Het grote wonder

1980-04-04
  • Jaargang 24
  • nummer 14
Achteraf vragen we ons af waarom de discipelen, de vrienden, zelfs de familie van Jezus zijn opstanding op de derde dag niet rustig hebben afgewacht. Hij had dat immers goed en duidelijk en herhaaldelijk aangekondigd.
Wie het lijdensprogram volgde had de laatste blijde acte kunnen zien aankomen.

Want Hij is verrezen, precies zoals Hij voorzegd had. 1) Maar toen het gebeurde wilde niemand het geloven. Maria Magdalena dacht er niet aan, moeder Maria evenmin, de discipelen noemden het beuzelpraat, de wandelaars naar Emmaüs waren door dit onaanvaardbare nieuws nog verder van de wijs gebracht en Thomas eiste bewijzen, eer hij als denkend mens zulke onzin wenste te aanvaarden.
Nu ja, niemand? De kerkelijke élite heeft er wel degelijk rekening mee gehouden. De hogepriesters en Farizeërs gingen, toen Jezus al dood en begraven was, een wacht en verzegeling van het graf verzoeken. Want áls Jezus zou opstaan - zijn vijanden geloofden het en sidderden! - zou heel hun opzet nog zijn mislukt en zou dit laatste wonder alle andere overtreffen.

Hun vrees werd bewaarheid. Ze moesten, zelf in paniek, de dodelijk geschrokken Romeinse soldaten opvangen en deze met geld en goede woorden het eeuwige zwijgen opleggen. Zo is de leugen van slapende soldaten de historie ingegaan. 2) Op dat ogenblik geloofde niemand in het wonder van opstanding - dan de kerkadel.

Wanneer de rouw om de Gestorvene zo algemeen en zo diep en zo ontroostbaar was, moet er een goede reden zijn geweest voor dat algemene ongeloof. Dan hoeven we onder dat “geloof" misschien geen zondige activiteit of afwijzing te verstaan - maar eenvoudig: een niet-open-staan voor de werkelijkheid. En dat is menselijk.

Hebt u wel eens iemand na een overlijdensbericht zien terugkomen? Weet u misschien een geval van iemand die, na vele jaren afwezigheid wegens oorlogsomstandigheden of schipbreuk, na officiële doodverklaring en na een gesloten tweede huwelijk van zijn weduwe, plotseling kwam opdagen?
Dat zijn schokken, die in hun omgeving een aardbeving gelijk zijn. En nu spreken we nog over een terugkomst van een dood gewaande. Niet over een terugkomst uit de dood.

Toch - Jezus kwam terug uit de dood. En de discipelen hadden op Hem kunnen rekenen. Het Grote Wonder was eeuwenlang in de mensenharten voorbereid. In de loop van de heilshistorie was het bij Gods volk gaan dagen: dat het met de dood niet afgelopen is. Legden de aartsvaders nog hun voeten samen en werden ze tot hun vaderen verzameld - Job wist dat hij straks vanuit zijn graf zijn Verlosser zou zien, met eigen ogen. 3) Een psalmist zong dat na de dood het leven voor ons klaarligt, hoewel we net als de beesten schijnen te sterven. 4) En Paulus schreef: als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn we erg beklagenswaardig. 5)

Tussen dit langzaam opkomend gemeenschappelijk bewustzijn en Paulus' sterke taal staan Jezus' wonderen. Eerst het opwekken van Jaïrus' dochtertje, dat heette ingeslapen te zijn. Dan het opwekken van de jonge man in Naïn, tussen sterven en begraven in. Vervolgens de opwekking van Lazarus, dagen na zijn sterven. Deze trits moet de discipelen, en het volk, verbijsterd hebben. Maar nog niet wijs gemaakt. Want Israël had geen toekomstverwachting meer op het ogenblik dat de toekomst doorbrak.

Wij kunnen zo bedolven worden onder heilskennis, dat het heil langs ons heen gaat. We kunnen dagelijks Heere-Heere zeggen, en toch misschien met door Hem gekend worden, Hem niet kennen.

Maria sprak met haar geliefde Meester en hield Hem voor een vreemde; pas na een codewoord herkende ze Hem. De mensen van Emmaüs spraken lange tijd met Hem, maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen; 6) pas na Woord en Teken realiseren ze, Wie ze in huis gehaald hadden. Toen Jezus zich aan zijn discipelen vertoonde waren die verbijsterd en dachten een geestverschijning te zien; 7) pas na Woord en Teken drong de waarheid tot hen door. Nadat Jezus "hun geest toegankelijk had gemaakt voor het begrijpen van de Schriften". 8) Tussen kennen en begrijpen kan veel liggen. We kunnen een leven lang in de kerk komen, duizenden preken aanhoren, de Bijbel kennen als onze broekzak - maar wel onder het oordeel vallen van "onverstand~gen en tragen van hart om te verstáán." 9)

Dat is geen eeuwig oordeel gelukkig. De Bijbel zegt dat wij verhinderd kunnen worden. De ogen van de Emmaüs-gangers "werden gehouden",10) of verhinderd, of belemmerd, of gesloten, of bevangen - zeggen diverse vertalingen. Dat is van buiten af verhinderd; dat kan dus ook, al stelt het ons niet buiten elke aansprakelijkheid. De Heere geeft ons soms niet meer dan we kunnen verwerken. Na dezen zullen we de rest wel verstaan.
Bij de mensen uit Emmaüs maakte de Heiland de Schrift indachtig, zodat ze rijp werden om te zien wat levensgroot aanwezig was. Toen gingen hun ogen open en ze herkenden Hem. 11) De onverstandigen, de niet-verstaanden, die traag van begrijpen waren, werden wijs.

En is het geen genade, wanneer we niet meer te verwerken krijgen dan we op een ogenblik aankunnen? Denk eens aan die Romeinse soldaten, die onverwacht met het grote wonder geconfronteerd werden: ze waren "als doelen", zo schrokken zich bijkans dood.

Misschien zit hier wel de oorzaak van de vele verwarrende tegenspraken in de evangeliën. Waren er twee engelen of was er een? Waren die binnen of buiten het graf? Wie van de vrouwen waren het eerst aan het graf?
Hebben ze de steen zien wegrollen of was die steen al weggerold toen ze kwamen? Hebben de vrouwen haar ontdekking uit vrees verzwegen, of hebben ze die meteen aan Petrus en Johannes meegedeeld? Hebben ze haar specerijen op zondagmorgen gekocht en klaargemaakt, of hadden ze dat op vrijdagmiddag al gedaan? En toen de vrouwen naar het graf gingen, brak de dag toen aan, of was het nog donker, of was de zon al op? Deze en meer vragen mogen we stellen, wanneer we serieus de Bijbel lezen. Leest u de vier evangeliën zelf maar eens na op dit punt. Alle waarnemingen schijnen met elkaar in tegenspraak te zijn. Indien ooit dan zouden we op deze plaats graag de grootst mogelijke eensluidendheid hebben gehad. Maar niemand heeft in zijn verbijstering meer dan een fragment kunnen opnemen - en dan nog soms onvolledig. Niemand stond met lens en microfoon klaar. En de waarnemingen, als alle menselijke waarnemingen, zijn ten dele. Waarnemingen van uitzonderlijke en verbijsterende gebeurtenissen - gebrekkige waarnemingen van het onmogelijk geachte, grote wonder: de opstanding uit de doden.

Even buiten de toenmalige muren van Jeruzalem ligt de Heilig Grafkerk. Deze basiliek is gebouwd zowel over Golgotha als over het graf van Jozef van Arimatea. Helena, Constantijn's moeder, heeft de plaatsen door helderziende dromen aangewezen en Constantijn heeft ze, overeenkomstig de vrome overlevering, aanvaard; hier bouwde hij een basiliek overheen. Er ligt ook elders een "graf tuin", waarin sommigen het authentieke graf van de Heiland erkennen - denk aan de bekende ds v. d. Hoeven en aan Godfried Bomans. Maar de traditie zegt dat Jezus' lijden, sterven, dood en opstanding hebben plaats gevonden ter plaatse van de Heilig Grafkerk.
De kerk van Constantijn is verwoest; de kruisvaarders bouwden de huidige basiliek op de oude fundamenten.

Beide, de kruisheuvel en het graf, lagen vlak bij elkaar. 12) Beide lagen buiten de poort 13) - en waarom zouden ze vér buiten de poort liggen? Bovendien hebben opgravingen aangetoond, dat ter plaatse een begraafplaats met Joodse zerken is geweest.

Maar de barokke pracht van de Heilig Grafkerk brengt geen historische zekerheid, eerder verbijstering. De christenheid heeft vele vonden gezocht om zichzelf en elkaar bewijzen te leveren. Zalig die niets gezien en toch geloofd heeft. Slechts een punt is duidelijk: het graf is leeg, Gode zij dank. Ja, Christus' graf was leeg achtergelaten, zegt de Bijbel; met uitzondering van de doeken. Die doeken zijn zo achtergebleven, zegt het Grieks, dat niemand Hem er kan hebben uit gewikkeld - maar dat Hijzelf er moet zijn uitgestapt, als -uit een cocon. 14) Johannes begreep en geloofde toen hij die doeken zag liggen: niet de stof maar de vorm.

De Heiland is niet gestolen, de wachters hebben niet geslapen en niemand' behoefde Hem te helpen. Hijzelf stond op, ons tot gerechtigheid. En Hij bewees ons, tragen van hart, dat het met de dood nog niet uit is. Halleluja!

“Jairus had een dochtertje, en allen die haar zagen, dachten dat zij gestorven was en kwamen haar beklagen. Maar Jezus zei: 'ga heen, zij slaapt' en heeft haar aangeraakt. Slapen is niet tot de dood, slapen is wachten op U, want als uw stem tot ons spreekt, zien wij en kennen wij U". 15)

Noten
1) Mtt. 28 : 6
2) id. : 11-15
3) Job 19 : 25
4) Ps. 49 : 13
5) 1 Cor. 15: 19
6) Luc. 24 : 16
7) id. 24 : 37
8) id. 24 : 45
9) Luc. 24 : 25
10) id. 24 : 10
11) 24: 31
12) Joh. 19: 41
13) Mtt. 27: 32 en Hbr. 13: 13
14) Joh. 20: 5-9
15) Muus Jacobse, Lied 52 voor de kerken.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief