Een oud liedboek in een nieuwe jas
2012-02-18
Wie het woord psalmen hoort denkt al gauw aan orgelspel, melodieën uit de zestiende eeuw en in het ergste geval zelfs aan hele noten. Aan Calvijn, ouderwetse teksten en woorden die niemand ooit nog gebruikt. Tot mijn verbeelding spraken de psalmen nooit echt.- Jaargang 56
- nummer 4
Gelukkig zijn er mensen die wel worden aangesproken door de psalmen.
De afgelopen tijd hebben verschillende groepen muzikanten en schrijvers de oude liederen opnieuw bekeken en er een geheel nieuwe draai aan gegeven.
Meditatief
Allereerst de Sons of Korah. De band is moeilijk onder een bepaald genre te scharen. Het heeft nog het meest van folkrock met wat oosters aandoende invloeden, en het is opvallend akoestisch, wat de muziek een verstild, meditatief karakter geeft.
Het nieuwste album heet Wait en ‘behandelt’ in dertien nummers vijf psalmen.
Dat lijkt wat weinig, maar de psalmteksten worden dan ook vrijwel helemaal gebruikt, verdeeld over een aantal tracks, waarbij geprobeerd is het karakter van de muziek te laten corresponderen met dat van de tekst. Zo zijn de eerste zeven verzen van Psalm 19 behoorlijk dynamisch en ritmisch, terwijl de tweede helft van de psalm meer introspectief en ballad-achtig is.
Het letterlijk overnemen van de psalmteksten zorgt voor poëtische, mystieke teksten. ‘You kept my eyes from closing in the night, I was too troubled to speak, I was far too troubled to speak’ is toch even iets anders dan onze gebruikelijke berijming van Psalm 77: ’s Nachts doet Gij mijn ogen staren, Denkend (…) aan de dagen van weleer, vindt mijn hart geen woorden meer’ (couplet 2).
Tokkelende gitaren
Muzikaal kenmerken de nummers op Wait zich door lyrisch, rijk, akoestisch gitaarspel, aangevuld met bas, strijkinstrumenten en percussie. Matthew Jacoby’s zang is vrij hoog en helder van klank; af en toe wordt hij versterkt door een- of meerstemmige achtergrondzang.
Veel van de melodieën zijn eenvoudig en repetitief van karakter, maar niettemin origineel in vergelijking met alle ‘four chord songs’ die we door de popmuziekindustrie voorgeschoteld krijgen.
Na een hele cd bekruipt je wel een licht gevoel van ‘ja, nu weet ik het wel’ – dertien nummers lang tokkelende gitaren en verstilde sfeer kan een beetje gaan vervelen. De nummers zijn minder geschikt voor gebruik in kerkdiensten, tenzij ze zouden worden uitgevoerd door een voorzanger. Dus zullen we toch moeten blijven zingen dat we willen aanschouwen ’s Heren lieflijkheid, in plaats van ‘One thing, one thing I seek, to gaze on your beauty o Lord.’ (Psalm 27 vers 3).
Poprock
Een alternatief vormen de Nederlandse psalmvernieuwers. In mijn eigen kerk zijn een paar van de bewerkingen van Psalmen voor Nu (met name die van Psalm 121 en 84) al behoorlijk ingeburgerd.
De meeste nummers die Psalmen voor Nu tot nog toe heeft uitgebracht vallen onder het genre poprock. Veel uptempo, vrolijke nummers, afgewisseld met tragere, melancholieke ballads. Een soort Skyradio-geluid, over het algemeen.
Volle emotionele breedte
De nieuwe cd, Heilig boven alles, zal zoals gezegd in maart uitgebracht worden.
Ook dit album bevat dertien nummers, maar hier is ieder nummer een hele psalm. Inhoudelijk variëren deze psalmen van lofprijzing via smeekgebeden tot tirades van het kaliber ‘God, sla alstublieft de tanden van mijn vijand uit’. De volle emotionele breedte van het psalmboek komt dus voorbij.
In muzikaal opzicht valt meteen op dat Heilig boven alles meer heeft van jazz, rythm ‘n’ blues en soul dan eerdere cd’s van de Psalmen voor Nu. De vocalen doen denken aan black gospel, compleet met achtergrondstemmen, uithalen en blue notes. Verder zijn er veel blazers, funky basloopjes, piano en keyboard te horen – de piano en trompet in Psalm 99 zijn bijvoorbeeld prachtig.
Vlotte taal
In de teksten is duidelijk te horen dat Psalmen voor Nu zich richten op een jong publiek. De psalmen zijn helemaal opnieuw verwoord in modern Nederlands.
Dat levert soms originele vindingen op: ‘U heeft de aarde omgewoeld, u trok het land aan flarden’ (60), ‘Een stem die ik niet kende zei: Ik nam wat zwaar was van je over’ (81), ‘Wrekers mogen niet bestaan, Hij verdraagt hun taal niet meer’ (76), ‘Zet een slot, Heer, op mijn mond, als ik kwaad spreek, smoor mijn stem’ (141). Maar er zijn ook clichés of ronduit vreemde formuleringen.‘ God heeft zichtbaar naam gemaakt’ (76), bijvoorbeeld – hoe maak je zichtbaar naam? ‘U had met ons te doen’ (85) – een clichématige uitdrukking, die het poëtisch gehalte van een liedtekst geen goed doet. ‘Daar kust het recht de vrede op de mond’ (85) – te bedacht, te pretentieus en veel te plastisch.
‘Bomen, geef een staande ovatie’ (96)… Natuurlijk valt over smaak niet te twisten en zou het best kunnen dat anderen aangenaam verrast zijn door de vlotte taal van Heilig boven alles, maar van mij had het wel iets minder hip gemogen.
Een ander minpuntje, zeker in vergelijking met Sons of Korah, is wat mij betreft de zang. Die is niet altijd even prettig om naar te luisteren en op sommige momenten zelfs ronduit irritant: door rare of slordige uitspraak, of al te vet aangezet ohyeah-geroep.
In de gemeente?
En de bruikbaarheid voor samenzang?
Ik denk dat de nummers van Heilig boven alles minder goed door een kerkelijke gemeente te zingen zijn dan eerdere Psalmen voor Nu. Met name de ritmes zijn ingewikkelder geworden en ook de instrumentale solo’s zullen niet zomaar speelbaar zijn voor de gemiddelde kerkband. Maar er zijn ook nummers die, desnoods in een wat versimpelde vorm, best in een kerkdienst gezongen zouden kunnen worden.
Psalm 47, 72 en 81 zijn hier bijvoorbeeld wel geschikt voor.
Christenen die wel eens wat anders willen dan zestiende-eeuwse melodieën en archaïsche woorden krijgen binnenkort dus een mooie gelegenheid om een paar mooie, originele en eigenzinnige interpretaties van de welbekende psalmen te beluisteren. Want bij alle verschillen is dat iets wat Sons of Korah en Psalmen voor Nu gemeen hebben: ze laten allebei zien dat de psalmen uniek zijn in de krachtige uitdrukking van emoties en lofprijzing. En dat ze met een beetje goede wil, jazzy akkoorden en lyrische gitaarloopjes nog heel lang tot onze verbeelding kunnen blijven spreken.
Thereza Langeler studeert Kunst, Cultuur en Media aan de Universiteit van Groningen en is lid van de NGK ter plaatse (Tehuisgemeente).
| Sons of Korah De leider van de vijfkoppige band Sons of Korah, Matthew Jacoby, werd zelf zeer getroffen door de zeggingskracht van de psalmen en stelde zich tot doel om de psalmen van een nieuw, fris geluid te voorzien. De groep bracht in 1999 het eerste album uit en sindsdien zijn er een tiental cd’s en dvd’s verschenen, als ook een boek met bladmuziek. Hun nieuwste cd Wait verscheen in december 2011. Zie verder: www.sonsofkorah.com. |
| Psalmen voor Nu Het project van de Psalmen voor Nu begon in 2002. Op de website staat: ‘De psalmen laten de gelovige alle hoeken van de religieuze binnenkamer zien. De psalmdichters zijn soms ongelooflijk vertrouwd met God, en soms ook huiveringwekkend eenzaam. En alles mag uitgezongen worden, hardop. Omdat God luistert. Wie de psalmen kwijtraakt, lijdt een verlies dat door geen andere liedtraditie kan worden goedgemaakt.’ Hun missie: een nieuwe berijming en nieuwe muziek voor oude psalmen. Het achtste album Heilig boven alles verschijnt volgende maand. Zie verder: www.psalmenvoornu.nl. |