gewoon gebeuren, of we het leuk vinden of niet. 'k Hoop alleen, dat veel meer mensen er zo over denken. We zouden nog zo veel méér kunnen bereiken ... "

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief