Discussie de Jong - Goudzwaard

1980-03-21
  • Jaargang 24
  • nummer 12
Beste Bob,

Naar aanleiding van je artikel en ook andere uitingen van je in de laatste tijd wil ik je graag een paar vragen stellen, die ik met enige omschrijving zo duidelijk mogelijk zal trachten te formuleren.

1) Wij kennen jou allemaal als de politicus-econoom die vanuit een bijbelse gemotiveerdheid ons waarschuwt tegen het onbegrensde groei gelooft. Nu maak je tegenwoordig vanuit je vakgebied nogal eens de overgang naar het veld van het politiek-militaire. Je ziet daar een vergelijkbare ontwikkeling aan de gang. Zoals wij in, het economische zweren bij de afgod 'geluk', zo doen we dat op militair gebied bij de afgod 'veiligheid'. Toch een vraag hierbij. Gaat deze vergelijking wel op? Geluk is een waardevoor zich en kan daardoor gemakkelijk doel in zichzelf worden. Bij veiligheid echter worden wij gedwongen te vragen: wat is het gevaar waartegen beveiligd moet worden? M.a.w.: in geluk kun je zwelgen, in veiligheid niet. Moeten we dus op militair gebied in onderscheiding met het economische, niet steeds het gevaarde dreiging, de vijand in het oog houden bij het kiezen van wegen en middelen om effectief weerstand te bieden? Met nog andere woorden: zijn we in het economische niet vrijer om een gematigde ontwik1kelingte kiezen dan t.a.v. het mitaine?

2), Je hebt in het artikel dat we van je gelezen hebben, het communistische gevaar in alle geestelijke scherpte getekend. Wij wisten ook wel van je dat je dat gevaar duidelijk ziet, maar het is goed dat je het nog eens in alle duidelijkheid hebt gezegd. Toch vraag ik me af of je daarna je kr11'iekop het marxistisch-Leninistische communisme (het rode gevaar), weer niet relativeert door daarnaast even scherp te waarschuwen tegen het zwarte gevaar dat ons in het Westen bedreigt, het gevaar van militarisme en fascisme. Ik ben ook, met jou, bang voor dat zwarte gevaar, maar het staat voor rij toch als een westerse mogelijkheid tegenover de oosterse werkelijkheid. Mogelijk heb Je geijkt dat er nog eens een Amerikaanse Hitler komt. Maar we weten dat er nu Hitlers in Rusland zitten, het land dat rood en zwart combineert. Verzwak je de keus voor het. vrije Westen met door Oost en West als gelijkwaardig fout naast elkaar te zetten?
Zijn hier dan alle militairen zwarte communistenvreters? Wat je vertelt over de militaristische gezindheid in de NAVO is meer bij wijze van gerucht en kan voor mij zeker niet als bewijs van je stelling gelden. Wel wordt ook voor mijn besef het Westen behalve van buitenaf, inderdaad ook van' binnenuit bedreigd, maar niet in de eerste plaats door militarisme en fascisme.
Veeleer door frivoliteit en co-verantwoordelijkheid in brede lagen van ons volk, waardoor mogelijk een fascistische reactie zal worden opgeroepen.

3) Verder vraag ik me af, hoe 't komt dat juist nu, anno 1980, het bezwaar tegen atoombewapening zo sterk is toegenomen dat vernieuwing van dit arsenaal op overwegend verzet begint te stuiten. Is het niet eigenaardig dat toen de herinnering aan gebruikt atoomgeweld Hiroshima) nog vers was, Europa de atoomwapens zonder slag of stoot geaccepteerd heeft?
Hoe is het nu: zijn wij met elkaar bijbelser gaan denken sinds de vijftiger jaren, zodat we daaruit het verzet tegen het atoomwapen (althans de vernieuwing ervan) moeten verklaren, of moeten we de oorzaak zoeken in het vervagen van de heugenis aan de oorlogstijd, de bezetting en de onvrijheid?
M.a.w. staat datgene wat verdedigd moet worden ons misschien ook minder helder voor de geest dan in de jaren vijftig en zit daar niet een sterke wortel van het nu fel oplaaiend verzet tegen de atoomwapen vernieuwing?

4) Ben je het met me eens dat hoezeer wij ook geroepen zijn tot een verantwoordelijk beheer over de schepping (Inderdaad: de aarde en haar volheid zijn des Heren konink11ijkdomein, ps. 24) er toch situaties zijn waarin er een zodanig geestelijk belang op 't spel staat, dat materiële belangen, hoe kostbaar ook, daarvoor moeten wijken? Volgens mij behoren geestelijke belangen ook bij deze schepping.

5) Tenslotte je beroep op de bergrede. Is het gematigd terugslaan wat jij bepleit nu echt te rijmen met wat Jezus daar, zegt? Volgens mij heeft Hij niet duidelijker ,de volstrekte weerloosheid kunnen uitbeelden dan door te spreken van het toekeren van. de andere wang, nadat je op de ene geslagen bent. Je schrijft: "Jezus vraagt in dit hek bijbelgedeelte van ons, dat we een zodanige stijl van omgaan met onze boze tegenstander ontwikkelen, dat hij niet vastgehecht WOI1dt aan zijn eigen kwaad, vastgepind op de demonie die hem in de greep heeft, maar dat de méns achter dat masker in verlegenheid wordt gebracht." Daar kan ik me .goed in vinden. Inderdaad zijn er situaties waarin weerloosheid een tegenstander tot nadenken kan brengen.
Maar past dit op onze wereldpolitieke situatie? Kunnen wij zo argeloos het communisme en de communist scheiden als masker en mens? We hebben toch' in deze vijand niet met een slachtoffer te doen? Dat kan wel volgehouden worden van sommige Russen, maar niet van Rusland. Men is daar bewust aanhanger van een alternatief, anti-christelijk evangelie. Bovendien, kun je op overheden toepassen wat zeer duidelijk voor persoonlijk gedrag bedoeld is? Dit laatste is een vraag waar ik zelf niet helemaal uit ben, maar de overheid kan toch niet op rosten van de onderdanen, die recht op bescherming hebben, toegevend zijn? Het 'oog om oog en tand om tand' blijft toch voor de, overheden geschreven? Jezus verzette er zich tegen dat dit woord tot bejegeningsnorm werd in het gewone tussenmenselijke verkeer. Op dat veld pleitte Hij voor de meest verregaande toegevendheid: Maar de overheid draagt een zwaard. Dat is haar macht èn haar onmacht.
Verzoenen kan zij niet, daar mist zij de middelen voor. Zij kan wel onderhandelen, maar geen harten veranderen. Tegenover haat staat 1 ze machteloos, Jouw standpunt in dezen is dunkt me een verwarring tussen overheid en kerk. Die hangen wel samen, maar vallen niet samen. Wel acht Ik het heilzaam dat overheidspersonen bij herhaling door de enge poort van de bergrede heenkruipen, om zo de zelfbeheersing te leren die nodig is voor het dreigen met en het gebruiken van wapengeweld.

Henk de Jong

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief