Kruisdragen
2012-02-18
Het blad Kontekstueel kwam met een themanummer (januari 2012) over ‘kruisdragen’. Eén van de artikelen is van de socioloog drs. W.H. Dekker. Hij schrijft o.a. over de manier waarop veel christenen vandaag de kerk ervaren: - Jaargang 56
- nummer 4
De wijkgemeente is tot een mentaliteitsgemeente geworden. De gemeente of kerk wordt gezocht bij de eigen wensen.
Mijn identiteit van het christen zijn wordt niet gevormd door opvoeding en kerk, maar door mijzelf. De gemeente is de expressie geworden van mijn persoonlijke geloof. Ik voel mij hier thuis in plaats van dat ik er mijn thuis vind en ontvang. Zelfs in die delen van de kerk waar de wereld nog het meest wordt buitengesloten, rukt de individualisering nu op. Enkele jaren terug is mij gevraagd om te reageren op de uitkomsten van een onderzoek naar de geloof- en leefwereld van Christelijke Gereformeerde (rechterflank) en Hersteld Hervormde jongeren. De uitkomsten verrasten mij. () Ze zijn vroom. Maar ze snacken geloof en wereld makkelijk door elkaar heen. Het zijn multi-taskende jongeren. Al biddend sms-sen ze ook nog wat.
Ons geloof is, net zoals zoveel andere domeinen van het leven, ook zelf-referentieel geworden. Al reflecterend op mijn eigen behoeften, gedachten, gevoelens en belevenisjes geef ik uitdrukking aan wat ik geloof. () Het geloof wordt meer en meer op het zelf gefundeerd.
Ethisch bezien is een steeds meer in zichzelf besloten ik niet aan te bevelen.
Er zijn weinig ethische systemen waar de moraal afgeleid wordt van het eigen willen. Normen voor het goede leven zijn meestal afgeleid van concepten van het goede leven of gerechtigheid. Levinas neemt ten opzichte van het zelf een diametraal tegenovergestelde positie in door het morele handelen af te leiden van de ander.
Dekker verwijst hier naar de Joods-Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995). Tegenover de westerse filosofie, die alle aandacht focust op het zelf, stelt Levinas juist de ander centraal.
‘Ik ben verantwoordelijk voor de ander. Ik sta in voor de ander’, zo omschreef hij ooit het basispincipe van zijn filosofie. Dekker vervolgt:
De christelijke () levensstijl staat () in het teken van de navolging. () Het in zichzelf besloten individu sterft aan zichzelf en staat op tot een nieuw leven in afhankelijkheid. Paulus maakt de christelijke levensstijl tot een offer. () In radicaliteit doet dit alles niet voor Levinas onder. Maar goed, wij zijn het een beetje kwijtgeraakt. Wij doen wat goed is in eigen ogen en zeggen dat dat christelijk is. En we schuwen het moralisme en laken de bekrompenheid van vroeger dagen.
Tegelijkertijd bevalt dat ook niet. De onrust groeit over de lauwheid. Om uit de impasse te komen zijn, denk ik, in ieder geval de volgende drie stappen nodig.
1. Vroomheid
Navolging in die zelfopofferende zin impliceert in deze geïndividualiseerde tijd dat de mens Jezus in het oog heeft, in plaats van zijn eigen spiegelbeeld. Dat is meer dan alleen oog hebben voor eigen onvolkomenheid. Het gericht zijn op Christus vergt discipline en orde in de vroomheid. De dagelijkse schriftlezingen, de gebeden, de overdenking van het eeuwige leven, het oefenen van de navolging in het besef dat genade niet goedkoop is. En dat moet ook een beetje snijden in het eigen vlees. Wie de stigmata niet aan kan wijzen in zijn leven brengt geen offer. Daar schijn je ook plezier aan te kunnen beleven. In het gebed bij de doop hoorde ik het onlangs weer: het kruis dagelijks vrolijk achter Hem aandragende.
2. Instituut
Niet alleen Jezus doorbreekt onze individualiteit, de gemeente kan dat ook doen. In deze tijd van de-institutionalisering waarbij wij onszelf tot norm worden, zou de gemeente moeten overwegen of zij niet toch een tegenover voor het individu kan zijn. De gemeente zou zich weer eens kunnen bezinnen op de moreel eigen rol. Welke levensstijl past burgers van het Koninkrijk in deze tijden? De teloorgang van de gereformeerde zede is ook te betreuren.
Het heelal is er bepaald leger op geworden. Het keurslijf mocht hier en daar knellen, het gaf wel rust en duidelijkheid en was ook aanleiding tot godsbesef. De gemeente heeft behoefte aan een nieuwe gehoorzaamheid.
Niet activistisch om een daad te stellen, maar uit liefde en gehoorzaamheid.
Liturgisch kan dat door een frequente lezing van de morele delen van de Brieven in plaats van de Tien Geboden of alleen de samenvatting. Eventueel verrijkt met wat Spreuken. Aandacht voor toewijding in de liturgie past hier ook in. En herbezinning op het woord roeping.
3. Naasten
De gelovige en de gemeente moeten ook meer uit de comfortzone gehaald worden.
De corrumperende werking van de zelfontplooiing wordt ook een halt toegeroepen als wij oog in oog staan met de dakloze met een straatkrant. De naaste met nood verrijkt het morele leven. De ethiek van Levinas is in deze zo gek nog niet. Maar om de naaste te zien, is aandacht en tijd nodig. Zo bezien rust op diaconieën een belangrijke taak. Voor de bekering van onze zelfgenoegzaamheid hebben wij wellicht veel diaconale toerusting nodig.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.