Afgeschreven
1980-04-18
"schuw, in onze eerste gesprekken, - Jaargang 24
- nummer 16
heeft zij geen woorden voor haar toestand".
Als het gesprek hapert
Lang niet voor iedereen is het gesprek een geschikte manier om met anderen te communiceren. Veel mensen kunnen hun gevoelens niet goed onder woorden brengen en worden daardoor ook vaak verkeerd begrepen. Het gevolg kan zijn dat iemand zich af gaat sluiten, gesprekken mijdt, en - na kortere of langere tijd - in een situatie gaat verkeren waarin (professionele?) hulpverlening noodzakelijk wordt. Voor sommige mensen is het opschrijven van gevoelens een gemakkelijker wijze om te communiceren dan het gesprek. De drempel wordt lager, gevoelens behoeven niet rechtstreeks blootgelegd te worden aan anderen. We zien dit o.a. tijdens de puberteit wanneer veel zaken die niet direct met anderen worden doorgesproken wel aan dagboeken worden toevertrouwd.
Trouwens, niet voor niets wordt er van een aantal auteurs beweerd dat ze niet gemakkelijk kontakten leggen. Het papier daarentegen is gewillig, gevoelens die wel degelijk bestaan, vinden op schrift een uitweg.
Ontmoeting per brief
Dat het op schrift stellen van gevoelens ook in de psychiatrische hulpverlening een rol kan spelen zien we in het boekje "Afgeschreven"dat in het najaar van 1979 bij uitgeverij Kok in Kampen verscheen. De patiënte blijkt onvoldoende in staat te zijn eigen gevoelens tegenover haar psychiater te verwoorden. "Schuw in onze eerste gesprekken heeft zij geen woorden voor haar toestand" zo schrijft deze arts in het voorwoord van het boek. Besloten wordt om elkaar voortaan per brief te ontmoeten. De schrijfster Dieuwke Winsemius heeft uit fragmenten van deze correspondentie dit boekje samengesteld. Uiteraard na toestemming van de patiënte, die hoopt dat het met deze brieven misschien mogelijk is om anderen te helpen.
Geen recepten
Als u "Afgeschreven" koopt om nu eens precies te weten welke therapie de beste is, zult u zich al snel bekocht voelen. We lezen in dit boek slecht indirect op welke wijze de psychiater reageert op de uitspraken van zijn patiënte: weerspiegeld in haar brieven.
Toch maakt juist deze benaderingswijze het boek waardevol. Hoewel in onze tijd de discussie over de rechten van de psychiatrische patiënt tot in de pers en via radio en televisie gevoerd wordt, zien we toch dat er vaak gedacht wordt vanuit een visie die de patiënt min of meer tot object maakt. Een neuroticus doet dit en behandelt je zus, en bij een schizofreen kun je dat verwachten en die behandel je
zo. Trouwens, onze hele samenleving maakt zich schuldig aan het plakken van etiketten: een Surinamer kun je niet vertrouwen, Groningers zijn stugge mensen en de jeugd gaat altijd overal tegenin. Dit boek laat echter in ruim 130 bladzijden de andere zijde van de hulpverlening zien: een vrouw van zo'n 35 jaar op wie we misschien allerlei etiketjes zouden kunnen plakken. Maar iemand die door en door mens is, met haar eigen hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
Een vrouw die in en door een aantal zaken is vastgelopen en hulp nodig heeft. Psychiatrie is geen kwestie van recepten en therapieën geven: het is hulpverlening van mens tot mens. Dat een dergelijke relatie ook mogelijk is (en vaker voorkomt dan we misschien denken) blijkt uit de brieven die 'Janneke' schrijft aan 'Dokter H’. "Ik merkte dat u mij steeds correct als mens tegenover mens behandelde.
Ik werd niet als een gek behandeld" (62).
Emotioneel geladen
Het boek leent zich er niet voor om op één avond te worden uitgelezen.
De toon van dagboeken en brieven is meestal zeer emotioneel, aan gevoelens wordt de vrije loop gelaten. Dat geldt des te meer voor Janneke die we in haar brieven stukje bij beetje knopen uit haar verleden zich ontwarren. Wanhoop, verdriet en ook het uitzicht dat soms geboden wordt worden zó intens doorleefd, zó emotioneel geladen beschreven, dat u het boek beter zo nu en dan terzijde kunt leggen. Niet alleen om de inhoud rustig op u in te laten werken, maar ook om het boek recht te doen. Het is immers geen sensatieverhaal waar je zomaar overheen mag lezen.
Een aantal oorzaken
Een ongeluk komt zelden alleen. Als iemand 'vastloopt' lijkt het misschien alsof er één oorzaak kan worden aangegeven; achteraf blijkt er vaak sprake te zijn geweest van een heel complex van factoren.
Het wordt zelfs moeilijk om te achterhalen wat oorzaak en gevolg is geweest. Gaat iemand op in zijn werk omdat hij liever niet thuis zit, een slechte relatie heeft met zijn vrouw, of ontstond die slechte relatie doordat het werk de echtgenoot teveel opeiste?
In 'Afgeschreven' zien we hoe Janneke zich de problemen steeds duidelijker bewust wordt. Geen kwestie van weken of van maanden: in het boek "viert" ze haar tweejarig verblijf in de psychiatrische inrichting. De relatie met haar vader, haar beroep( -shouding), verdrongen seksuele gevoelens, het eenzaam zijn, het zo ervaren wantrouwen van anderen, een geloofscrisis vragen allemaal om verwoord en verwerkt te worden. Janneke is met al die problemen tegelijkertijd bezig.
Soms gaat ze in de aanval, dan weer in de verdediging.
De ene keer overwint de krampachtigheid, het perfectionisme, de volgende dag is ze weer passief.
Door deze wirwar van tegenstrijdige gevoelens - soms op één dag beschreven - kent het boek weinig systematiek. Toch heeft deze subjectieve, weinig afstandelijke wijze van schrijven een groot voordeel: we ervaren des te meer wat het moet betekenen om echt in de put te zitten, heen en weer geslingerd te worden door gevoelens. Juist omdat we zo graag alles op een rijtje willen zetten (ook voor de ander) is het wel eens goed om in te zien dat er zich situaties voor kunnen doen waarin je werkelijk overspoeld wordt door emoties, er geen gat meer inziet.
Opvoeding en werk
We komen (dus) een groot aantal problemen tegen in de brieven. Problemen die Janneke heeft geprobeerd te verdringen. Ze was die spanningen misschien niet meer bewust, maar ze woekerden voort in haar onderbewuste. Ik zou veel kunnen citeren, maar het karakter van deze boekbespreking laat dat niet toe. Daarom dient volstaan te worden met het aantippen van een enkel probleem.
Zo komt regelmatig de opvoeding ter sprake. De wijze waarop ouders met hun kind(eren) omgaan is van essentieel belang voor de volwassenwording.
Janneke heeft nooit een goede band met haar vader gekend. "Vader, die moeilijk was en onrechtvaardig. Die vroom deed maar er in de praktijk niets van terecht bracht. We hebben nooit een echte vader gekend" (21). Later, als ze na een opleiding tot verpleegster min of meer verplicht wordt om haar zieke vader te verzorgen, wordt de haat jegens haar vader nóg groter. Na een half jaar vertrekt ze weer om in een Academisch Ziekenhuis de kinderaantekening te halen. Scherp is haar kritiek op de ziekenhuiswereld.
"Het ziekenhuis, waar de zgn. doktersromannetjes echt gebeuren. Flirten, leven, met elkaar naar bed gaan, getrouwd of niet. Langzaam maar zeker kreeg ik genoeg van die wereld. Aan de buitenkant had ik meegedaan, innerlijk walgde ik ervan" (25).
Janneke verlangt naar een échte relatie. "Maar de praktijk leerde mij anders. Ik ging volkomen op in mijn werk, mijn vrouwelijke gevoelens kregen steeds minder kans. Ik ging ze verdringen, veroordelen. Ik functioneerde niet meer geestelijk, lichamelijk en emotioneel" (25).
Opgenomen
Als Janneke na 8 jaar op de kinderafdeling te hebben gewerkt wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting is dat een gevolg van jarenlange spanningen. Niet alleen spelen de eerder genoemde
problemen een rol, ook haar geloofsleven geeft soms het beeld van een wel willen, maar niet kunnen geloven. "Ik heb geprobeerd de zegenende handen van Jezus vast te houden. Ik bad en smeekte, zegen ook mij, 0 Heer. Laat mij niet alleen! Maar ik kreeg geen antwoord. Ik neem niets op. Mijn hoofd zit potdicht" (57). Kontakten met familie en met de maatschappij verlopen steeds moeizamer. Over een bezoek aan haar zus schrijft ze: "Ze begon zoals gewoonlijk vragen op mij af te vuren: Hoe gaat het? Fijn dat je weer auto mag rijden.
Wanneer mag je weer werken?" "Met mij is het goed", zei ik en liet de stortvloed over mij heen komen.
Er was geen begrip. Ik speelde wat met de kinderen. Dat was mijn redding; ZlO verbrak ik mijn eigen spanning" (56). Bijzonder cynisch is de houding van Janneke tegenover de beroepsmatige benadering van de patiënt door sommige verpleegkundigen.
"Vannacht om vier uur wakker. Huilende. De zuster gaf mij een tablet, joost mag weten wat. Het bekende schouderklopje ontbrak niet" (51).
Problemen, problemen. En toch, steeds meer licht. Een meer ontspannen Janneke, kritisch ten opzichte van misstanden, meer positief naar en minder afhankelijk van de mensen die haar steun geven. De spanningen blijven; in haar laatste brief geeft ze de eenzaamheid aan als de kern van haar probleem. Maar die spanningen werken niet meer als dwangbuis: ze kan er afstand van nemen.
Als een vader
In de tweede helft van de twintigste eeuw staat de functie van het gezin duidelijk ter discussie. Eén van de gevaren in dit verband is dat men gaat denken dat de ouder-kind relatie eigenlijk niet zo belangrijk is. Het is goed om er door het lezen van "Afgeschreven" nog eens op te worden gewezen dat de manier waarop ouders en kinderen met elkaar omgaan consequenties heeft voor de volwassenheid. En het gaat er daarbij niet om of vader en moeder veel aanwezig zijn, maar of ze beschikbaar zijn, d.w.z. open staan voor de vragen van hun kinderen. Bij Janneke's vader was dat duidelijk niet het geval, hij had geen echte relatie met zijn dochter, zij durfde haar gevoelens niet te uiten.
In feite heeft Dr. H. die opvoedingssituatie overgenomen. Als een vader weet hij te luisteren, maar ook leiding te geven en te confronteren.
Gedurende de therapie groeit Janneke naar een nieuwe volwassenheid, van afhankelijkheid naar zelfstandigheid. Ze leert om te gaan met haar mogelijkheden en onmogelijkheden.
Een waardevol boek
De brieven die Janneke geschreven heeft zijn - het is al eerder in deze bespreking naar voren gekomen om meer dan één reden waardevol.
Ze geven een inzicht in de situatie van de psychiatrische patiënt. We kunnen niet om de problemen heen: de schrijfster is volledig vastgelopen en heeft hulp nodig. Daarnaast roepen zowel de leefwereld van de inrichting als de harde, soms onverzoenlijke reactie van de buitenwereld spanningen op.
De schrijfster voert (zij het meestal niet direct) een pleidooi voor een warme relatie tussen ouders en kinderen, tussen volwassenen, vrienden en collega’s. Een relatie waarin naar elkaar geluisterd wordt en waarin gevoelens geuit kunnen worden. Een omgeving daarin ook aan alleenstaande mensen gedacht wordt. Dat in christelijke kring een dergelijke situatie nogal eens ver te zoeken is komt in "Afgeschreven" ook wel naar voren. Mensen die denken dat psychiatrie "onzin" is, kunnen in dit boek ervaren dat een goede therapie wel degelijk zinvol is; zonder deze hulp zou Janneke waarschijnlijk niet meer in de maatschappij zijn teruggekeerd.
Ook zullen deze lezers - wellicht tot hun verbazing - kunnen inzien dat "de pillen" niet de enige behandelingsvorm zijn. Wel wil ik - en dat terzijde - erop wijzen dat er in de psychiatrische inrichtingen óók mensen zijn opgenomen die we met de huidige wetenschappelijke kennis niet kunnen behandelen. Chronische psychiatrische patiënten, waarbij zelfs de oorzaak van de stoornis nauwelijks valt te achterhalen. Zij zijn - vanuit de mens gezien - wérkelijk afgeschreven.
Ook het personeel in de psychiatrische inrichtingen kan zijn lering trekken uit de brieven van Janneke.
Ze waarschuwt heel nadrukkelijk voor een onechte wijze van reageren. Als men meer oog heeft voor de beroepshouding dan voor het medemens-zijn is er iets fundamenteels mis in de hulpverlening.
Voor de christelijke gemeente is van belang te beseffen dat de grens van de kerk niet daar ligt waar de wereld die grens pleegt te leggen: bij de ingang van de vele inrichtingen die we in Nederland kennen. Tenslotte nog een woord van Janneke: "Ik weet niet in hoeverre ik anderen met dit schrijven zou kunnen helpen ... het is mij voldoende te weten dat er misschien mogelijkheden zijn om medemensen, die net als ik in een hel verkeerd .hebben, te helpen... Een mogelijke wegwijzer, niet meer en niet minder..."
Dieuwke Winsemius,
"Afgeschreven" ,
Uitgeverij Kok, Kampen; ISBN 90 242 00004 0
136 pag., prijsf17,50