Verantwoordelijkheid bij volk en overheid
1980-03-14
"De vorige maal in deze adventstijd hebben we stil gestaan bij de afstand tussen het profetisch visioen van 'vrede op aarde' in Jes. 2 : 1-5 en de menselijke werkelijkheid van Jes. 2: 6-22: hoe de mens de afstand tussen die twee niet overbrugt. Het is dit gat, dat door het evangelie van Kerst gevuld moet worden. We willen het nu over de mens nog wat verder hebben. We willen er nog wat concreter over worden. En dat opnieuw aan de hand van Jesaja. Het stukje dat we gelezen hebben valt in drieën uiteen. Eerst een gedeelte over de verantwoordelijken en hun onverantwoordelijkheid, de leiders mag je zeggen (56: 9-12). En dan twee passages, over degenen aan wie leiding worden gegeven (57 : 1-4). Je krijgt daarin, in dat tweede deel, een maatschappijbeeld voor je, terwijl het eerste stuk meer politiek is en over de regeerders gaat. Laten we maar met dat maatschappijbeeld beginnen. Wat heeft de profeet vóór zich gezien? Iets dat periodiek in de geschiedenis voorvalt en dat ook vandaag valt waar te nemen en dat toch voor velen verborgen blijft: "wie let er op...?": een ingrijpend verschil tussen de gaande en de komende generatie, een opmerkelijke verslechtering.- Jaargang 24
- nummer 11
Ik laat u 't betreffende stuk van de tekst horen in eigen vertaling om 't wat dichter bij u te brengen; Jes. 57: 1-4: "De rechtvaardige verdwijnt - en er is niemand drie dat ter harte neemt. De goede mensen worden weggenomen - en er is niemand die begrijpt dat de rechtvaardige verdwijnt om plaats te maken voor het kwade. "Moge hij heengaan in vrede!" "Mogen zij vredig rusten op hun legersteden!"
- Zo wuift men uit degenen die hun weg recht gingen. - En nu komen juliie aan de beurt: treedt toe, tovenaressenkinderen, echtbrekerszaad dat zelf hoereert! Over wie maakt gij u vrolijk? Over wie zet gij een grote mond op? Tegen wie steekt gij de tong uit? Zijn jullie geen kinderen der revolutie, geen onzinnig zaad?" We kunnen rustig zeggen dat deze maatschappijanalyse niet lis opgesteld volgens de regel: wie de jeugdheeft, heeft de toekomst. Weet u' dat dat vandaag één van de machtigste wijsheden is? Er wordt wat gevreeën om de jeugd! Door politici, door schrijvers, door geestelijke leiders. De jeugd te vriend houden, is het parool. En dus wordt de opkomende generatie gevleid, over de bol geaaid, verwend, over het paard getild en ontoegankelijk gemaakt voor kritiek. Wat is men overal bang, de gunst van de jeugd te verliezen! Maar weet u dat dat een heidense 'angst is?
De bijbel doet aan dit heidendom niet mee. De bijbel is het vrije woord bij uitstek. Daarom ook blijft hij aan het woord, ook als andere maatschappijanalyses al lang uitgeteut zijn, stukgelopen als ze zijn op de feiten. Maar dan spreekt de bijbel nog door, omdat hij niemands gunst heeft gezocht, niemand naar de ogen heeft gezien. De bijbel zegt hier onomwonden dat er een solide generatie verdwijnt en dat er een frivole generatie voor in de plaats komt. De profeet die hier aan het woord is, heeft dat gezien. Met profetische ogen. Vandaar dat hij met dat zien tamelijk alleen staat en moet verzuchten: wie let daar op? Wie heeft het door? Voordat u nu zegt: hé, maar dat zie ik in onze tijd ook, moet u 't eerst goed op u in laten werken, dat de bijbel soms zo kán spreken.
Niet altijd. De bijbel kijkt ook wel eens naar de opeenvolging van de generaties en zegt dan dat de volgende heter is dan de vorige. Verder weet de schrift ook dat au fond en van nature alle generaties gelijk zijn en samen met de rug naar God toegekeerd staan. Maar hier zegt de bijbel, dat 't niet goed gaat, dat achteruit gaat, dat de rechtvaardige verdwijnt en dat wat daarvoor in de plaats komt, een onzinnig zaad is.
Als ik dat nu toepas op vandaag, dan ben ik eigenlijk niet gedekt door het bijbelgezag, want de bijbel zegt dat niet. Het is mijn toepassing, al geef ik die met volle overtuiging. Ik heb daarin, in die toepassing, de geest der profetie of ik heb die niet. Dat is mijn kwetsbaarheid. U kunt zeggen: man, klets niet! Dat is uw verantwoordelijkheid. Maar, nog eens, voordat u daar tegen storm loopt, of daarop applaudisseert, moet u eerst goed op u in laten werken dat ten aanzien van een bepaalde tijd, die van de profeet, dan toch maar zo gesproken is, ik bedoel te zeggen dat 't mogelijk is dat ik een bijbels gelijk heb. Het is al heel wat als u dat toegeeft. De stem der profetie heeft dan toch maar gezegd, toen en daar: er is geen sprake van dat wij langzaamaan toegroeien naar kerst 'en naar 'vrede op aarde', maar wij komen er steeds verder vanaf te staan. De volgende generatie is geen stap naar voren, maar naar achteren. Een solide menstype verdwijnt en een frivool menstype verschijnt.
En is dat nu bij ons ook zo? Ja, ik meen dit te herkennen. Soms, bijvoorbeeld op de begrafenis van een oudere, kun je daar met een schok bij stil gezet worden: hé, de rechtvaardige die we nu begraven, die we uitzwaaien, en bij wiens baar we een herdenkingswoord spreken, wordt die nu ook opgevolgd door weer een nieuwe rechtvaardige? Of gaat in hem een type van ons heen? Waar is de voortzetter van deze stijl van leven? Even betrouwbaar, even bescheiden, even gelovig, even verantwoordelijk, even ter zake kundig ook op dat kleine gebiedje waartoe men zich vroeger wist te beperken?
Natuurlijk, zegt u, dat spreekt toch vanzelf? Er komen weer nieuwe rechtvaardigen. Nu, voor mij spreekt dat helemaal niet vanzelf.
Als ik zie met wat voor onverantwoordelijk leuterpraat de opgroeiende generatie omgeven wordt, dat bijvoorbeeld leraren op school hun populariteit zoeken in het vertellen van schuine bakken voor de klas, dan zeg ik: het leven móet wel kwalitatief achteruit gaan.
Echte rechtvaardigen, mensen dus van wie de bijbel zegt: tien van zulken en de stad Sodom zou gespaard zijn, - is onze maatschappij er nog wel op uit om zulken te kweken of juist om te verhinderen dat ze er komen? Vraag je dat eens eerlijk af. Bekijk daarbij ook eens kritisch je eigen vooringenomenheid, waardoor u vindt dat dit niet waar màg zijn. Daar stuit ik vaak op. Als er wat kwaads gezegd wordt van deze tijd, dan onmiddellijk daar achteraan, om 't in evenwicht te trekken: "maar vroeger was 't ook niet alles." En zo hebben we dan weer geneutraliseerd. En blijft de jongere generatie ons accepterenhopen wij. Terwijl het toch zienderogen slechter wordt. Niet dat de mens slechter wordt, maar het slechte krijgt meer kansen. 't Is net zoals in de tekst staat: "dat de rechtvaardige verdwijnt om plaats te maken 'Voor het slechte," niet voor de slechte. Het slechte krijgt meer kansen. Maar als het slechte zo regeert als in onze samenleving het geval is en de weerhoudende krachten zo duidelijk weggenomen worden, dan krijgen de mensen geen kans meer om door Gods genade en wedergeboren door Woord en Geest uit te groeien tot rechtvaardigen.
U hebt mij wel eens horen preken over de tekst uit de Prediker (7 : 10): "Zeg niet: hoe komt het dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uitwijsheid zoudt gij aldus vragen." Ik zei toen: Prediker ontkent niet dat de vroegere tijden beter waren dan de tegenwoordige.
Maar hij zegt: als je dat waarneemt, pas dan op, dat je daar niet de bittere kant mee opgaat en geen brompot wordt. - "Wees niet te spoedig geërgerd in uw geest" - dàt gaat eraan vooraf en in dàt licht staat die tekst. Ik zeg dat nog. Ik waarschuw ook nu: word geen brompot. Èn ook: overdrijf niet en wordt niet onbillijk. Niet alles van nu is verkeerd. Wacht u voor de bittere toon,waarmee u de jongelui ontmoedigt. Maar ook zonder bitterheid en zonder nijdasserigheid zeg ik: ik ben niet gerust op 't menstype dat berig is te ontstaan 'en de wacht gaat aflossen. Lichtzinnig, schreeuwend, lollerig, zinnelijk, spottend, verachtend, kortom: frivool. En zoals een volk is, zo'n overheid krijgt het ook. Daarover gaat 't, zei ,ik, in het eerste stuk van de tekst, 56 : 5-12. Het beeld dat daar gebruikt wordt is dat van de kudde met de herders en de herdershonden.
Zo vaak in de bijbel wordt het overheidsambt vergeleken met het werk van de herder. Het gaat daarbij dan vooral om het bewaken van de kudde. Tegen de vijand en ander gevaar. Daar komt nu echter niets van terecht. "Kom maar op, wilde dieren", zegt de profeet, je kunt er zo bij, bij de kudde. De wachters zijn blind, missen inzicht, hebben de sluimering lief. Het zijn stomme honden die niet kunnen blaffen. 'Stomme honden' is dus niet zomaar een machteloos scheldwoord; het is een zeer functioneel schelden. Deze overheidspersonen zijn herdershonden die hun bek niet open doen, niet waarschuwen tegen dreigend gevaar. Want daarvoor zijn ze te druk met hun eigen belangen. Zij zijn vraatzuchtig, keren zich ieder naar hun eigen weg, ieder naar zijn gewin.
Hier heb je dus het uiteenvallen van de samenleving, waarover je mij wel eens hoort. De verantwoordelijken zien geen collectief belang meer dat behartigd moet worden, nee, ieder gaat z'n eigen weg en ze gebruiken de hoge posities die ze gekregen hebben alleen maar ten eigen bate. Het besef dat het 'ambt een dienst is, namens God in het belang van het volk, is uitgesleten.
De verantwoordelijkheid is weg, de roofzucht is daarvoor in de plaats gekomen, graai wat je graaien kunt en gelukkig 'hij die de langste armen heeft. Maar voordat we daar nu over gaan schelden (naar boven toe gaan schelden), komt de profeet aan met zijn maatschappijanalyse en houdt de spiegel aan óns voor. Als het met de overheden niet deugt, deugt het met het volk niet. Een volk krijgt de overheid die 't verdient. Dus: als wij de mensen in de hoge ambten zien corrumperen (corrupt worden), dan moeten wij als volk de hand in eigen boezem steken, zegt de profeet, zegt de Here. Dat frivole, dat lichtzinnige, dat onverantwoordelijke zit dieper, beperkt zich niet tot de bovenste lagen. Dat is niet ook te verhelpen door periodiek regeringen naar huis te sturen. Alleen een volksbekering brengt hierin verandering. Zo niet, dan wordt onverantwoordelijkheid steeds meer het kenmerk van deze tijd, bij hoog en bij laag.
Dit alles was aanloop, gemeente. Van hieruit wil ik nu namelijk kijken naar het probleem dat ons in de laatste tijd als volk zo bezig houdt. Ik bedoel, de benauwende vragen rondom (de modernisering van) het atoomwapen. Als je let op die tendens naar onverantwoordelijkheid, dan moet je tégen dat wapen zijn in al z'n vormen. Dan moet je zeggen: zoals je een dronkeman een mes afpakt, zo moet ons volk het 'atoomwapen afgenomen worden. En dan niet alleen het atoomwapen, maar nog veel meer.
Want op w menig gebied krijgen we te maken met dingen die een steeds grotere verantwoordelijkheid vragen om ermee om te gaan. De vreedzame kernenergie. De computer, maar ook de supertanker, om die te besturen. Allerwege krijgen we een steeds gevaarlijker apparaten dat terwijl de verantwoordelijkheid snel afneemt. Dat is een reden om tegen het atoomwapen te zijn, maar ik vrees dat ik met deze reden niet erg 'in' zal zijn.
Het 'argument is zeker niet humanistisch, zoals bij de pacifisten wel het geval is. Hun diepste argument is een plat humanisme, dat de vijand niet langer voor een vijand belieft te houden. Het is alleen onze angst, die hem voor een vijand houdt, kun je horen zeggen.
U hebt mij onlangs voor het atoomwapenprobleem en voor allen die ermee te maken hebben, voorbede horen doen. En U hebt daaruit dan wellicht de conclusie getrokken dat ik niet tegen dat wapen of de vernieuwing daarvan ben. Dat hebt U dan goed geconcludeerd. Ik ontkom in mijn denken hierover niet aan de noodzaak van een doeltreffende verdediging tegen het Oostblok, dat ik een vijand vind met anti-christelijke trekken. Je daartegen niet verdedigen staat gelijk met het opgeven van onze cultuur, die nog altijd een cultuur is op basis .van het evangelie, waard om verdedigd te worden. Onderschat de vijand niet. Denk aan de les van Vietnam.
M aar daarover nu verder niet. U hebt mij toen ook horen bidden - en daar wil ik met alle nadruk op wijzen - om verantwoordelijkheidsbesef bij overheid en volk, teneinde met dat wapentuig verantwoord om te kunnen gaan. Om bijvoorbeeld ten aanzien van het gebruik ja Of nee te kunnen zeggen, ongeacht wat de vijand ermee doet. Want het is een cynisme om van een automatisch terugslaan te spreken. Tussen slaan en terugslaan zit de menselijke verantwoordelijkheid.
Ontbreekt dat besef van verantwoordelijkheid, laten die wapens dan zo gauw mogelijk verdwijnen, (als dat tenminste kan. Eigenlijk zou dan de kennis om ze te maken óók moeten verdwijnen).
Maar dan moet er méér verdwijnen, laat dan tegelijk de computer verdwijnen, en de supertanker.
En als u dan toch bezig bent, neem dan de bromfiets ook maar mee. Over de hele linie van het moderne leven is een steeds groter verantwoordelijkheid vereist, Ja, maar de gevolgen zijn zo verschrikkelijk groot als er met juist dat wapen iets mis gaat. Groter dan bij een bromfiets. Dat is waar.
Maar daar staat tegenover, dat het nut ervan ook zeer groot gebleken is. De 35 jaar vrede hebben met dat ding te maken. Wat ik nu in het huidige debat over dit probleem zie gebeuren is dit. Het kwaad en het gevaar worden wéér in de dingen gezocht, en niet in de mensen die die dingen gebruiken. Wéér? Ja, net als bij de kritiek op de structuren. Daar wordt ook zo keurig netjes om de mens en zijn verantwoordelijkheid heen gesproken. De mens zelf blijft buiten schot. Ik ontken structuurproblemen niet, maar het hoofdprobleem ligt bij de mens. Deze onchristelijke wending vàn de mensen náár de dingen moeten wij doornen als een duivelse afleidingsmanoeuvre. Hij heeft er belang bij dat de mènsen onveranderd blijven. De dingen mogen wat hem betreft veranderen, zelfs verbeteren. Als de mens maar de onveranderde hater van God en de naaste blijft. Nog eens, die duivelse wending van de mensen àf naar de dingen toe moeten wij doorzien.
't Is waar, de dingen zijn ijselijk en worden steeds ijselijker. Maar de christen behoort er zich mee vertrouwd te maken dat hij met nog ijselijker dingen zal moeten omgaan.
Volgens wat we Ieren in de Openbaring van Johannes over de twee getuigen (~k heb de tekst wel eens meer in uw midden gelegd): "Dezen hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; 'en zij hebben de macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen." (Openb. 11: 6). Wat is dat wel niet! Dat is nog meer dan atoommacht! Wat een verantwoordelijkheid is hiervoor wel niet nodig!
Welnu, in dit licht moet u het zien dat ik zo hamer op het aambeeld van de verantwoordelijkheid.
U mag wel weten: de crisis waarin we vandaag zitten brengt bij mij geen enkele neiging naar boven om de straat op te gaan onder een spandoek: de atoomwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland. Nee, als ik een leus heb dan deze: de onverantwoordelijkheid de wereld uit, te beginnen bij deze gemeente, Maar nog liever werk ik zonder leuzen aan die verantwoordelijkheid in het klein en in het groot, door prediking en onderricht. Allerwege schreeuwt het leven om menselijke beheersing. De dingen dreigen ons boven het hoofd te groeien. Maar zij doen dat slechts in zoverre wij dat toelaten. Daar zijn het dingen voor en daar zijn wij mensen voor. De mens is boven de dingen gesteld. Wat daarom nodig is, dat is de mens tot wie weer gezegd kan worden: heers over de dingen, ook over de monsterlijk verworden dingen! En wie is die mens tot wie dat gezegd kan worden? De nieuwe Adam, de nieuwe mens, Christus, en dan ook, in beginsel: wie in Christus is, de rechtvaardige.
Maar wat zien we? "De rechtvaardige verdwijnt", En de frivole mens kom op en dat is zelfs tot in de gezagsdragers te zien, die onverantwoordelijke lichtzinnigheid allerwege.
Dat is om van wakker te liggen. Steeds meer is de rechtvaardige nodig. Maar steeds meer verdwijnt hij. Maar al wakker liggende berusten we daar toch niet in. Daarom: laat dit hier de plaats zijn waar, onder Christus en zijn evangelie, rechtvaardigen gekweekt worden. De ohristelijke gemeente: broedplaats van rechtvaardigen, AI waren 't er ook maar tien - om Sodom van de ondergang te redden. Laten van hier uit mensen de maatschappij intrekken, die - ik noem iets - door de scbool en door de tucht van de bergrede zijn heengegaan; die tot bloedens toe geleerd hebben zich om Christus' wil tegenover de vijand te beheersen en laten aan aan hen grote verantwoordelijkheden worden toevertrouwd. Juist op militair gebied.
Wees daarom zuinig op uw christenbroeders militairen. Zij zuilen nodig zijn bij het groter worden van de dreiging. Maar in plaats daarvan gaan steeds meer christenjongeren dienstweigeren en onttrekken zich daarmee aan de christelijke verantwoordelijkheid voor de samenleving en haar noden. Juist christenen zouden daar te vinden moeten zijn. Waarom juist christenen?
Wel, om wat Salomo zegt: Wie zichzelf overwint is sterker dan wie een stad inneemt. D.W.z. dat de dingen, ook de gevaarlijke dingen, een minder groot probleem zijn dan de mens zelf.
Wie zichzelf overwint en beheerst, die zal ook beheerst met wapens kunnen omgaan, ook met zeer gevaarlijke wapens. Of wou u soms dat verschrikkelijke wapentuig in handen laten van de onverantwoordelijken? Toch is dat de consequentie van dienstweigeren.
Maar, gemeente, juist de rechtvaardige die dat in Christus vermag, zichzelf overwinnen, juist hij is het ook die het visioen levend houdt, waarmee we de vorige week begonnen zijn, het visioen van Kerst, van 'vrede op aarde', van de vrede die door God en niet door de mens wordt teweeg gebracht. Waarom blijft juist bij hem dat visioen levend? Omdat tenslotte het ook de rechtvaardige bijna teveel zal worden. En hij zal bidden, ja schreeuwen: Kom, Here Jezus, ja, kom haastig!"