Noodlot

1980-04-11
  • Jaargang 24
  • nummer 15
De Here Jezus vroeg aan de man, die al achtendertig jaar ziek was geweest en sinds lange tijd in Bethesda lag, of hij gezond wilde worden. Een vreemde vraag, zou je zeggen. Wie wil er nu niet herstellen van zijn ziekte en wie is er die niet graag verlost zou worden van zijn handicap? Toch ontmoet je zulke mensen. Eigenlijk zeg ik dat niet goed. Je komt die mensen nl. niet tegen, je ontmoet ze niet. Je zoekt ze op, want ze zijn niet meer op weg. Ik bedoel niet dat ze nergens meer komen. Er zijn best wel mensen, die he n ergens brengen af en toe. Maar ze begeven zich niet meer op pad. Ze komen niemand tegen. Ze vinden het goed dat er bezoekers bij hén komen om te vragen; hoe ze het maken. Onder hen zijn er, die op de vraag van de Here Jezus zouden antwoorden: Neen, Here, liever niet. Laat mij maar. Want ze zijn aan de situatie gewend en ze gevoelen zich er veilig in. Ik denk aan huwelijken en gezinnen, waarin alles anders kon zijn. Ontspannen, vredig en vrolijk. Zo is heter niet en het zit al jaren muurvast.
Het is beter, dat dominee zich niet met ons bemoeit en opnieuw probeert de verhoudingen gezond te maken. Wij zijn er aan gewend en wij hebben ons er in leren schikken. Wanneer iemand onze huiselijke of familieverhoudingen weer “bespreekbaar” wil maken, dat geeft maar onrust. Laat maar. Het zal overal wel wat zijn en je krijgt het toch niet zoals je het hebben wilt. Voor zulke mensen, die in hun lot berusten, staat er een eigenaardig zinnetje in het bekende lied 300 (Eens als de bazuinen klinken). Ik bedoel de eerste regel van vers 5: “Mensen, komt uw lot te boven!” Maar de Here Jezus zou misschien vragen: Wil je het nog?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief