Een blik door de open deur in de hemel

1980-05-02
  • Jaargang 24
  • nummer 18
Er gebeurt veel in deze wereld wat ons verbijstert, wat ons voor raadsels stelt: oorlogen, ernstige ziekte, natuurrampen; we weten er vaak geen raad mee; we proberen de knopen van de geschiedenis te ontwarren, en we zien met angst en beven de toekomst tegemoet. "Waar moet dat heen", is een veelgehoorde vraag die we elkaar stellen, we luisteren naar deze en gene. Er worden ons soms zeer fantastische voorstellingen voorgeschoteld over wat er allemaal gebeuren gaat. Maar in al die gissingen en onderlinge gesprekken is geen eigenlijke troost of houvast te vinden. Echte troost biedt alleen God zelf, die in Zijn Woord de deur van de hemel voor ons open zet, waardoor wij even met Johannes naar binnen mogen kijken. God gunt ons a.h.w. een kijkje achter de coulissen van het wereldgebeuren, omdat Hij wil dat wij weten, dat Hij het is die de touwtjes in handen heeft.

Het boek van de openbaring aan Johannes staat vol van oordelen, plagen en ellende. Maar voordat Johannes dat allemaal ziet beginnen, mag hij Gods troon zien, vanwaar alles uitgaat. Op de troon ziet onze Vader in Jezus Christus. Hij wordt door Johannes niet uitvoerig beschreven. Eenvoudig en sober staat er alleen maar: Iemand was op de troon gezeten en die was van aanzien diamant en sardius gelijk. God zelf is niet te beschrijven, een adequate beschrijving van zijn gestalte is onmogelijk Alleen de straling die van Hem uitgaat kan slechts in beeldspraak vertolkt worden.
Diamant en sardius wijzen op zuiverheid èn vurigheid, verblindend licht èn verterend vuur, heiligheid èn rechtvaardigheid.

God enkel licht, die het kwade niet verdragen kan. En - Hij zit op de troon. Hij regeert dus. Hij is de HERE. Wat moet er dan van deze aarde worden. Hier is immers de onreinheid van de zonde, de leugen en het bedrog, egoïsme onder de schijn van vriendschap. Deze wereld kan niet bestaan voor Gods heiligheid en rechtvaardigheid - dus gaan van de troon uit bliksemstralen, stemmen en donderslagen. De heilige en rechtvaardige God op de troon gezeten - dan is deze wereld, onze wereld verloren! Dan kan God al het onrecht en, al de verrichters van dat onrecht niet dulden. Dan komen Zijn oordelen op aarde.

Maar er is ook nog iets anders te zien rondom de troon: een regenboog van aanzien de smaragd gelijk, een lichtgroene regenboog, als beeld van Gods lankmoedigheid - er is nog hoop voor de wereld. De heilige rechtvaardige God regeert de wereld in lankmoedigheid, in groot geduld. Want rondom de troon van Hem die regeert, is de regenboog. Er is de belofte dat God over deze wereld niet weer zo'n algemene ramp zal brengen dat heel deze wereld met haar natuur en cultuur volkomen vernietigd zal worden. Al is er dan - ook in onze tijd - veel dreiging en gevaar, al wordt het donker en lijkt alles, ook voor de kerk, op een ohaos uit te lopen, er straalt een licht in deze duisternis, er is hoop voor de wereld God zelf geeft licht en redding. Hij zendt wel zijn oordelen over deze wereld, maar die dragen een voorlopig karakter. Het zijn voorboden van het einde. Zo gaat over de wereld zijn lankmoedigheid en over zijn gemeente zijn liefde, Hij doet al die noden meewerken ten goede. Ook dat zag Johannes door de geopende hemeldeur.

Rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op die tronen waren vierentwintig oudsten gezeten, in witte klederen gekleed en met gouden kransen op hun hoofden. Representanten van de gemeente van het Oude en Nieuwe Testament zitten rondom Gods troon bekleed met witte kleren, d.i. verzoend door het bloed van Christus, en met gouden kronen op hun hoofden, d.i. delend in de overwinning van Christus. Rond Gods troon dus die vertegenwoordigers van alle gelovigen: Gods troon staat niet eenzaam ver boven deze wereld, zodat wij moeten zuchten: "de hemel is zo hoog, zo ver weg en wat God doet dat weet niemand. God regeert, omringd door zijn gemeente. Gods troon is niet ver van ons verwijderd en wij zijn niet ver van die troon. Er is nog wei een deur tussen de hemel en de aarde, maar die is ontsloten en wij mogen er door kijken en we mogen zien hoe God regeert te midden van Zijn gemeente en voor haar alle dingen doet meewerken ten goede.
Die vierentwintig oudsten zijn onze vertegenwoordigers en daarin ons ook ten voorbeeld: ze zitten op hun tronen, in alle rust, ook al gaan er van de troon bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit. In die rust volgen ze Hem die op de troon zit. Hij zit op de troon. In alle rust en majesteit, zonder spanning of inspanning. God kan het a.h.w. zittend af.

En ook: vóór de troon was een glazen zee, lijkend op krital. De volkerenwereld mag dan in onze ogen koken en zieden als een hoog opgezwiepte zee, voor Gods oog is ze als van een kristalheldere doorzichtigheid. Al kookt de wereld inwendig, al wil ze zelfs haar golven doen opstuiven tegen Gods troon, al spannen geweldige machten samen om God het bestuur te ontnemen, Hij zit op de troon, in grote rust. Zonder de spanning Of het wel zal gaan en hóe het zal gaan, voert Hij zijn plan met deze wereld uit. Zittend - in rust en majesteit! Daarom zitten die oudsten ook. Ze lopen niet angstig onrustig heen en weer. Ze zuchten niet: "Wat moet er toch van terecht komen?" of "waar moet dat heen?". Gods zitten doet hen zitten. Zijn rust geeft hen rust. Zijn vrede deelt zich aan hem en daarmee ook aan ons mee. Wij hoeven ook niet onrustig te zijn of zonder hoop voor de toekomst; Rust mijn ziel, uw God is koning.

We hoeven niet ongerust te zijn - we mógen geloven. En dat kunnen we ook. Want van de troon gaan niet alleen die bliksemstralen en stemmen en donderslagen uit, - ook Gods Heilige Geest. Als in zevenvoudige vertakking gaat Hij uit naar de gemeenten van Jezus Christus en in die gemeenten brandt Hij als een lamp. Zo krijgt de gemeente van Christus de benodigde gaven en krachten uit de rijkdom van Jezus Christus. Gaven van geloof, van hoop en van liefde vallen de gemeente ten deel, de gemeente in haar geheel en dat betekent ook elke gelovige, elk lid van die gemeente afzonderlijk.

En zo kunnen en mogen we, ook vandaag nog, in moeilijke tijden, rustig geloven, in vertrouwen onze weg gaan, in hoop die door tranen heen lachen kan, in geloof dat de onzichtbare God nabij weet en in liefde, die gewijd is aan Gods dienst. En eens zullen we mee mogen zingen het loflied ter ere van onze God en Here, die waardig is te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief