Luisteren

1980-04-24
  • Jaargang 24
  • nummer 17
Nog zie ik hem het erf opkomen van Jungerius’ boerderij in Waardhuizen. Op de fiets, dr. G.K. Schoep. We hielden daar onze kerkdiensten en ik dacht: dit zal hem tegenvallen. Zo meteen gaat hij zitten en kijkt om zich heen: een koestal, een klein harmonium en dan een jonge man van 25, die een preek houdt. Schoep geeft gastcolleges aan studenten in medische faculteiten over de achtergronden van hun wetenschap, of die christelijk zijn dan wel heidens. Ik ben niet geleerd en al blij dat de broeders en zusters van onze gemeente me nog aanhoren willen. Wat moet doet dokter Schoep tussen deze eenvoudige mensen en met zo’n preek? Maar hij kwam ook de volgende weken: hij was voor herstel van krachten in de buurt van Heusden gelogeerd. Na enkele maanden nam hij afscheid van ons. Ik begon erover, dat het 'wel kerkelijke trouw was, die hem ertoe gebracht had om zo regelmatig van vrij verte komen. Dat 'was 'het niet, antwoordde hij. Van m'n preken zei hij ook niet, dat ze hem meegevallen waren wat de studie betreft, die erachter zat, of vanwege enkele diepe gedachten, die er sporadisch in voorkwamen. Maar hij zei: “Ik luisterde weer, zoals toen ik een jongen was. Met de gemeente samenkomen en gewoon naar het Evangelie luisteren, dat had ik voor mijn herstel nodig.” Onderwijsmensen zuchten erover, dat de jeugd niet meer luisteren kan. Sommige ouderen hebben daar ook moeite mee. Hieruit valt misschien de trek te verklaren naar wederdoperij, tongentaal, sensationele dwaaltochten door de boeken der profeten, het zoeken van bijzondere diensten en geestelijke gebeurtenissen. Maar de predikers mogen met niets anders komen dan een oud verhaal. Daar zal de gemeente het echt mee moeten doen. Ze moet weer leren luisteren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief