Een meeuw die wegvliegt over zee
1979-09-14
Een boek van Thijs Mik, uitg. Bosch & Keuning N.V., Baarn.- Jaargang 23
- nummer 34
2e druk, mei 1978.
Een man staat op een duintop en hij tuurt in de verte. De meeuw, die hij een tijdlang vlakbij zich zag in 't spel van ruimte eb. wind, is nu weggevlogen naar zee. Zo is het leven, intens en opeens wèg. Dat is het motief van het boek. De fraaie omslag verbeeldt het.
"Dit is het verhaal van mijn zoon, die zijn leven spelend leefde, die dapper zijn ziekte verwerkte en die, nog geen twaalf jaar oud, stierf als een man. Het is ook het verhaal van de tot nu toe moeilijkste periode in mijn eigen leven.
Hij en ik, wij vochten hand in hand tegen een lange tijd onzichtbare, áltijd meedogenloze vijand. Wij vochten onze oorlog, en verloren hem totaal en onherroepelijk. En wij samen hebben daarna naar mijn overtuiging onze vrede gevonden".
Zo begint de vader zijn boek. Een verhaal van Paul, die kanker met zich droeg en in tijd van 1 jaar daaraan ten onder ging.
Je volgt in dit boek het ziekteproces eerst van maand tot maand en daarna per week, per dag, per gebeurtenis en je verwondert je er over hoe dat heel nauwkeurig en met veel liefde neergeschreven is.
Boeiend. Sterk komt tot je hoe een levenslustige jongen in ruim een jaar tot een wrak is geworden, wat hij moest meemaken, hoe hij dat beleefde en in de relatie met gezin en vriendjes verwerkte.
Met grote bewondering schrijft de vader over het werk van de artsen en het verplegend personeel. Eerst is er het intensieve zoeken naar de oorzaken van rugpijn, vermoeidheid, lusteloosheid. En dan na lang speuren komt het vermoeden van een heel klein gezwel, maar het is niet operatief weg te nemen. Voorzichtig nemen dokters en verpleegsters de patiënt en de ouders mee op een moeilijk: begaanbare weg, met z'n allen hopend op mogelijkheden tot herstel, op z'n minst op het tot staan brengen van het ziekteproces. Dat laatste lijkt soms te gelukken, maar telkens weer is er de teleurstelling, tot ze uiteindelijk concluderen: wij kunnen niets meer doen en dit dan ook open en eerlijk met Paul en z'n ouders bepraten.
Die openheid kenmerkt het hele boek. Hoe vreselijk de ziekte ook is, je kunt er niet omheen. In een goede, vertrouwelijke omgang, is het mogelijk elkaar te zeggen waar het om gaat.
Heel zuiver brengt Thijs Mik ook zijn eigen relatie met Paul onder woorden. Ze konden met elkaar over het ziek-zijn, over de toekomst, goeld spreken. Sámen droegen ze de last. Samen ook genoten ze intens van alles wat nog mogelijk was in de tijd, die restte. En wat was dat veel! Hel treft je daarbij dat ze samen zo open over het sterven konden praten. Paul zegt dan dat hij er erg tegenop ziet alléén de dood in te moeten gaan.
Dan vertelt de vader hem, dat wanneer hij afscheid moet nemen, God zijn jongen opwacht, hem bij de hand neemt. Dan is hij toch niet alleen?
Treffend is ook de beschreven bijzonder gevoelige verhouding van Paul tot z'n twee grootvaders, die een tijd lang de feiten wegdrukken, omdat ze zo'n moeite hebben afstand te doen van een kleinzoon, die van hen houdt en waarmee ze zo verbonden zijn.
Vroeg of laat ontmoeten we allemaal kankerpatiënten, de een wat meer direct dan de ander. Daarom moeten we een boek als dit lezen.
We moeten de beschrijving van die werkelijkheid: ziekte, aftakeling, strijd, onder ogen zien. Dat is een stuk van het "lijden van deze tijd", dat we als christenen tegemoet moeten durven treden, levend in geloof.
't Is spijtig te moeten constateren dat het boek op dat gebied geen duidelijke gids is. Hoewel Thijs Mik uit een christelijk milieu afkomstig is, lijdt hij niet als een christen. Wel erkent hij dat het kwaad, waarmee hij wordt bezocht, "van boven" komt. Hij heeft 't er heel moeilijk mee. En dat verstaan we. Waarom dit kwaad voor zijn zoon en in zijn gezin? Het ligt voor de hand dat iemand in zulke omstandigheden in opstand komt, radeloos wordt, Zouden we daar hard over oordelen? Máar Mik 4 komt niet verder dan daarover te twisten met "de Schepper" en Hem verantwoording te vragen over Zijn doen. Waarom? en waarom wij?
Je zou zo graag iets gelezen hebben van het uit de moeite schrééuwen tot de Vader van onze Heer Jezus Christus. Bij Hem zijn uitkomsten en Hij heeft Zijn beloften gegeven. Maar in het boek komt Zijn Woord niet aan bod. En zo komt ook de kracht-van-omhoog niet in het leven van de vader.
Daarom blijft in dit overigens bijzonder aan te bevelen boek de mens centraal en draait alles om het persoonlijk beleven van het gebeuren.
Je legt het boek weg, dankbaar voor wat het gaf en toch niet voldaan om wat het je zegt.