Gods goedheid is groot

1980-04-18
  • Jaargang 24
  • nummer 16
Onlangs liet een zuster mij een borduurwerk zien; ze had een kwatrijn, een vierregelig vers, op linnen geborduurd en was bezig dit met veelkleurige versiering af te werken. Het was opvallend mooi, maar van dit soort handwerk heb ik geen verstand - dus las ik alleen de tekst. En die tekst was als een taal uit een betere wereld:

Gods goedheid is te groot,
voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood
door heel het leven heen.

Daar word je toch even stil van, nietwaar? We zeggen vaak, als het ons voor de wind gaat: Gods goedheid is groot over ons! Jawel, dan is Gods goedheid toereikend voor onze voorspoed. Maar dat die goedheid veel meer omvat dan ons voor de wind zeilen, dat Gods goedheid ook met ons meegaat in tegenspoed, in ziekte, in lijden, in sterven en in de hel - dat is niet iets om elke dag bij stil te staan. Of staan we daar wel even bij stil? Enne ... is dat eigenlijk wel waar?

We vroegen naar de herkomst van dit vers. Het antwoord was verrassend: het is een couplet uit lied 223 van het Liedboek voor de kerken. Ja, het gezochte geluk ligt meestal vlak naast ons. Vandaar dat we ons .vandaag eens bezig houden met dit mooie lied, dat onder de titel "De aarde is vervuld" door ds W. Barnard is gedicht.

Oorspronkelijk dichtte ds Barnard dit lied in zijn tijd van de Amsterdamse Nocturnen: avonddiensten in de Maranathakerk, met Frits Mehrtens als componist en organist. Zo verscheen het al in 1959 in het bundeltje "De adem van het jaar"; eveneens in zijn boek "De tale Kanaäns" (1963) en ook in de Proefbundel van 1964. Langs deze weg kwam het in het Liedboek terecht. Het boekje "De adem van het jaar" wijst in de richting van het ritme van zondagsliturgieën en zo naar het kerkelijk jaar; vanouds in de Roomse Kerk intens beleefd en door de Prof. dr G. v. d. Leeuw-stichting sterk bevorderd.

Het lied is geschreven voor de tweede zondag na Pasen, al is het op andere zondagen even waardevol. Hoewel we niet onder enige "dwang" van een kerkelijk jaar zouden willen staan (Calvijn trok zich van geen kerstdagen iets aan) - zo lang de "stof" van het kerkelijk jaar de Schriften eert en het vleesgeworden Woord bezingt, mogen we daar dankbaar mee omgaan.

De aanhef is ontleend aan psalm 33: 5, 6: "De aarde is vol van de goedertierenheid des Heeren; door het woord des Heeren zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heir". Daarmee is het geborduurde kwatrijn in een maal grond gegeven: áls de aarde vol is van de goedertierenheid des Heeren, is Gods goedheid te groot voor ons geluk alleen; dan gaat zij ook mee in tegenspoed en rouw. Dan spreekt Gods goedheid even zeer in de dood van zijn Zoon als in diens opstanding.

In de kerkelijke traditie is de tweede zondag na Pasen Misericordias Domini genoemd, de zondag van 's Heeren barmhartigheid. In de volksmond heette deze zondag de Goede Herder-zondag. Waarom? Omdat de Heiland zijn sterven in verband had gebracht met zijn herderschap. De goede Herder, zei Hij, zet zijn leven in voor zijn schapen 1). En omdat Hij deze leer ook in praktijk bracht (niet alleen voor het geliefde bondsvolk maar ook voor schapen van andere stallen 2» had zijn Vader Hem lief op het ogenblik dat Hij zijn leven aflegde 3). Ja, op het ogenblik dat Hij zich van God en alle heiligen verlaten achtte, had zijn Vader Hem lief: Gods goedheid was te groot voor het hosanna alleen, die ging in alle nood door heel zijn sterven heen.

En nu het lied in zijn geheel:

De aarde is vervuld
van goedertierenheid,
van goddelijk geduld
en goddelijk beleid.


Gods goedheid is te groot
voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood
door heel het leven heen.

Zij daalt als vruchtbaar zaad
tot in de groeve af
omdat zij niet verlaat
wie toeven in het graf.

Omdat zij niet vergeet
wie godverlaten zijn:
de wereld hemelsbreed
zal goede aarde zijn.

De sterren hemelhoog
zijn door dit zaad bereid
als dienaars tot de oogst
der goedertierenheid.

Het zaad der goedheid Gods
het hoge woord, de Heer,
valt in de voor des doods,
valt in de aarde neer.

Al gij die God bemint
en op zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind
als psalmen in de nacht

Het goddelijk geduld - daarvan zei Petrus 4): De Heere talmt niet, maar is lankmoedig, daar Hij niet wil dat sommigen verloren gaan. En in dit barmhartig geduld zit het goddelijk beleid opgesloten: dat állen tot bekering komen. Want zo lief heeft God de wereld, zijn schepping, gehad, dat Hij zijn enige zoon gegeven heeft. Gods goedheid is te groot voor onze kerk alleen, zij gaat in alle nood van deze wereld heen. Abortus, euthanasie, zelfdoding, kerkelijke hoogmoed, oorlogen en dreiging - over al deze ellende welft zich Gods goedertierenheid.

Zo was het Gods goedheid, die mee ging in het nieuwe graf, dat Jozef van Arimatea voor zichzelf bedoeld had. De Godheid is door niets buiten te sluiten, zeiden onze vaderen. Waar zouden we zijn vriendelijk aangezicht ontlopen? 5) Hij heeft zijn Zoon zelfs in het dodenrijk niet in de steek gelaten 6). Hij laat geen deeltje van zijn schepping in de steek; de hele wereld is gezegend.

Zijn goedheid valt als zaad in een wel toebereide aarde: stervend zaad, dat rijke oogst belooft. De sterren aan de hemel, de planeten, melkweg, sterrenstelsel, alle door het woord des Heeren, door de adem van zijn mond gemaakt 7), zijn de getuigen van zaaien en oogsten, van dood en opstanding, van Gods goedheid en van onze dankbaarheid.

Het allerbeste zaad, Gods hoogste goedheid, werd geschonken in de dood van zijn Zoon. Zo lief had Hij deze schepping, zijn kosmos, niet willende dat een verloren zou gaan. Het hoge woord moet er uit: zelfs het vleesgeworden Woord is gezaaid in oneer - maar om op te staan in de hoogste eer!

Dat alles zit opgesloten in het mooie lied 223 van ds Barnard. De muziek is, als gezegd, van wijlen Frits Mehrtens: een "eenvoudige, gave melodie"schrijft Willem Vogel 8), waarover de componist geen enkel woord heeft nagelaten: de melodie sprak blijkbaar voor zich zelf.

Ze laat zich ook zo maar zingen - probeert u het maar. Diverse kerken zijn al begonnen het liedboek, hetzij in, hetzij voor de samenkomsten, te zingen. Onze bloedeigen thuisgemeente is er ook mee doende, zo hebben we onlangs met blijdschap kunnen constateren; en wie zou het haar verbieden? Als het Woord rijkelijk in ons woont, bemoedigen we elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen 9). Hetwelk doende zo doen wij wel en God zal ons zegenen.

En als we dit lied in zijn geheel lezen, liever zingen, komen we aan het slotcouplet. Een bemoediging voor allen, die de Heiland in onverderfelijkheid liefhebben: de oogst van Gods grote goedheid staat te rijpen in ons leven van dankbaarheid. Zijn Woord komt nooit vruchteloos terug, maar brengt zestig- tot honderdvoudige vrucht op. Hij die gelooft hoort het ruisen van de oogst op de Libanon 10). Dat is onze troost in voorspoed, vooral in tegenspoed, bij het naderen van de dood. Onze Schepper geeft ons psalmen, zelfs in de nacht 11).

Noten
1) Joh. 10: 11
2) id. 10: 16
3) id. 10: 17
4) 2 Petr. 3 : 9
5) Ps, 97 en 139: 7
6) Ps, 16: 10
7) Ps. 33 : 6
8) Compendium 552
9) Col. 3 : 16
10) Ps. 72: 16
11) Job 35 : 10 - Hdl. 16: 25 en Ps. 42: 9.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief