Bandeloze groepen
1980-05-09
Iedereen in het land was de dertigste april geschokt door het zien van de onlusten in Amsterdam. Ik moest denken aan een gedicht van Willem de Mérode. “Prinselijk regiment” is de titel. Hij voert prins Willem van Oranje sprekend in : “Ik koos het heersen niet, ik ben ertoe geboren”. In de vijfde strofe staat de zin: “Er groeit een godloos heir uit bandeloze groepen”. De dichter dacht het zich zó in, dat groepen bandelozen tenslotte een goddeloos leger zouden vormen. Maar het kon wel eens anders gaan. Duitsland van vóór 1933 is er een voorbeeld van. Wanordelijkheden op straat maken, dat het volk gaat vragen om de sterke man. "Of provocaties de vuist" zei Anton Mussert in ons land. En ik heb eens een burgemeester horen zeggen, naar aanleiding van ongeregeldheden in de stad, dat hij de raddraaiers wel in het gelid wilde opstellen, op de markt, in hun blote gat, en dan zou hij in hoogst eigen persoon er met de karwats op los. Iedereen aan wie ik dit vertelde reageerde: Ja, zo moesten ze die lui maar aanpakken. Maar je voelt zeker wel, dat je dan de dictatuur binnengehaald hebt. Een fascistische of één van een ander merk. De bandeloze groepen vrágen er gewoon om. Toch zou dan de laatste wee erger zijn dan de voorgaande. Het gebed voor de koningin in anno ’80 geen Oranje-sentiment meer, maar een apostolische eis en een eerste voorwaarde voor een stil en rustig leven; 1 Tim. 2: 1 en 2!- Jaargang 24
- nummer 19