Een nieuwe naam

1980-04-24
  • Jaargang 24
  • nummer 17
Anonimiteit is één van de typerende verschijnselen van onze tijd. Heel de samenleving wordt er door geteisterd en als gevolg daarvan ondergaat onze omgang met elkaar heel sterk de invloed, die dit heeft.
Naarmate de technologische ontwikkeling het leven gaat beheersen, worden verstedelijking en massificatie de grote zweren, waaraan het leven verkankert en verziekt. . Niemand heeft meer een éigen naam en een éigen identiteit. De werknemer is een nummer op de lijst, een radertje in het geheel.
De stad wordt opgebouwd in reeksen flats en appartementen, waar het eigene totaal zoek is en elke bewoner een nummer op de trap of in de lift is. Hartmachines regelen patiënt no. zoveel; longmachines halen adem voor kamer 13; voor de nierdialyse liggen ze in reeksen te wachten; je komt aan de beurt, zodra er plaats voor je is. En de computer zegt nauwkeurig precies, wat er gebeuren moet. We leiden onze jonge mensen op aan gelijkgestroomde opleidingen en de test maakt uit, of je geschikt bent voor m.a.v.o., h.a.v.o., l.e.a.o. of een andere anagram uit het rijtje. De machine maakt uit, wie of wat je bent en naar het eigene wordt steeds minder gevraagd. De keerzijde van het geval is, dat in de samenleving agressiviteit, vandalisme, geweld en terreur steeds meer toenemen. Kraakacties, straatrellen, rumoer in treinen en gevechten op tribunes van voetbalvelden nemen hand over hand toe. Men wil zich laten gelden, maar is de normen volledig kwijt. We klagen erover, dat de jeugd zo brutaal en vrijgevochten is, zo normloos en eigenwijs, maar vergeten, dat we hen zelf, hun eigen zelf hebben wéggecomputerd en slechts te maken krijgen met een anonieme massa, die het geheim van het leven niet meer vinden kan.

In de bijbel heeft de "naam" nog een héél bijzondere inhoud. Daar is de naam nooit maar een bordje of een etiket of een nummer. De naam, dat betekent in de talen van de bijbel altijd dat eigene, dat jou tot jou maakt.
Dat, wat je helemaal bent of wordt. Bij de schepping begint dat al bij de dieren, die in hun namen een eigen identiteit krijgen. Maar bij de schepping naar het beeld van God krijgt de mens op heel bijzondere manier zijn eigen zelf, zijn eigen identiteit, zoals God hem noemt. Voor God had dan ook ieder mens dat ene, bepaalde, dat hem zichzelf deed zijn. Da:t was dan ook meteen voor ieder een opdracht; naam is in de bijbel altijd de roeping, om zó te zijn als de Heer mij gemaakt heeft. Daarom kon hij ook met de ander omgaan, als ieder zijn of haar eigen taak verstaan heeft. De pas overleden wijsgeer Sartre ontkende dat en was van mening, dat de ander de hel was en een belemmering voor zijn vrijheid. Dan wordt de omgang met de ander niet anders dan de ondergang van de samenleving.
Er is géén eigen identiteit meer en daarom is er ook geen omgang met elkaar mogelijk. Ieder is of wordt de vijand van de ander. Vandaar de verruwing en de verloedering van de samenleving, die ten slotte zijn ontlading vindt in de oorlog, die ook al gekenmerkt wordt door de massificatie van de bewapening, waarin de kunde van de computer ten slotte sterker zal zijn dan de inzet van persoonlijke waarden. In 1972 klaagde een Israëlisch soldaat al tegen ons, dat je nooit wist tegen wie je vocht, omdat persoonlijke moed werd verdrongen door de knop van de computer op zoveel kilometer afstand. Demonische krachten keren het leven ondersteboven en ontbinden het in een grauwe, anonieme massa, waarin geen omgang met elkaar mogelijk zal blijken.

A:ls we in Openbaring 2/17 lezen van de nieuwe naam, die iedereen ontvangt, die in Gods kracht tegen de zonde strijdt, dan gaat het daar juist om dat geheel eigene, dat we in Christus en door Hem ontvangen, wat ons ons levende mens-zijn doet hervinden. Johannes moet schrijven aan de gemeente in Pergamum, in dat oude Klein-Azië, waar de grootmacht van die tijd herhaaldelijk geprobeerd heeft, de christelijke gemeenten wèg te walsen onder verdrukking en vervolging.
In Pergamum hebben ze in die verdrukking stand gehouden tot in de dood toe, maar nu probeert de vijand het op een andere manier. Niet openlijk met haat en vervolging, maar slinks door listige verleiding, zoals Bilearn het volk Israël langs een achterdeurtje infiltreerde met afgodische invloeden. Géén persoonlijke strijd met persoonlijke geloofsbeproeving dus maar door het eigene van Gods kinderen weg te nemen.
Net als de volgelingen van een zekere Nikolaus, die er op uit waren, gewoon met de cultuur om hen heen mee te doen en daar propaganda voor te maken, zodat van het eigene van het christelijk geloof niets meer overbleef.
Depersonifcatie dus. Zoals steeds weer de poging van satan erop gericht is, Gods werk na te apen, maar het resultaat altijd weer uitloopt op het verlies van het eigene van het individu, waardoor er ook in de gemeente geen omgang met elkaar meer mogelijk is. Toen heette die demon Nikolaus en vandaag Sartre of Marcuse of hoe dan ook. anonimiteit en massaficatie doden het eigene van jezelf en daarom ben je ook niemand voor een ander. Let er nu op, wat Johannes moet schrijven aan de gelovigen in Pergamum. Een nieuwe naam! En niemand anders zal die naam begrijpen, dan alleen degene, die hem ontvangt. Ieder kind van God heeft een eigen identiteit in verband met wat de Heilige Geest van je maakt door wedergeboorte en bekering. Ieder heeft zijn eigen zonde, door wat de Boze van je probeert te maken van God àf. Zonde werkt depersonificerend.
Ontadelt jezelf en maakt van je een prooi van demonie. Denk maar aan drugs en alcohol. Je wilt onder de ellende van het leven uit en verslingert je aan narcotica. Je wilt jezelf weer terug vinden maar, als je eenmaal die weg opgaat, verlies je je eigen identiteit steeds meer en belandt in de grauwe massa der verslaafden .:

Christus geeft een nieuwe naam. Dat wil zeggen: een nieuwe zelfheid, een nieuwe identiteit. Daar zijn er géén twee dezelfde. Ieder kind van God, dat de Heer Jezus Christus aangenomen heeft, kent een eigen omkering en als gevolg een eigen strijd, die voor jou kenmerkend is. Christus' Geest herstelt het individu, jouw individu, dat zal niemand kunnen kennen dan jijzelf. Maar dat betekent ook een eigen opdracht, een nieuwe, eigen taak in het rijk van Jezus Christus; en omdat Jezus Christus je Heer is, betekent dat óók, dat je niet als individualist gaat protesteren tegen een verrotte maatschappij of een verziekte kerk, maar dat je met je eigen zijn gaat meehelpen aan de opbouwen het herstel van de samenleving van Gods volk.
Door Christus wordt het zó: jij bent jij in Hem, met je eigen opdracht, met de eigen identiteit, geheiligd in Christus' Moed, maar dat geheiligd individu mag samen met al die anderen de opdracht van Christus vervullen.
Computerchristenen zijn er niet. Ieder levend kind van God krijgt, zegt de Heer tegen Johannes, een witte steen; dat is dat wonder, waarin Gods werk op heerlijke wijze blinkt. En dat in die naam tot uitdrukking komt.
Let er .op, dat de Boze ook dit werk van God zal proberen te imiteren.
Hij zal van elke gelovige, of van elk kerkmens althans, een individualist willen maken, die alleen op zijn eigen normen gesteld is en de wereld wil veranderen door structuren te willen breken en vormen te willen afschaffen.
De individualist breekt ten slotte de gemeenschap of maakt er een grauwe massa gelijkgezinden van. Hij heeft de kerk niet nodig, want hij kan ook wel geloven zonder kerk en zonder preek en zonder sacrament. Individualisme is zondige imitatie en daarom vervorming en misvorming van het werk van Christus' Geest.
Want individu en gemeenschap zijn juist in Christus verbonden. Want dat éne, dat de Heer jou geeft als een eigen naam, die niemand kent dan jijzelf, is ontsprongen aan dezelfde bron als dat, wat de Heer aan de ander gegeven heeft. Anonimiteit mag er in de gemeente van Christus niet zijn. Dan lijken we op Bileam, die de levende mens laat wegzakken in de naamloosheid van
het heidendom: of op Nikolaus, die de gemeente degradeert tot een naamloze massa van sektarisch denken; of op Sartre, die de wereld wilde beleven als een anonieme hei of op Marcuse, die de maatschappij wilde ontbonden zien in nietszeggende elementen of op de moderne mens, die de samenleving vercomputert tot een levenloze machine, zonder eigen inzicht en opdracht, waarin ik als een nummer verdwijn. Heer! Bewaar ons voor de ontbinding van de anonimiteit en de tirannie van de computer. Leer ons mensen te zijn op aarde, naar Christus' beeld en door zijn Geest herboren.
Leer mij mijn eigen naam kennen en geef mij door uw Geest mijn identiteit weer. Want:

Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden, die naar het leven leidt;
de mensen niet verlaten, Gods woord zijn toegedaan;
dat is op deze aarde de duivel wederstaan.

(liedboek nr. 172 : 4)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief