Wie kruisigden Christus?

1980-04-11
  • Jaargang 24
  • nummer 15
,,'t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten", zong de vrome Jacob Revius 350 jaar geleden. Wie dan wel? "Ik ben 't 0 Héer, ik ben 't die u dit heb gedaan" - "want dit is al geschied, helaas, om mijne zonden".

Dat was goed bedoeld van Revius en in zekere zin nog waar ook. Maar wanneer we vragen: welke historische personen droegen de verantwoordelijkheid voor de kruisdood van de Heiland, dan ging Revius in tegen de gangbare mening: dat zijn de Joden geweest. Welke Joden? Alle Joden, van groot tot klein, heel Israel; ze zondigden met opgeheven hand want ze riepen: "zijn bloede kome over ons en onze kinderen!" Revius kende deze gedachte, waarmee de christenheid de eeuwen door zich tevreden stelde. Maar Revius wilde de medeverantwoordelijkheid van het hele mensengeslacht tot uitdrukking brengen, zonder de christelijke leugen te ontmaskeren.

Vandaag brengen Schrift en archeologie ons de situatie van toen wat beter onder ogen. Vandaag moeten we ons geen beetje schamen over alle Jodenvervolgingen, waarbij gekerstende volkeren betrokken zijn geweest; niet het minst voor de laatste en grootste poging om het Joodse volk geheel te vernietigen.


Toen Jezus naar Jeruzalem ging wist Hij, dat geen profeet buiten die stad zou omkomen. Dat betekende zijn laatste hoofdstuk, wisten de discipelen.
In Jeruzalem kwam de korte periode van het leren in de tempel, de gelijkenissen, het "wee u" tegen Schriftgeleerden en Farizeërs, de toenemende spanning met de kerkelijke overheid en tegelijk de groeiende sympathie van de massa der eenvoudige gelovigen.

Met de intocht vanaf de Olijfberg, een week voor zijn dood, verkreeg 'de Heiland tegelijk de algemene volksgunst - en de volkomen haat van de kerkadel. Het volk prees God met luider stem en Hosanna! Maar de Farizeën maanden Jezus om zijn mensen terecht te wijzen van Godslastering 1). De tempel reiniging was gericht tegen de kapitaalkrachtige kooplieden, waartoe de oversten behoorden - niet tegen de kleine man. Jezus leerde dagelijks in de tempel, die week, terwijl het volk aan zijn lippen hing - maar de overpriesters, schriftgeleerden en voornaamsten trachtten Hem om te brengen 2).

Het kwam tot een breuk toen de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten ~ Hem naar zijn papieren vroegen. Hij weigerde die te tonen, omdat zij weigerden de doop van Johannes te erkennen. Het gewone volk erkende .' die doop wel. In plaats daarvan gaf Jezus de gelijkenis van de ontrouwe pachters, waarop de kerkelijke machthebbers zeiden: "dat nooit!" Ze hadden Hem toen al ter plaatse willen arresteren - maar durfden niet om het volk, dat op zijn hand was 3).

Wat deze machthebbers boven de grond niet konden uitvoeren, probeerden ze nu ondergronds te bereiken. Eerst met spionnen. Schijnbare vromen moesten Hem politiek schaakmat zetten. Maar ze kregen zo'n antwoord, dat ze zichzelf schaakmat voelden 4). Toen door strikvragen van de Sadduceën. Maar die kregen een lesje, waarvan enkelen moesten erkennen: dat is juist gezegd 5). Nu ging Jezus in de aanval tegen de schriftgeleerden - maar had een pluim voor een arme weduwe 6). Dan de rede over de laatste dingen, de afbraak van de tempel, de ondergang van het bondsvolk, de verwoesting van Jeruzalem. Voor de kerkelijke overheid was de toestand niet vol te houden. Maar.. Elke morgen kwam "het volk" tot Hem in de tempel 7).

Op dit ogenblik werd het zelfs een der discipelen te erg. Judas besloot Hem aan de overpriesters en hoofdlieden te verraden. Aldus besloten 8), maar...weer buiten de schare om.

Het wordt tijd, de stukken nauwkeurig op te stellen. Aan de ene zijde zien we voortdurend Jezus met zijn discipelen, omringd van "al het volk", dat begerig was naar de fonteinen des heils, Aan de andere kant zien we niets anders dan: oudsten, overpriesters en schriftgeleerden, kortom de kerkelijke machtshebbers. Precies de groep, waarvan Jezus in Galilea al gezegd had, dat Hem te wachten stond: "veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden - en gedood worden - en ten derden dage opgewekt worden". Die machthebbers waren de oudsten of oversten: een gezeten groep niet-ambtsdragers; dan de overpriesters, die al lang niet meer de onaantastbare zonen van Aäron voorstelden maar een kliek gunstelingen van de bezetter, wier ambt niet op Mozes maar op Rome berustte; en dan de schriftgeleerden, waarschijnlijk zonen van .priesters, die in de ballingschap zich op het kopiëren der wet hadden toegelegd, daarin bijzondere kennis hadden verkregen en een school van disputerende theologen hadden opgeleverd: van rechtse Farizeërs tot linkse Sadduceërs.

Ziet u de twee groepen uit de verf komen? Het hele Joodse volk stond rondom en achter Jezus. De hele kerk adel - enkele uitzonderingen en late bekeringen daargelaten - had maar één probleem: hoe Jezus uit de weg te ruimen zonder last met het volk te krijgen. Niet het volk wenste zijn dood: schapen herkennen de Goede Herder. Maar de kerkelijke regentenkliek rook revolutie en ondergang van hun kaste en verdedigde zich met alle maatregelen.

Bij de nu volgende arrestatie waren het weer de dienaren van de hogepriesters en bevelhebbers (tempelwacht), die handelden. Het volk verwachtte dat Jezus de nacht in rust op de Olijfberg doorbracht. Judas kende de situatie precies 9). En Jezus, die de harten kende, zei: "elke dag was ik in de tempel en jullie deed niets - maar dat is jullie uur, het uur van de duisternis!"

Bij die gevangenneming komt de Romeinse overheid om de hoek kijken. Judas en consorten hadden immers een afdeling soldaten meegekregen 10) hetgeen moet inhouden, dat ze een politieke reden voor de arrestatie hebben opgegeven aan de bezetters. Hier komt het kruis in zicht, dat de Joden niet mochten gebruiken 11) maar dat een Romeinse straf was.

De martelgang van de Heiland liep van de Olijfberg (900 meter van de stadsmuur), door het Kidrondal naar het zuiden, buiten de stadsmuur om naar de citadel van David aan de westmuur, waar Annas, stamhoofd van de regerende priesters, zetelde. In deze voorstelling, waarbij Jezus de eerste klap opliep, waren Johannes en Petrus aanwezig - de eerste omdat hij met Annas in zekere relatie stond, de laatste omdat hij was binnengesmokkeld.

Daarna moest Jezus, nu geboeid, de hele weg rond de zuidmuur terug lopen, het Kidrondal door, de oostpoort door naar de tempelgebouwen of naar Kajafas' huis, daar vlak bij. Dat waren met elkaar vele kilometers in nachtelijk duister, geboeid, vermoeid, in angsten, Dan het eindeloze nachtelijke verhoor voor het Sanhedrin, waarin vermoeiende beschuldigingen uitgesproken en weerlegd of doodgezwegen werden. Het recht struikelde op de heilige plaats. Niets konden ze tegen Hem inbrengen dat steek hield. Totdat Kajafas in hulpeloze woede (de prooi dreigde hem te ontgaan!) de vraag afvuurde: "zijt Gij dan de zoon van God?!" Toen het antwoord kwam waren ze "klaar". De teerling was geworpen; Mozes' wet gaf hun het dodelijk wapen in handen. Ze waren klaar ... om de Romeinse rechter een doodvonnis te vragen.

Vanwege de reinheidswetten en het feest konden ze niet bij Pilatus binnenlopen en moesten een openbare rechtspraak riskeren. Pilatus kwam wel naar buiten, misschien hopend op publieke toeloop. Het was echter nog zeer vroeg in de morgen.

De beschuldigingen, die een Romeins doodvonnis moesten uitlokken, hadden echter niets met het urenlange verhoor voor het Sanhedrin te maken. De kliek wist wel, dat een Romein daarvoor niet op zijn rechterstoel ging zitten. Ze kwamen dus met geheel nieuwe punten: aanzetten tot opstand tegen Rome, aansporen tot belasting weigeren en zich voor een koning uitgeven. *)

Maar Pilatus rook op een afstand, dat deze beschuldigingen verwaarloosd konden worden. Voor de vorm stelde hij een vraag naar dat beweerde koningschap. Maar het antwoord: dat dit koningschap niet op deze wereld betrekking heeft, was afdoende. Daarmee verklaarde Pilatus de Man van smarten onschuldig. Tot drie maal toe heeft hij het onschuldig moeten uitspreken.

Pas op dat ogenblik was er volk op de been 12), dat meeging naar Herodes - maar blijkbaar een zodanige minderheid dat de procesgang niet te stuiten was. Na het onschuldig van Herodes werd Jezus teruggestuurd naar Pilatus, die nu door de kerkadel werd klem gezet. Ze chanteerden hem door de relatie van landvoogd en keizer te noemen. En "hun geschreeuw gaf de doorslag", zegt de Willebr. Vertaling 13). Daarop gaf Pilatus Jezus over aan hun wil, om gekruisigd te worden. Dat is aan de wil van de kerkelijke machthebbers en van niemand anders. Van de twee discipelen, die aanvankelijk meegegaan waren, is Petrus wenend weggelopen.
Mogelijk heeft Johannes de laatste episoden kunnen volgen en verslaan. Maar van enige invloed van "het volk" is verder geen sprake meer.

Dat blijkt uit de afloop. Het volk, dat zich intussen had verzameld, stond toe te kijken - maar de oversten hoonden Hem 14). Zelfs de Romeinse officier kwam tot erkenning van het onrecht, dat door zijn handen ging 15).
De scharen, die de executie hadden aangezien, gingen verslagen naar huis 16). Al zijn bekenden bleven tot het eind aanwezig, bleven Hem trouw. Terwijl het weer de kliek was, die naar Pilatus liep en om een wacht bij het graf verzocht - hebben zijn vrienden Hem ter ruste gelegd.
Met hulp van twee "overgelopen" aristocraten. De jure staat Pilatus aansprakelijk voor de wetsverkrachting. Maar de facto zijn het de kerkelijke leidslieden geweest, die de Opperherder hebben gekruisigd. En 't zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten.


Noten
1) Luc. 19: 37, 39
2) id.: 47
3) Luc. 20: 19
4) 20: 26
5) id.: 408) 21 : 4
7) 21 : 37
8) 22: 6
9) 22 : 50
10) Joh. 18 : 3
11) Deut. 21 : 22, 23
12) Luc. 23 : 13
13) id.: 23
14) id.: 35
15) id.: 47
16) id.: 48.

*) De openbare "rechtspraak" vond plaats op de lithostrotos, zegt de Bijbel. Dit geplaveide pleintje, tussen de Burcht Antonia en een poort, is opgegraven en kan bezien worden: het k6n geen grote volksmenigte bevatten! De "hele menigte" uit Luc. 23 : 1 was...de groep machthebbers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief