Jezus in de Koran
1980-03-07
Godslasterlijk spreken zij die zeggen dat God Christus is, de zoon van Maria. Zeg: "Wie nu heeft de geringste macht tegenover God, als Hij Christus de Zoon van Maria zijn moeder en allen - iedereen die op aarde leeft - zou willen vernietigen? ... " - Jaargang 24
- nummer 10
Soera 5 : 19
Zeg: "Als (Allah) de Zeer Genadige een Zoon had, dan zou ik de eerste zijn om hem te aanbidden."
Soera 43 : 81
Meer dan wat ook moet in de ontmoeting van Moslims en Christenen de vraag centraal staan: Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij? (Mattheüs 22 : 42) We stuiten, als het om de Persoon van Christus gaat, op overeenkomsten, maar vooral ook op verschillen in opvatting bij MosIims en Christenen. Tegelijkertijd is er, volgens de Schrift zelf, geen enkel punt waarop we minder tot een compromis bereid mogen zijn dan hier! Zie de test van "de geesten" in de eerste Johannesbrief. Belijdt de geest dat Jezus is de Christus?
Zoals gezegd, er zijn bepaalde overeenkomsten tussen de visie van Bijbel en Koran, als het om Jezus gaat. Hij heet steeds "de Zoon van Maria"; bovendien krijgt ook in de Koran Maria van engelen te horen dat ze een zeer bijzonder kind ontvangen zal. Zelf is ze "uitverkoren boven alle vrouwen van alle volkeren" (3: 42). God heeft haar gekozen en haar gezuiverd - Maria is een zuivere vrouw, de enige trouwens die in de Koran bij name genoemd wordt. De engelen delen Maria mee: ,,0 Maria, Allah geeft u blijde boodschap van een Woord van Hem: zijn naam zal zijn Jezus Christus, de zoon van Maria, in ere gehouden in deze wereld en de wereld Hierna en (in het gezelschap van) hen die het dichtst bij Allah staan." (3 : 45). Als ze dat heeft gehoord, zegt Maria: ,,O mijn Heer, hoe zal ik een zoon hebben, als geen man me heelt aangeraakt?' Hij zei: "Desondanks. Allah schept wat Hij wil. Als Hij een plan heeft uitgevaardigd, hoeft Hij slechts te zeggen: "Wees" en het komt tot aanzijn"." (6: 47) In een paralleltekst.
in Soera 19, komt een engel in de gedaante van een man tot haar en kondigt hij haar "de gave van een heilige zoon" aan. (vs. 19) Haar reaktie: "Hoe zal ik een Loon hebben, aangezien geen man me heeft aangeraakt en ik niet onkuis ben?" Hij zei: "Zo zij het. Mijn Heer zegt: Dat is gemakkelijk voor Mij." (vss, 20 en 21) Gegevens als zou Maria in de tempel zijn grootgebracht, met "een scherm"
tussen haar en het volk, een plaats waar ze in zuiverheid en godsvrucht leven kon, zijn uiteraard buitenbijbels; ze komen in apocriefe evangeliën en gnostieke verhalen wèl voor ...
Maria wordt dus steevast de moeder van Christus genoemd; haar maagdelijkheid lijkt ook te worden vermeld. hoewel daarover in moslimkring - net als in Christelijke kring - nogal eens iets te doen geweest is. Parrinder schrijft daar uitvoerig over in zijn boek. (Zie literatuurverwijzing), (Zie echter Soera 4 : 156 en 23 : 504).
Naast dus bevestigingen van Christus' historiciteit, Maria's moederschap en een maagdelijke ontvangenis, lezen we ook dat Jezus in rijke mate de Geest van God ontving. "Zie (zegt Allah) Ik sterkte u met de heilige geest (zonder hoofdletters, P.v.K.), opdat ge tot het volk spreken zou zowel in uw jeugd als in uw rijpe jaren. Zie ik onderwees u het Boek en de Wijsheid, de Wet en het Evangelie." (5 : 113) In Soera 2 vers 87 lezen we: "Wij gaven aan Mozes het Boek en lieten hem volgen door een reeks Apostelen; we gaven aan Jezus de zoon van Maria duidelijke tekenen en sterkten hem met de heilige geest." Hij is bovendien gekomen om "de Wet" te bevestigen (5 : 49; 61 : 6).
Hij wordt aan het volk Israël gezonden dat probeert "Gods Licht" en ,,(de openbaring van) Zijn Waarheid" uit te doven, ongedaan te maken (61 : 8). Tenslotte wordt Jezus in verband gebracht met Adam, de eerste mens, en met Yahya, Johannes de Doper, zijn voorloper.
Al deze dingen lijken nogal bekend; anders wordt het bij het vervolg. De Koran zegt namelijk zó nadrukkelijk dat Allah de ene God is, de Verhevene, dat er geen enkele kans is Christus voor méér dan een (on)gewoon mens te houden. We noemen nog een paar van die nadrukkelijke teksten: "Geen zoon heeft A11tlahverwekt noch is er enige god tezamen met Hem." (23 : 91) "En zij zeggen: (Allah) de Meest Genadige heeft nageslacht verwekt!' Ere zij aan Hem. Ze zijn (slechts) dienaren die gemaakt zijn om Hem te eren." (21 : 26) Iets later wordt gezegd: "Als een hunner zeggen zou: Ik ben een god naast Hem, dan zouden we diegene belonen met de hel: zo vergelden we degenen die boosheid doen." (vers 29). Een moslim-exegeet tekent hierbij aan: "Dit verwijst naar het Trinitarisch bijgeloof dat God een zoon verwekt heeft en naar de Arabische superstitie dat de engelen Allahs doohters waren. Al deze vormen van: bijgeloof doen tekort aan Gods heerlijkheid. De profeten en de engelen zijn slechts dienaren van Allah. Ze staan hoog in aanzien en daarom verdienen ze onze achting, maar niet ons eerbetoon."
De ergernis die de moslim voelt bij de gedachte dat God een zoon zou hebben blijkt nog meer uit Soera 39 vers 4 en de toelichting in de kanttekeningen: "Als Allah gewenst had tot zich een zoon te nemen, zou Hij er een in wie Hij gunst had hebben kunnen kiezen temidden van degenen die Hij schept: maar glorie aan Hem. (Hij is boven dat alles) Hij is God, de Enige, de Onweerstaanbare," Kommentaar (tet u op!): "Het is godslasterlijk te zeggen dat God een zoon verwekt heeft. Als dat waar was, zou Hij een vrouw gehad moeten hebben en zijn zoon zou van hetzelfde wezen zijn geweest als Hijzelf. Verwekken is een (fysieke) daad die met geslachtsverkeer gepaard gaat. Hoe kan dat idee passen bij Degene die boven alle schepselen verheven is? ... " De Moslims kunnen zich geen AlHah voorstellen die met een vrouw een moedergodin fysiek gemeenschap had. De vraag is alleen: leert de Bijbel dat Ohristus' Zoonschap zó moet worden voorgesteld?
"Het is niet passend voor (de majesteit van) God dat Hij een zoon zou verwekken. Glorie zij aan Hem. Als Hij tot een zaak besluit, hoeft Hij slechts te zeggen: "Wees" en het gebeurt." (19 : 35) Op dit punt is de Koran uiterst konsekwent; geen enkele Ohristen, die aan de hand van een alternatieve Koran-exegese voor Christus een hogere positie zou kunnen argumenteren dan die van een mèns, Gods apostel. Zelf doet Ohristus dat ook niet, volgens een van de merkwaardigste verzen in de Koran, Soera 5 : 119. "En zie. Allah zal zeggen (bij het Gericht op de Jongste Dag?, P.v.K.) O Jezus, Zoon van Maria, hebt gij tegen de mensen gezegd: Aanhielt mij en mijn moeder als goden, daarmee afbreuk doende aan Allah? Hij zal zeggen: Gloria aan U, nooit zou ik dat kunnen zeggen waartoe ik geen recht had. Had ik zoiets gezegd, gij zoudt het geweten hebben. Gij weet wat in mijn hart is, hoewel ik niet weet wat in Uw hart is. Want gij weet ten volle al wat verborgen is."
Zie wat dat betekent! "En op de Dag van het Oordeel zal Hij een getuige tegen hen zijn." (Soera 4 : 159) Christus getuigt tegen ons, die Hem Gods Zoon noemen, volgens de Koran!
Jezus is de helper van Allah (61 : 14), een "voorbeeld voor Israël" (43 : 57, 59), "een teken" (23 : 50), "een Apostel" (5: 78). Hoge titels, ongetwijfeld.
Maar Hij was niet Gods zoon! Hij spreekt over Ai['ah als "mijn Heer en uw Heer". (5 : 75) Hij is "niet meer dan een dienaar". (4 : 171, 172; 43 : 59) Het zoonschap van Christus is het kardinale punt van verschil tussen Christenen en Moslims.
Nog twee dingen moeten vermeld worden, omdat ze belangrijk zijn. Ten eerste profeteert hij zelf een volgende Profeet. En dat is uiteraard Mohammed.
"En herinner, Jezus de zoon van Maria zei: O Kinderen Israëls. Ik ben de Apostel van Allah, tot u gezonden om de Wet te bekrachtigen (die) vóór mij (kwam) en om de Blijde Boodschap te verkondigen van een Apostel die na mij komt, wiens naam Ahmad zal zijn." (Soera 61 : 6) Die "Ahmed" is, u begrijpt het al, Mohammed. Moslims geloven namelijk dat Mohammeds komst op meerdere plaatsen in Oude en Nieuwe Testament voorspeld staat. In de eerste plaats wordt de tekst in Deuteronomium 18, vers 18, op hun Profeet van toepassing geacht. In een voetnoot bij Soera 61 lezen we: "Ahmed" of "Mohammed", "de Geprezene", is bijna een vertaling van het Griekse woord periklutos. In het Evangelie van Johannes, hoofdstuk 14 vers 16, 15 vers 26 en 16 vers 7 wordt het woord "Trooster" gegeven als vertaling van het Griekse paraklètos, dat de Advocaat, degene die wordt geroepen om een ander bij te staan, een goede vriend betekent, liever dan Trooster. Onze theologen menen dat Paraklètos een corrupte lezing is van paraklutos. In het oorspronkelijke woord van Jezus was dit namelijk een heenwijzing naar onze heilige profeet Mohammed, waarbij zelfs diens naam genoemd werd. Zelfs als we echter paraklètos lezen, zou het op de heilige Profeet wijzen, die een "Genade is voor alle schepselen" (21 : 107) en "de meest vriendelijke en meedogende van de gelovigen" (9 : 128)" Ais interessante aanvulling lezen we in een andere noot dat in de teksten in het Johannesevangelie de Heilige Geest, "zoals verstaan door de Christenen", niet bedoeld kan zijn orndat daar gesproken wordt over "de toekomstige Trooster". Dit, "omdat de Heilige geest al aanwezig was, Jezus helpend en leidend." En dus wordt Mohammed bedoeld!
Christus is dus voor Moslims de op één na laatste openbaring van God, iets dat, dunkt me, in de Bijbel zelf toch duidelijk weersproken wordt. Ik denk aan b.v. Hebreeën 1 vers 1 tot 4.
Ten tweede moet vermeld worden dat Moslims erg sterk ontkennen dat Christus gestorven en daarna weer opgewekt is. De context waarin de Koran over Christus' dood spreekt is niet zo duidelijk.
Er wordt gesproken over de Israëlieten, die "goddelijk ongenoegen hebben opgewekt omdat ze hun Verbond verbraken" (Soera 4: 155) Daarna lezen we "dat ze het Geloof verwierpen, dat ze tegen Maria een zware en valse aanklacht indienden (dat ze onkuis zou zijn geweest - de Moslims verdedigen, zoals gezegd, de maagdelijke geboorte, P.v.K.), "dat ze (lal pochend) zeiden: Wij doodden Christus Jezus de Zoon van Maria, de Apostel van Allah. Maar zij doodden hem niet noch kruisigden ze hem, maar het leek hun toe zo te zijn ... nee, Allah verhoogde hem tot Zichzelf; en Allah is verheven in Macht, Wijs." (vs. 157, 158) Ook hier een voetnoot: "De Orthodoxe Christelijke Kerken maken het tot een kardinaal punt in hun leer dat zijn leven aan het kruis werd afgelegd, dat hij stierf en begraven werd en dat op de derde dag hij opstond - in het lichaam, met zijn wonden nog aanwezig -, rondwandelde, sprak en met zijn discipelen at, en daarna lichamelijk ten hemel werd opgenomen. Dit is noodzakelijk voor de theologische leer van het offer van bloed en de plaatsvervangende verzoening voor de zonden. Beide leerstukken worden door de Islam afgewezen. Maar sommige vroege Ohristelijke groeperingen geloofden niet dat Christus aan het kruis gestorven is." (vermelding van volgelingen van Basilides - een gnostiek leraar, P.v.K. - het Docetisme, en de groep rond Marcion) "De onderrichting van de Koran is dat Christus niet door de Joden gedood en gekruisigd is, ondanks bepaalde ogenschijnlijke omstandigheden die in de gedachten van sommigen van zijn vijanden die indruk wekten."
Wat betreft dat "opheffen tot Allah", sommige moslimrichtingen leren dat Hij zonder te sterven tot Allah werd opgeheven en nu lichamelijk in de hemel is. Anderen menen dat hij wel degelijk stierf, maar niet toen hij gekruisigd zou zijn. Het voert te ver om hier alk theorieën te vermelden.
Een van de bekendste, die nochtans niet de officiële Islamitische opvatting is, meen ik, zegt dat Judas in zijn plaats gehangen werd en (ongetwijfeld door AHah's ingrijpen) op Jezus leek. Anderen suggereren dat Sirnon van Cyrene tenslotte aan het kruis gehangen werd ... Jezus zou, op vrij hoge leeftijd, in Kashmir, India, gestorven zijn. Zijn graf en dat van zijn kinderen, kan men daar nog aanwijzen...
Als we de balans opmaken, blijkt dat Jezus een zeer hoge positie in de Koran inneemt, maar dat hij niet goddelijk is, kàn zijn! Hij kan daarom ook niet het door God zelf voorgestelde zoenoffer zijn. Zijn moeder heeft als maagd hem ter wereld gebracht. Dat maakt hem niet per se uniek.
Adam, met wie hij nogal eens vergeleken wordt, werd zelfs zonder vader èn moeder geschapen! Jezus is de profeet voor de Joden, die schuldig zijn aan ongeloof en bovendien ten onrechte menen hem te hebben gedood. De Christenen hebben er schuld aan dat ze hem als Gods zoon beschouwen, tegen zijn eigen onderricht in. De Moslim, zeker de Moslim theoloog, meent de Bijbel goed te kennen en beschouwt zowel Oude als Nieuwe Testament (voor zover goed vertaald) als canoniek. Tegenover Christenen, die de Koran vaak helemáál niet kennen en nog minder als Boek van God èrkennen, meent hij een superieure houding te kunnen aannemen. Maar daarover de volgende keer.
Literatuur
Hèt boek over deze materie - naast de Koran uiteraard - is het boek van Geoffrey Parrinder, Jezus in de Koran. Dit vroeger bij Kok uitgegeven boekje (Boeken bij de Bijbel serie) is vrij recentelijk a1s fotografische herdruk uitgekomen bij Ten Have in Baarn. Het boek behandelt alle plaatsen in de Koran waar van Issa (Jezus) sprake is. Apart bespreekt het de plaats van Maria, het gaat in op de beschrijving van de Aankondiging, de Geboorte, de visie op Jezus' woord en werk, zijn dood, zijn rol in de toekomstverwachting van de Moslims etc. De auteur, die, dunkt me, een zekere voorkennis van de Koran veronderstelt, gaat zeer diep en deskundig op de gestelde vragen in. Wie de Islam bestuderen wil, kan niet om de visie op Christus heen. Wie die bestuderen wil, kan niet om Parrinders boek heen! Het boek telt 150 pp. en kost f 16,50. Zeer aanbevolen.