Heer zegen onze Koningin
1980-04-24
Troonswisseling- Jaargang 24
- nummer 17
Op 30 april a.s. zal Koningin Juliana afstand doen van de troon en prinses Beatrix haar opvolgen als Koningtin der Nederlanden.
Van 1948 tot 1980 heeft Koningin Juliana haar zware en verantwoordelijke taak vervuld. Reeds bij haar inhuldiging liet zij in haar inleidend woord zien, dat zij haar roeping besefte, de licht en schaduwzijde van haar taak duidelijk zag en gereed was voor het werk dat haar wachtte, Nu zij als grijze Koningin haar taak neerlegt mogen we dankbaar vaststellen, dat zij haar taak met warme menselijkheid volbracht heeft. Het vertrouwen, dat het Nederlandse volk in het Huis van Oranje heeft gesteld, is door haar bevestigd. Wanneer Koningin Juliaria op 30 april a.s. tussen 10 en 11 uur de acte van abdicatie tekent, betekent dit dat Beatrix op hetzelfde moment van rechtswege Koningin is. "De koning is dood, leve de koning."
Voor de troonopvolging is geen besluit van een kabinet of Staten-Generaal nodig. Daar wij in Nederland het erfelijk koningschap kennen is hier, en dat is bij geen enkele openbare waardigheid het geval, de geboorte voldoende. De Koning aanvaardt de regering dan ook niet bij de inhuldiging, maar direct na overlijden of terugtrekking van de voorganger.
De troon is dus nooit leeg. Een ander gevolg van de troonwisseling is, dat prins Willem-Alexander Prins van Oranje wordt. Art. 27 van de Grondwet zegt ni., dat de oudste van des Konings zonen, die de vermoedelijke erfgenaam is van de troon, de titel voert van Prins van Oranje.
Een dochter voert deze titel niet. De grondwet noemt een dochter, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon slechts dochter des konings". Overigens heeft deze dochter wel dezelfde rechten als een Prins van Oranje. Dit betekent, dat wij na de troonwisseling voor het eerst in deze eeuw weer een Prins van Oranje hebben.
Troonopvolging
Op 31 januari 1938 klonken om 9.55 uur te Baarn 51 saluutschoten ten teken, dat er een prinses geboren was (101 schoten zouden de geboorte vaneen prins van Oranje hebben betekend).
De geboorte van prinses Beatrix in 1938 betekende, dat de opvolging op de troon na Wilhelmina en Juliana weer verzekerd was. In deze tijd, nu nog slechts weinigen weten hoeveel prinsen er wei zijn, zegt dat niet veel meer. Jarenlang zijn er echter maar nauwelijks troonopvolgers geweest.
Al in de vorige eeuw onder koning Willern III leek het alsof het met het vorstenhuis der Oranjes gedaan 2JOU zijn, totdat Wilhelmina geboren werd uit het late huwelijk van de oude koning met Emma.
Toen Wilhelmina koningin was, leek helt weer precair te worden. Haar huwelijk bleef 8 jaar lang kinderloos. In die tijd werd een zekere prins von Wied in de vakantie geregeld in Scheveningen gesignaleerd. Wanneer het huwelijk van Wilhelmina kinderloos was gebleven, zou hij de troonopvolger geweest zijn. Blijkbaar wilde hij wat wennen aan Nederland.
Op 30 april werd echter Juliaria geboren. De verre familie had geen kans meer. In 1922 is trouwens bepaald, dat de troon beperkt werd tot de afstammetingen van Wilhelmina. Men vreesde, terecht, dat de Duitse prinsen door het Nederlandse volk als vreemden zouden worden beschouwd.
Inhuldiging
M moge prins-es Beatrix onmiddellijk na de abdicatie van haar Moeder Koningin zijn, toch is de daarop volgende inhuldiging het meest spectaculaire.
In oude tijden al bezwoer de vorst de privilegiën en werd daarna door deStaten-Generaal ingehuldigd. In veel opzichten is er nog gelijkenis tussen het tegenwoordige eedsformulier en dat van de Edelen en Gedeputeerden van Holland en West Friesland en koning Philips II.
Ook nu zal Koningin Beatrix eerst de eed op de Grondwet afleggen. Daarna leggen de 'leden van de Staten-Generaal de eed (of de belofte) van trouw aan de nieuwe Vorstin af.
Deze inhuldiging is dus geen kroning, maar niet anders dan een openbare vergadering der Staten-Generaal. Het is éénmaal, nI. in 1815 in Brussel, voorgekomen, dat de eedsaflegging moeilijkheden gaf. Vele Zuid-Nederlanders wilden als katholieken niet de eed op de Grondwet afleggen. Op het allerlaatste moment is er nog een oplossing gevonden. In diep geheim werd aan de katholieken toegestaan, dat de eed op de Grondwet hen niet zou binden als de Paus de bewoordingen, waarin de eed werd uitgesproken, zou veroordelen. In de pers heeft men kunnen lezen, dat er Kamerleden zullen wegblijven en geen eed zullen afleggen. Dat wegblijven heeft geen gevolgen, zolang het quorum, het wettelijk vereiste aantal personen maar aanwezig is. De eed behoeft ook niet op een later tijdstip door de afwezigen te worden afgelegd. Trouwens in 1898 was ook dr Kuyper bij de inhuldiging afwezig, zij het dat hij wettig verhinderd was. Het zonder geldige reden wegblijven getuigt echter van weinig respect tegenover de Koningin en de Grondwet.
Bij de gratie Gods
Daar is wel verband gelegd tussen de erfelijke vorm van het koningschap en het feit, dat de koning bij de gratie Gods regeert. Dat lijkt me echter niet juist. Ook van een gekozen staatshoofd kan men zeggen, dat deze regeert bij de gratie Gods. Immers de erkenning te regeren bij de gratie Gods houdt de belijdenis in, dat het gezag niet aan de soevereiniteit van het volk maar aan God wordt ontleend. En dat geldt niet minder voor een gekozen staatshoofd.
In vroeger tijden werd nogal eens misbruik gemaakt van het feit, dat de vorsten bij de gratie de genade van God regeren. Zij beschouwden zich vertegenwoordigers van God op aarde. Voor alles wat zij deden waren zij daarom alleen maar aan God verantwoording schuldig. Overigens namen zij het meestal zelf niet zo nauw met die verantwoordelijkheid tegenover God.
Om het staatshoofd hing vroeger een stralenkrans van goddelijke verhevenheid.
Zelfs in calvinistische kringen is men er niet altijd aan ontkomen de vorst een wat mystieke glans te geven. Daartegenover wordt in de Bijbel de vorst ontdaan van alle autoritaire kenmerken. Hij mag niet veel paarden houden, niet veel vrouwen nemen en niet veel zilver en goud verzamelen. En dat zijn nu juist de zaken,
waarmee de oosterse vorsten indruk poogden te maken: een sterk leger, een grote hofhouding en grote rijkdom, In de koningswet van Deut. 17 wordt de koning gebonden aan de wet van God, opdat hij zich niet boven zijn broederen verheffen zal. Als men God niet dient en vreest, komt men tot hoogmoed. Naar de Schrift betekent het regeren bij de gratie Gods het dragen van grote verantwoordelijkheid.
Monarchie of republiek?
Nederland is niet erg monarchaal ingesteld. De koning van Spanje mogen we dan altijd geëerd hebben, maar sindsdien is de vrees voor de absolute monarchie ons toch bij gebleven.
Gereformeerden zijn in navolging van Calvijn en Beza meer voor een republiek dan een monarchie geporteerd. Nu was de republikeinse instelling ingegeven door het verlangen naar vrijheid en democratische rechten. Juist echter het constitutionele koningschap, wals zich dat de laatste eeuwen ontwikkeld heeft onder het Huis van Oranje, heeft vrijheid en democratie gegeven. In de politiek van een monarchie, ZJO' las ik ergens, gaat het vaak republikeinser toe dan in een republiek.
En dat geldt wel speciaal voor Nederland en de Oranjes.
Nog altijd geldt, dat we dankbaar mogen zijn voor de zegen, die God in het Huis van Oranje geeft. Niet minder waar is, dat voor Nederland het grondwettelijk koningschap der Oranjes, zoals zich dit geleidelijk uit de Republiek der 16e eeuw ontwikkeld heeft, de meest geschikte staatsvorm is.
Daar werd vroeger vaak gesteld, dat de Kroon meer ornament dan fundament is, Nu is de Kroon inderdaad een sieraad voor ons land, maar het heeft daarnaast een constructieve betekenis voor het samenhouden van het geheel. Het koningschap van de Oranjes heeft steeds stabiliserend gewerkt.
Een praktisch voordeel van het koningschap is, dat een koning of koningin in de regel zich jarenlang kan voorbereiden en zich vervolgens tijdens de regering een kennis en ervaring kan vergaderen, waarmee de knapste minister zich niet meten kan. Ook het koningsambt moet men Ieren. Koningin Juliana is in de loop der jaren ook duidelijk gegroeid in haar ambt. Nu bij haar afscheid is zij een weinig omstreden figuur, die zich de achting en genegenheid bij zeer uiteenlopende groepen van de bevolking heeft verworven, Voor het Nederlandse volk, dat vaak een optelsom van minderheden lijkt, is dat een groot voorrecht.
Beatrix Regina
Beatrix aanvaardt het koningschap in een moeilijke tijd. Ons land is in vele opzichten op drift. De economische vooruitzichten zijn slecht. De genotzucht en daarmee de ontevredenheid zijn groot. Daar is veel verzet tegen het gezag en gezagsdragers zijn voorwerp van veel openbare kritiek.
Bij haar huwelijk heeft Beatrix al kennis gemaakt met protesten. Nu bij haar inhuldiging zullen ook uitgebreide veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden. Het is bepaald niet zo, dat Beatrix op dit moment door het hele Nederlandse volk op de handen wordt gedragen. Maar dat is meer Oranjes overkomen. Men moet er echter voor oppassen te eenzijdig te letten op de houding van sommige groeperingen in het westen van ons land, Wanneer men b.v. meemaakt hoe de plattelandsbevolking in het oosten van Nederland Beatrix ontvangt bij haar bezoeken, dan bemerkt men welk een hechte band en grote genegenheid er is voor Beatrix.
Voor Beatrix geldt ook, dat zij jarenlang een uitstekende opleiding voor het koningschap heeft gehad. Onze intelligente en charmante' Kroonprinses is goed voorbereid, en is verder sterk gemotiveerd voor dit hoge ambt. We mogen verwachten dat Beatrix, bijgestaan door haar man prins Claus, baar waardigheid inderdaad tot heil van volk en staat zal bekleden.
Het valt te verwachten, dat de nieuwsmedia haar over het algemeen kritisch zullen begeleiden en de publieke opinie vaak niet ten gunste van de nieuwe Koningin zullen trachten te beïnvloeden.
H. Algra schreef hierover op 3 juli 1965, en het is nog steeds actueel: "Maar Oranjevorsten in Nederland zullen niet regeren bij de gratie van pers en televisie maar bij een gratie van hoger aard. Zij zullen hun kracht niet zoeken in pogingen om bepaalde groepen en opiniemakers van deze groepen, die pretenderen namens het volk te spreken, zoveel mogelijlk ter wille te zijn, maar door eenvoudig en fier, trouwen met opofferende ijver de roeping te volgen die niet mythisch is, maar historisch, die niet in verwarring wordt gebracht door betweterij, waarvan sommige kranten vol stonden, maar gedragen door de liefde en trouw van een volk, dat nog weet heeft van grote en wonderlijke dingen en dat zondags in de kerken en door de week in de huisgezinnen bidt om een zegen voor het Huis van Oranje, opdat het ook in de toekomst tot een zegen mag worden gesteld."
Moge het Koningin Beatrix gegeven zijn langdurig te regeren tot heil van land en volk.
Heer zegen Koningin Beatrix.