De doop met de Geest
1979-09-21
"Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. " 1 Kor. 12, 13 - Jaargang 23
- nummer 35
Geschoold of ongeschoold?
Met broeders en zusters van de Pinksterbeweging verschillen we nogal ingrijpend m.b.t. de betekenis van de doop met de Geest. Zij màken duidelijk onderscheid tussen waterdoop en Geestesdoop. Als ik het goed begrepen heb houdt de waterdoop volgens hen in, dat de Geest gegeven wordt aan zondige mensen om hen door geloof en bekering te verbinden aan Christus en aan elkaar. Sommigen menen dat bij de waterdoop de belofte wordt gegeven dat God dit zál doen. De meeste anderen zien de waterdoop als een bevestiging van het feit dat God dit hééft gedaan. De waterdoop wijst zo heen naar of markeert de overgang van het oude leven naar het nieuwe leven met God. Maar zo begrijp ik de Pinksterbroeders verder, dit is nog niet voldoende. Hier moet je nu niet bij blijven staan. Je bent dan nog niet bekwaam om je taak en plicht als gelovige in deze wereld uit te voeren. Van die taak brengen we niets terecht, als we daar geen toerusting voor ontvangen.
Daarvoor moeten we de benodigde apparatuur hebben en leren bedienen. En daarom hebben we naast de waterdoop ook de doop met de Geest nodig. Wie die tweede doop niet ontvangen heeft is wel een gelovige! Maar als gelovige staat hij a.h.w. met twee linkse handen in de wereld. Als een ongeschoolde werkkracht, ongeschikt voor het vele werk dat in het Koninkrijk van God is te doen. Daarom, wie niet louter potverteerder van Gods weldaden wil zijn, maar ook graag iets doet voor de kost, moet bidden om de Geest. Wie vurig en gelovig bidt zal de Geest ontvangen naar Luk. 11, 13. En dan pas kan Christus ons goed gebruiken in Zijn dienst. Maar de ellende in de hedendaagse kerken is; dat er veel te weinig gebeden en gesmeekt wordt om deze doop met de Geest. Ja, de mensen weten vaak niet eens dat dit gebed nodig is. Kijk, daar komt het nu van dat de kerk haar overtuigingskracht verliest. Aldus nog steeds de Pinksterbroeders.
Uitzien of terugzien
Deze bezorgdheid over de geringe werfkracht van de kerk moeten we· zeker delen. En dat dit samenhangt met een geringe aandacht in leer en leven voor de krachtige werking van de Geest is ook juist gezien. Bij ons werd en wordt vaak meer benadrukt dat we dood zijn in zonden en misdaden, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, dan dat we worden aangemoedigd om te leven uit de Geest van vernieuwing en bevrijding van de zondemacht.
En juist die aanmoediging vinden we door heel het N.T. heen. Maar - en dat is het grote verschil - Paulus en de andere apostelen roepen ons niet op om uit tè zien naar het ontvangen van de Geest. Ze sporen ons aan tot leven uit de Geest, die we al ontvangen hèbben!
Daar waar geen gras wou groeien ...
Want allen, die in het ene lichaam van Christus horen, zijn gedoopt en gedrenkt met de Geest. Paulus zegt dit met nadruk tot de Korinthiërs, die geteisterd werden door een geest van verdeeldheid. De apostel noemt hen in het begin van zijn brief rijk in alle woord en alle kennis en zonder gebrek aan enige genadegaven (1, 6 v.). Maar uit hfdst. 12 blijkt wel dat de afzonderlijke gaven werden beschouwd als onderscheidingen, zodat de eenheid dreigde te worden opgebroken. Maar broeders toch, zegt Paulus dan, doe toch niet zo vervelend trots tegen elkaar. Laat je niet zo op je eigen speciale gave vóórstaan. Want in de eerste plaats heb je een gave nooit aan jezelf te danken. Maar ze komen van één en dezelfde Geest. Bovendien zijn ze niet bedoeld als een lintje voor bewezen diensten, maar als middel voor nog te bewijzen diensten aan de gemeente en
in het Koninkrijk van God (12, 7.11). En in vs. 13 zegt Paulus eigenlijk: Val nu alsjeblieft niet terug in het oude leven, vóórdat jullie door de doop tot Christus kwamen.
Want hoe was dat toen? Mensen, die nu in de gemeente .van Christus samenleven, maakten toen deel uit van zeer verschillende groepen van mensen. Sommigen waren J oden, anderen Grieken. Dat was een verschil van dag en nacht. En zo leefden ook slaven en vrijen in volkomen verschillende werelden. Een vrijwel niet te overbruggen kloof scheidde hen van elkaar. Het leven was een dorre woestijn van steen en zand, van haat en nijd en afgunst of kille onverschilligheid tegenover elkaar.
Maar toen gebeurde het wonder, het onvoorstelbare: Christus werd gepredikt. Een Jood en Griek, slaaf en vrije werden uit hun apartheid uitgeleid. Ze werden samen opgenomen in een volslagen nieuwe eenheid. De één kreeg oog voor de ander: de vrije keek met nieuwe ogen naar zijn slaaf, de Jood ging aan tafel zitten bij de Griek. En ze braken samen het brood en dronken wijn op elkaars gezondheid in het nieuwe Rijk van God. Daar waar geen gras wou groeien in 't hart van steen en zand, deed God fonteinen sproeien, glimlachend ligt het land. Water goot God uit op het dorstige en beken op het droge. En toen voltrok zich het wonder dat het oude, dorre, doodse leven werd herboren. tot nieuw, fris en tintelend leven? De doop met de Geest!
De Geest, die als water werd uitgegoten op het droge. Waterdoop is dan ook teken van de doop met de Geest. Allen, die tot het ene lichaam van Christus behoren, zijn daartoe in de éne Geest gedoopt.
Het is één Geest, één leven dat het ene lichaam van de nieuwe mensheid vervult.
Paulus spreekt hier nadrukkelijk tot twee keer toe over .de ene Geest, die állen hebben ontvangen. De doop met de Geest is dus niet iets, wat sommige gelovigen wel en anderen niet hebben.
Geestelijk en vleselijk
Zeker, ook Paulus maakt binnen de gemeente onderscheid.
In hfdst. 3 spreekt hij over geestelijke en vleselijke mensen en over mondigen en onmondigen.
De Korinthiërs waren stil blijven staan in hun geestelijke groei. Maar komt dat omdat ze nog niet met de Geest zijn gedoopt?
En wekt de apostel hen op nu hierom te bidden? En waar komen dan al die genadegaven vandaan, die er in de Korintische gemeente zo overvloedig zijn? Toch alleen van de Geest? Zo blijkt het dus mogelijk Geestesgaven te hebben en toch vleselijk te leven. Maar voor Paulus is de enige remedie een herinnering aan het begin van hun leven als één lichaam.
Een herinnering dus aan de doop met de Geest, die in de waterdoop betekend en verzegeld is. We mogen vol vertrouwen van die doop uitgaan.
We hoeven er niet onzeker naar uitzien.