Nieuwjaarsdag
1980-02-29
Naar aanleiding van mijn notities in dit blad komt er soms een vraag binnen. Vandaag en volgende week hoop ik twee ervan te kunnen beantwoorden. Ik noemde enkele maanden geleden de kerk van Leerdam: daar was besloten om deze keer geen dienst te houden op nieuwjaarsmorgen. Dit vond ik een goed besluit. Het wordt anders wat te veel van het goede. Voor de predikanten is het een grote opdracht om steeds maar weer voor gaan en zich op dat voorgaan voor te breiden. Ze zijn tenslotte leeg. Tenminste, zo voelen ze dat. En de nieuwjaarsdienst is meestal niet best bezet en de mensen die er wél zijn, kwamen omdat het zo hoort; als de kerkenraad roept, moet je komen. Voor de volledigheid moet ik nu overigens wel zeggen, dat er in Leerdam toch een nieuwjaarsdienst gehouden is. Er was bezwaar gemaakt tegen het besluit van de kerkenraad om dat niet te doen. Zo kwam de vraag naar me toe: hoe komt men aan die dienst, want in de kerkorde staat er niets van! Wel, het was zó: vroeger was de nieuwjaarsdag een dag van knallen en dronkenschap. Het liep de spuigaten uit. Daarom bepaalden de overheden, dat de predikanten die dag dienst moesten houden, ja zelfs twee maal. Dit bevel ging uit tegen de eerste januari 1672. Sommige predikanten en kerkelijke vergaderingenvoelden er niets voor. Zoals de classis van het Groningse Westerkwartier: "de nieuwjaarsdag is niet gefondeert in Gods Woord en niet gepraktiseerd van veeleselfs seer groote en florisante gemeynten, ja te Amsterdam werd nieuwjaarsdach al geheel niet geviert, en waar leest men da Gods volck door bevel van Godt of door ordre van de kercke haar nieuwjaarsdach solemnelijk (plechtig) hebben gecelebreert?” Aldus de classis op 8 maart 1686. Maar de prov. synode van 1687 bepaalde dat de nieuwjaarsdienst ingevoerd moest worden en tot het begin van de 19e eeuw is overal op de eerste januari tweemaal dienst gehouden. Het motief was dus niet: “om als gemeente samen met de Here het nieuwe jaar te beginnen”, maar om de mensen van de straat en uit de kroeg te houden. (Gegevens in G.A. Wumkes, acad. Proefschrift 1904, “De Gereformeerde Kerk in de Ommelanden”, enz.).
- Jaargang 24
- nummer 9