Zo was het (38)

1980-05-02
  • Jaargang 24
  • nummer 18
Bij het klimmen der jaren heb ik ingezien, dat we niet één weldaad van de genadige God moeten stellen boven een andere. Rechtvaardiging is niet belangrijker dan heiligmaking. En de heerlijkmaking moeten we ook niet vergeten. Wat wel vaak of bijna altijd door veel sprekers èn hoorders gebeurt. Er zal wel geen preker zijn, die niet een beetje eenzijdig is. Hij zal echter moeten proberen dat te vermijden. Gods veelkleurige genadé deelt vele gaven uit. Hier te spreken van hoofdzaak en bijzaken is m.i. niet geoorloofd.

In verband daarmee kom ik op een ander onderwerp: de Christus-prediking.
Dat de Christus verkondigd moet worden zal door niemand worden ontkend. Maar daarmee is nog niet gezegd, dat het altijd op de rechte wijze gebeurt. Dat ik het altijd goed gedaan heb durf ik niet zeggen. Ook niet, dat ik het nu op de rechte manier doe. Wij, prekers moeten ons maar niet verbeelden de volmaaktheid bereikt te hebben. We moeten er wel naar jagen. Maar ook open staan voor welwillende kritiek. En vatbaar blijven voor verbetering. Een professor in de psychologie heeft eens tegen mij gezegd: zorg er voor, dat je voor je 45~ste niet vastgeroest zit in bepaalde inzichten en gewoonten. Als je dat doet is er kans, dat je heel je leven open blijft staan voor verandering, zo mogelijk verbetering. Een goede raad, die ik nog in praktijk probeer te brengen. Wat vooral voor een oude man niet gemakkelijk is.

Er is een professor in de preekkunde geweest, die z'n leerlingen heeft ingeprent: een preek is niet geslaagd ais daarin niet voorkarnt het lijden van Christus. Een niet ongevaarlijke uitspraak. Het is niet ongewoon, dat hooggeleerden wat gevaarlijke uitspraken doen. Dat zou zo erg niet zijn, als er tegen zulke hoog verheven mensen niet zo hoog werd opgezien als het geval is. Niet zo erg lang geleden hoorde ik nog een vriend en collega zeggen: ik vind een preek niet geslaagd, als daarin niet de lijdende Christus voorkomt.

Nu leek en lijkt mij dat een moeilijke bezigheid. Niet alleen moeilijk, maar onmogelijk. Ik hield wel eens een serie van 4 of 5 preken over of uit de brief van Jakobus. Daarin kwam de lijdende Christus niet voor. Om de eenvoudige reden, dat Hij in de tekst niet voorkwam. Als Jakobus zo kon schrijven, moeten wij dan in elke preek uit of over drie brief de Christus er bij halen? En dan speciaal nog de lijdende Christus? Ik deed het niet en heb er geen spijt van ook. Als een apostel of broer van de Here Jezus het niet doet, moeten wij het dan wèl doen? Luther heeft daarom met Jacobje wel de kachel willen aanmaken, maar die grote man had ongelijk. Zoals vereerde mannen vaker ongelijk hadden en hebben.

Nu zal men zeggen, dat Paulus, ook een apostel van de Here Jezus, toch heeft geschreven: "Wij prediken een gekruisigde Christus". En ook: "Ik had niet besloten iets te weten onder u (Korinthiërs), dan Jezus Christus en drie gekruisigd". En even verder in 1 Kor. 3 noemt hij als fundament "Jezus Christus". Dat was en is mij bekend. En daaraan heb ik mij trachten te houden: Dat moet telkens in de prediking gezegd en herhaald worden.
Maar dat wil naar mijn mening niet zeggen, dat dit in èlke preek moet gebeuren. En het wil ook niet zeggen, dat speciaal de lijdende Christus in elke preek moet voorkomen. Want in het Evangelie komt niet alleen het lijden en sterven van de Here Jezus voor. Maar evenzeer de opstanding en overwinning van de dood. En de hemelvaart en het zitten aan Gods rechterhand en de wederkomst.
Kort gezegd: Zijn vernedering èn Zijn verhoging.

Als ik mij wel herinner heb ik vrij lang meer het lijden van Christus op de voorgrond gesteld dan de triomferende Heiland. Geschiedenis schrijven is een moeilijke bezigheid. 'k Hoorde een bekende minister, die in Londen de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt, zeggen: Dr De Jong heeft die oorlog beschreven. Ik heb dat gelezen, maar de helft is niet waar! Later verzachtte hij die uitspraak. "De helft" was wel een beetje overdreven. Maar hij bleef er bij, dat heel wat anders was gebeurd. Natuurlijk liegt De Jong niet en Burger - want die was het - ook niet.
Ze hebben een verschillende kijk op de werkelijkheid. En wat er nu echt werkelijk gebeurd is, wie zal dat uitmaken? Zo is het nu ook met mij als ik mijn geschiedenis naga. Waarschijnlijk meng ik heden en verleden een beetje door mekaar. Heb ik werkelijk zo gepreekt als ik nu denk? Had ik het inzicht, dat ik nu heb toen ook al? Ik ben er niet helemaal zeker van. Want ik heb geen enkele preek op schrift bewaard: Toen ik van de oude pastorie in Voorthuiren moest verhuizen naar een kleinere, heb ik alle preken, die ik had, op de mesthoop gegooid. Dit werd wel bekend natuurlijk en toen zei men: "Hij is dus wel veranderd in de loop der jaren.
Anders zou hij z'n ouwe preken toch niet opgeruimd hebben". Voor kort vertelde een kameraad uit vroeger dagen mij, dat hij al z'n preken had bewaard. Duizenden! Dat is mijn aard nu eenmaal niet. Als ik al m'n ouwe preken nog had, zou helt enige voordeel zijn, dat oud papier tegenwoordig nogal duur is.

Maar om tot m'n onderwerp terug te komen, ik denk met dat in elke preek de lijdende Christus moet voorkomen. En verder meen ik, dat bij de Christus-prediking de triomf van Hem een even grote plaats moet hebben aIs het lijden. Als Paulus zegt dat hij Christus preekt en wel de gekruisigde, dan bedoelt hij toch niet, dat alléén het lijden moet worden verkondigd? Hij schrijft immers in Rom, 8: "Christus Jezus is de gestorvene, wat méér is de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit". Op een andere plaats staat geschreven: "Indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen". 1 Kor. 15.

Ik was en ben van mening, dat in "het kerkelijke jaar" meer nadruk komt te liggen op het lijden van Christus dan op Zijn overwinning. Reken maar na, hoe vaak het lijden van Christus ter sprake kwam. Vanzelf in de zeven lijdensweken. Dan 4 of 6 maal bij de viering van het H. Avondmaal.
Vaak ook nog even vaak bij de zogenaamde Voorbereiding. Voeg daarbij het aantal Zondagen van de Catechismus, die handelen over de vernedering van Ohristus. En we kunnen het er over eens zijn, dat zo aan de lijdende Christus meer aandacht werd besteed dan aan Zijn verhoging.
Ik heb aan dat zogenaamde kerkelijk Jaar nooit meegedaan. Nog minder met al die kleren en kleuren, die tegenwoordig weer in de mode zijn.
Hier en daar. Een bekende prediker heeft z'n preken van een bepaald jaar uitgegeven. Bij elke preek staat een bepaalde kleur aangewezen: groen, wit, rose, paars en zwart heb ik geconstateerd. Dat zal wel niet betekenen, dat de liturg telkens een anders gekleurde toga aantrok. Er zullen wel linten in allerlei kleuren bij behoren. Natuurlijk ben ik voor kleervrijheid en kleurvrijheid ook. Als dat maar bijzaak blijft.

Maar ik was en ben van mening, dat we niet meer aandacht moeten schenken aan het lijden van Christus dan aan Zijn verhoging. Niet meer aan Zijn dood dan aan Zijn opstanding. We hoeven in de lijdensweken niet treuriger zijn dan op de zondagen, dat gepreekt wordt over opstanding en hemelvaart enz. We hoeven op de zondagen van de triomf van Christus niet méér bfij zijn dan als Zijn lijden aan de orde is. Er zit wel wat goeds in de viering van de Christelijke Feestdagen. Zo komen al de heilsfeiten tenminste aan de beurt. Maar meer dan "wat goeds" me ik er toch niet in. Met Kerstfeest moeten we niet vergeten, dat het gaat om de geboorte van de Redder der wereld, die wederkomen zal om te oordelen.
En met Pasen moeten we niet vergeten, dat de Heiland geleden heeft en gestorven is voor en om onze zonden. En we moeten niet hechten aan bepaalde dagen en feesten. Maar nooit vergeten, dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid.

In Voorthuizen hielden we op Goede Vrijdag geen kerkdienst. Ds Van den Bergh, tijdens de Doleantie, had die Goede Vrijdag-dienst afgeschaft. Waarom toch? Omdat de instelling van Christus tot gedachtenis van Zijn lijden, vrijwel door niemand of door enkelen werd gevierd, De Avondmaalstafel bleef vrij leeg. Maar de menselijke instelling van dienst op Goede Vrijdag werd door ban en achterban gevierd. De kerk was dan propvol. Toen zei de radicale v. d. Bergh: Laten we eerst eens de instelling van Christus eren en vieren. Dán kunnen we er ook eens over denken om op Goede Vrijdag samen te komen. Eeuwen heeft de Kerk het zonder Goede Vrijdag gedaan. Tenminste de Protestanten. Vrijzinnigen hebben die Dag weer ingesteld. We moeten maar niet veel waarde hechten aan bijzondere Dagen. We mógen natuurlijk wel op bepaalde dagen, ook op Goede Vrijdag, samen komen. Maar ik heb in Voorthuizen er niet aan gedacht om die avonddienst in ere te herstellen. Natuurlijk zal ik ook niet voorstellen haar af te schaffen. Het is tenslotte een "middelmatige" zaak. Waarover we maar niet twisten moeten.

We moeten proberen van eenzijdigheid vrij te blijven. De dood van Christus niet benadrukken ten koste van de opstanding. Ook van de wederkomst niet de hoofdzaak maken. Dat laatste doet de Maranatha-beweging. De Pinkster-beweging loopt gevaar van verheffing van de Geest van Christus boven het bloed van Christus. Dat alles hangt samen met de heilsweldaden. Waarover het vorige praatje of verhaaltje ging. De Rechtvaardiging is belangrijk. Maar de heiligmaking niet minder. En we moeten de heerlijkmaking van een christen ook niet vergeten. Wat m.i, helaas wel gebeurt. Hoort u vaak preken over de heerlijkheid van het christelijke leven? Zoals daarover gesproken wordt in 2 Kor. 3 : 18? Vermoedelijk zullen veel christenmensen als ze horen van de verheerlijking reeds in dit leven vragen: waar heeft die man het over? Voortgaan van geloof tot geloof, daar hebben ze wel eens van gehoord. Wat het dan ook weren mag.
Voortgaan van kracht tot kracht. Daar zingen ze wel eens van met een psalm. Of dat werkelijk zo gaat is vers twee. Maar voortgaan van heerlijkheid tot heerlijkheid? Kom nou. En toch is daar sprake van. Dat hoort ook bij de Verlossing! Er staat ergens dat onze Heiland een volkomen Verlosser is. Dus geen halve!

M'n bedoeling met dit verhaal kan ik misschien het best duidelijk maken met een voorbeeld! 'k Zal wel eens gepreekt hebben over de uitspraak van Johannes de Doper in Joh. 1 : 29: "Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". Het was te hopen, dat ik toen dit woord niet beperkt heb tot lijden en dood van Christus. Waarschijnlijk zal ik mij wel gehouden hebben aan de gebruikelijke exegese. Die is deze, dat deze tekst spreekt van de dood van Christus en de verzoening door Zijn bloed.
Dat is op zichzelf goed. Ieder denkt bij dit woord direct aan het bloed van het lam, dat vóór de uittocht uit Egypte gestreken werd aan de deurposten. Waarachter de Israëlieten veilig waren voor de engel des doods. Hun huizen ging hij voorbij. Ieder denkt ook direct aan Jesaja 53: "De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem". We denken bij het Lam Gods dus aan Hem, die naar het kruis geleid werd als een weerloos lam. Hij droeg de schuld, die wij hadden verdiend. En zo ts ons vergeving geschonken. Alles goed en wel. Maar is dat alles?

Later heb ik ingezien dat dit niet alles is. Wat is nl. Zijn taak? Hij neemt de ronde der wereld weg! Hij draagt niet alleen de schuld der zonde. Hij ruimt de zonde der wereld op. Rekent er mee af. Hij verbreekt helt werk van de duivel, zoals ergens staat. Er staat: Dé zonde. De bron van alle zonden. Het gif, dat het leven der mensen verziekt, verwijdert Hij. Er staat verder: de zonde Der Wereld! Theologen hebben daarvan gemaakt: van de uitverkoren wereld. En dat heeft z'n' werk in de gemeente van Christus wel gedaan. Maar er staat: wereld, De mensheid wordt bedoeld.
Evenals in Joh. 3 : 16: Zo lief heeft God de wereld gehad. En zoals dat woord ook voorkomt in 1 Joh. 2 : 2. Het werk van Christus is wereldwijd. Maar, zo zal men zeggen, de wereld is toch vol van ongerechtigheid?
Inderdaad. Maar hoe komt dat? Omdat de wereld Hem niet heeft aangenomen.
En wemelt het onder gelovigen ook niet van ronden? Jawel, maar is dat de schuld van het Lam Gods? Neen toch? Jeruzalem heeft niet gewild! En dat geldt ook nog soms van het tegenwoordige Jeruzalem! Want Christus ruimt de zonde niet op zonder ons! Hij dwingt niemand. Al dringt Hij wel aan. Door' de vermaningen wordt de genade uitgedeeld. Maar niet ingepompt. Zouden wij niet feller strijden tegen de zonde als wij bedenken, dat het Lam Gods Overwinnaar is? Zo zegt het Openbaring.

De volgende keer verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief