De ander zien!
1979-09-14
Het is niet de eerste keer dat in deze rubriek gewezen wordt op de noodzaak van het "de ander zien".- Jaargang 23
- nummer 34
En om te verstaan wat dit betekent hoeven we Mattheüs 25 maar op te slaan; dan zien we hoe Jezus ons met de neus op de nood van de medemens drukt. Op zondag 26 augustus werd in veel kerken gecollecteerd voor de bootvluchtelingen.
Jammer dat niet álle kerkdeuren openstonden en dat niet overal werd gecollecteerd. Natuurlijk zijn voor dit niet-meedoen wel gronden aan te voeren, goede gronden zelfs, maar het is de moeite waard de vraag te overwegen of het soms niet nodig kan zijn wat van onze "principes" te laten vallen teneinde begrijpelijk te zijn voor veel mensen die een kerkgebouw nooit of zelden van binnen zien .
Het is van belang te bedenken dat zo'n aktie voor bootvluchtelingen iedereen raakt. De uitgangspunten mogen dan verschillend zijn, de daadwerkelijke hulpverlening is voor een deel gelijk.
In Matth. 25 spreekt de Here Jezus over mensen in nood, hoe we tegenover die mensen moeten staan. Achter die mensen moeten we Hem zien, Jezus vereenzelvigt zich met hongerigen en gevangenen, met armoedzaaiers en vreemdelingen.
We kunnen gaan twisten over de vraag of de Heiland in Matth.
25 alle noodruftigen bedoelt of alleen de gelovige, Maar tijdens zijn verblijf op aarde stelde Hij voor het genezen van zieken heus niet als voorwaarde dat men eerst moest geloven.
We kunnen wat leren van die samaritaan die tussen Jeruzalem en Jericho een man zag liggen en zijn hulp niet beperkte tot Samaritanen.
Als we in concrete nood iets doen voor een ander - die ander proberen te zien - laten we iets zien van Gods bevrijdende gerechtigheid waarmee Hij tot deze wereld is gekomen.
Wat weten we af van anderen?
Hoe kènnen we anderen?
We kennen een ander niet zo gauw en nog veel minder weten we af van het lijden van een ander. We zijn vaak verlegen als we mensen in nood ontmoeten. Eigenlijk weten we met het lijden geen raad en we zijn geneigd voorzichtig een eindje óm te lopen, het lijden uit de weg te gaan.
Hoe zou dat komen? Hoe komt het dat we ons zo Onmachtig kunnen voelen als we te maken krijgen met het leed van een ander? Misschien komt het omdat we het èchte hèlpen zijn verleerd, misschien omdat we te veel over Jezus hebben gepraat maar Hem te weinig hebben nagevolgd.
Een girokaart invullen is niet zo'n moeilijk werk. Het opendoen van je portemonnee en er vijfentwintig gulden uithalen evenmin. Het blijft vaak zo onpersoonlijk en afstandelijk.
We zullen bereid moeten zijn: tot persoonlijke hulp, tot persoonlijke daden, tot persoonlijk handelen, tot persoonlijk dienen.
Je zó geven - heel concreet tegenover turken en marokkanen, alcoholisten en randfiguren vraagt méér.
Als je je zó geven wilt, moet je je masker afzetten, moet je je toneel attributen opbergen, moet je ten diepste je zelf verliezen, Jezus echt in je léven en werken laten.
Het leed van een ander blijft geheel of gedeeltelijk een geheim, Een geheim onthullen is niet gemakkelijk, kan erg moeizaam zijn.
Het is goed om te bedenken dat een lijdende mens, een mens in nood, een mens blijft die iets te géven heeft. Zoals die turk het zei rot een aantal mensen die met de beste bedoelingen iets voor hem en anderen wilde doen: “Hebben jullie je al eens afgevraagd of wij soms ook iets voor jullie doen kunnen óf zijn wij in jullie ogen slechts objecten om jullie gevoel voor naastenliefde te bevredigen?"
Bootvluchtelingen
Op zoek naar
een beter land
hopen en
wanhopen
blij en
bang
niet weten waar
terecht te komen.
Naakt
honger
ziekte
dorst
vreemd
Jezus
Niets doen en
doorlopen
Jezus lijden laten.