Kernwapens en het nihilisme in de cultuur
1980-04-18
Kernwapendiscussie voortgezet- Jaargang 24
- nummer 16
In achtereenvolgende nummers van OPBOUW hebben Prof. dr. B. Goudzwaard en Drs. H. de Jong elk hun visie gegeven op de ontwikkeling en het gebruik van kernwapens.
Uit de daarop volgende discussie is wel gebleken dat er onderling nogal grote verschillen zijn. Bij beiden was een grote ernst en diepe bezorgdheid over de wapenontwikkeling te constateren.
Goudzwaard zegt: neen tegen een voortgaande ontwikkeling en De Jong zegt: ja. De argumenten van beiden komen toch meer dan eens met elkaar overeen. Daarom zal de lezer nu eens deze, dan weer de andere scribaat zijn bijgevallen. Zoals afgesproken wordt de discussie nu (voorlopig) afgesloten.
In deze afsluitingen zullen af en toe herhalingen uit voorgaande artikelen voorkomen.
Toch zal het zwaartepunt liggen bij een benadering met andere accenten.
Cultuurproblemen
Met een intensiteit als nooit tevoren wordt de discussie over de ontwikkelingen en het gebruik van kernwapens gevoerd. Onmiskenbaar draagt deze discussie de sporen van de confrontaties met andere moderne cultuurproblemen. In alle hevigheid worden wij plotsklaps geconfronteerd met ernstige crisisverschijnselen in de ontwikkeling van wetenschap, techniek, economie en politiek. De problemen waren er wel al eerder, maar het was alsof wij de ogen ervoor gesloten hielden. Het milieuprobleem maakt dat bijvoorbeeld erg duidelijk.
Voor 1970 was dat probleem allang urgent, maar bijna niemand had er aandacht voor, Dat is daarna snel anders geworden. Zo is het met meer cultuurproblemen gegaan.
In zekere zin kun je dat ook van het kernwapenvraagstuk zeggen. Zoals zovele andere problemen overrompelt ons ook dit vraagstuk. Een belangrijke oorzaak daarvan is, dat wij lange tijd niet hebben beseft in een wetenschappelijk-technische cultuur te zijn terecht gekomen. En juist deze cultuur wordt gekenmerkt door grote problemen. Zo zijn de gevolgen van de moderne techniek vaak onoverzichtelijk, deze gevolgen betreffen de gehele cultuur en zij worden in ruimte en tijd nog steeds versterkt. Daarbij komt dat we in de wetenschappelijk-technische cultuur te maken schijnen te hebben met onomkeerbare processen, die vanwege de innerlijke dynamiek en de grenzen aan de werkelijkheid - de eindigheid aan grondstoffenreserves bijvoorbeeld - catastrofaal dreigen te eindigen. Deze situatie worden wij ons vooral de laatste tijd bewust, omdat we ons voordien blind staarden op wat door het samenspel van wetenschap en techniek tot stand werd gebracht. We verkeerden in de zekerheid dat aan de groei van materiële vooruitgang geen eind zou kunnen komen, en dat die ontwikkeling als zodanig een goede ontwikkeling was. Niet alleen is het eind ervan nu in zicht, maar ook worden de dreigingen en verwoestende werking ervan ons steeds duidelijker. Voorbeelden liggen hier voor het grijpen: kernenergie, computertechniek, grondstoffencrisis, milieuverwoesting, biotechniek, experimenteren met genetisch materiaal, telecommunicatie enz. Deze problemen kwamen vroeger niet voor. Juist vanwege de nieuwheid van deze problemen kunnen we ten aanzien van onze cultuur zeggen, dat we in een (betrekkelijk) kwalitatief andere situatie zijn terecht gekomen. Dat blijkt wel in het bijzonder daaruit, dat wij zonder enige ervaring tegenover de nieuwe problemen staan en we daarom in grote onzekerheid verkeren over het omgaan met en het zoeken van een oplossing voor de nieuwe problemen en dreigingen.
Het enige wat voor de hand schijnt te liggen is de noodzaak om de uit de hand gelopen ontwikkeling van wetenschap en techniek met een sterke politieke macht weer in juiste banen te leiden. En dan nog blijven cultuurrampen dreigen.
Een andere ontwikkeling in onze cultuur verdient evenzeer aandacht.
Dat betreft vooral de problemen in het klein. Zij lijken wel de keerzijde van de grote problemen te zijn: abortus provocatus, groeiend aantal echtscheidingen, alternatieve samenlevingen, burgelijke ongehoorzaamheid, ongebondenheid, ontevredenheid, vervreemding, verveling, grote psychische nood enz. Gezien vanuit deze problemen lijkt het erop dat onze cultuur in ontbinding is. Deze ontbinding heeft echter een andere eigenschap dan de grote dreigingen. De grote dreigingen schijnen door politieke macht onder de knie te krijgen te zijn - althans die pretentie voert men -, de problemen van de mens daarentegen schijnen bij een groeiende technocratie eerder toe dan af te nemen.
Geestelijke achterstand
Vele christenen hebben het er moeilijk mee, een goed zicht te krijgen op de vele grote en kleine problemen en spanningen in onze cultuur. Inderdaad ontbreekt het ons vaak aan een integrale, bijbels verantwoorde visie op onze cultuur en haar problemen. We pakken heel vaak één probleem aan, waarop we een duidelijk bijbels antwoord hebben, bijvoorbeeld het abortusvraagstuk, maar we missen het inzicht dat andere cultuurvraagstukken daar onlosmakelijk mee verbonden zijn, bijvoorbeeld de economische crisis of de risico's verbonden aan een ongelimiteerde ontwikkeling van de kernenergie.
Voor het ontwikkelen van een integrale bijbelse visie op onze cultuur is allereerst noodzakelijk dat we inzien, dat aan die cultuur een hoofdmotief ten grondslag ligt, dat zich in alle sectoren van die cultuur uitwerkt. Sinds de Renaissance, de opkomst van de moderne filosofie en de filosofie van de Aufklärung en sinds het begin van de industriële ontwikkeling heeft zich een materialistische gezindheid van het Westen meester gemaakt.
Bijbelse woorden als 'schepping', 'zonde', 'verlossing', 'toekomst' en 'geloof' werden steeds meer van hun bijbelse inhoud beroofd en gevuld met de pretenties van de mens, die eerste en laatste woorden aan zichzelf voorbehoudt. De christelijke toekomstverwachting is in dat proces ingeruild voor een materialistische, technische heilsverwachting.
Dààrom zijn wetenschap en moderne techniek ook tot zo'n ongekende bloei gekomen. Dààrom ook had men geen aandacht voor de weg waarlangs en voor de weg waarop deze wetenschappelijk-technische ontwikkeling tot stand kwam. Men staarde zich slechts blind op de resultaten die tot stand werden gebracht. Voor de destructieve kracht - een gevolg van de wetteloosheid van deze ontwikkeling - had men vaak helemaal geen oog. Voor zover men er oog voor had, dacht men met de politiek in
samenspel met economische machten, de dreigingen binnen de perken te kunnen houden. Dit ging gepaard met toenemende macht van de technocratie, waartegenover de mensen machteloos staan. Vanuit dezelfde gezindheid komt de mens tot verzet tegen de grote machten van wetenschap, techniek, economie en politiek. Dat verzet tegen de overmacht loopt uit op willekeur, frivoliteit, zinloosheid, ongebondenheid. Met andere woorden, de geestelijke eenheid in afval van Gods Woord demonstreert zich tegelijk een geestelijke desintegratie.
Voordat ook maar één probleem in onze cultuur aandacht krijgt, is het nodig een bijbels verantwoorde visie te hebben op de grondtendens van die cultuur. In het licht van de bijbelse openbaring over de toekomst, meen ik te mogen versman dat we steeds meer komen te leven in een wetenschappelijk-technische Babelcultuur: " ...nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn" (Gen. 11 : 6). De materialistische Babelcultuur van Openbaring 17-19 is in volle ontwikkeling.
Over de geestelijke inhoud van die cultuur en de gevolgen daarvan binnen die cultuur spreekt de bijbel in profetische taal. Ik denk in dit verband aan Rom. 1: 16-32, 2 Thess. 2: 1-12 en 2 Tim. 3: 1-9.
In Romeinen 1 wordt ons geopenbaard wat er gebeurt in een pagane, heidense cultuur en wat de religieuze gezindheid en overtuiging van heidenen is. In 2 Tim. 3 en in 2 Thess. 2 vinden we respectievelijk een beschrijving van de religieuze gezindheid van de neopagane, de geseculariseerde, zelfzuchtige mens en van de gevolgen van die gezindheid voor de cultuur.
Tussen Rom. 1 enerzijds en 2 Thess. 2 en 2 Tim. 3 anderzijds valt een sterke parallel te constateren.
In vergelijking met de vroegere heidense, voor-christelijke cultuur, kunnen we van de moderne heidense, na-christelijke cultuur zeggen, dat juist vanwege de mogelijkheden van wetenschap en techniek, het kwaad en de rampen in de geseculariseerde cultuur intensiever zijn. Daarover spreekt ook het laatste bijbelboek: Openbaring. De moderne machten van wetenschap en techniek zijn enorme, dreigende en daarin demonische machten geworden. De bijbel wijst daarvoor ook de grond aan. In onze cultuur verwerpt men niet alleen de openbaring van God in de werken van Zijn handen, zoals in de pagane cultuur van Rom. 1, neen, men verwerpt bovendien de Woordopenbaring. Zoals de verwerping van de scheppingsopenbaring in de pagane wereld desastreuze gevolgen had, zo heeft de verwerping van scheppings- èn Woordopenbaring in onze cultuur een kwadrateren van het kwaad tot gevolg. Waarom? Omdat zij "de waarheid Gods vervangen hebben door de leugen en het schepsel vereerd en gediend hebben boven de Schepper ... " (Rom. 1: 25, zie ook 2 Thess. 2 : 10, 11). In onze cultuur wordt de mens steeds meer door zelfzucht gedreven. Die zelfzucht uit zich in losbandigheid en verloedering van het leven en samenleven, maar evenzeer uit die zelfzucht zich in een materialistische heilsverwachting, waardoor wetenschap en techniek tot afgoden zijn geworden en als afgoden bedriegen ze ons steeds meer, de cultuurdreigingen nemen toe en cultuurrampen gaan tot de dagelijkse mogelijkheden behoren.
Daarin openbaart zich de toom van God over alle goddeloosheid en ongerechtigheid en God geeft de mens over aan een verworden of verblind denken (Rom. 1: 18 en 28; 2 Tim. 3 : 9).
In dit profetisch licht wordt duidelijk dat onze cultuur steeds meer een nihilistische, wetteloze cultuur aan het worden is. Dat geldt zowel in het groot - de dreigingen van wetenschap en techniek - als in het klein - de verloedering van leven en samenleven. Zo gezien is er een diepe geestelijke eenheid in de innerlijke verscheurdheid en geestelijke desintegratie van onze cultuur.
(slot volgt)