Nederlands Gereformeerd (3)

1979-09-21
  • Jaargang 23
  • nummer 35
De Schrift rechter in alle geschillen?
Nederlands Gereformeerd - ik hoop dat dat gaat betekenen, niet "de waarheid" in dienst van "de kerk", maar de kerk in dienst van de waarheid, ook als die waarheid wel eens lastig is. Het is uit propagandistisch oogpunt natuurlijk niet zo slim om zulke dingen als het Schriftgezag als vraagpunt op tafel te leggen en er is ook niet veel verbeelding voor nodig om van een bepaalde zijde het gejoel luid te horen opklinken: hebben wij het niet altijd al gezegd? Daar vliegen ze uit de bocht! Daar moeten we ons maar niets van aantrekken.
Wij hebben voor eigen verantwoordelijkheid voor God.
Welnu, in deze eigen verantwoordelijkheid konstateer ik, dat onder gereformeerden over geschilpunten te gespannen gediskussieerd wordt, alsof het altijd over de laatste ernst gaat. De Schrift is rechter in alle verschillen, zeggen we. Dit betekent dat er rondom een verschilpunt net zo lang gesproken moet worden totdat, de ene partij in z'n schriftuurlijk gelijk gesteld en de andere met behulp van de Schrift veroordeeld wordt en dus weg moet. Dit levert kerkscheuringen op, naar aanleiding van kwesties die in toenemende mate futiel zijn.
Wat zien we nu gebeuren in onze kerken? Dat de mensen panisch van angst worden wanneer iets ter discussie wordt gesteld. Het desbetreffende krante-artikel lezen ze met luid bonzend hart, de gemeente-
vergadering die het op haar agenda heeft staan, mijden ze. In ' deze benauwde sfeer wil ik een raam openzetten. De Schrift rechter in alle geschillen, - is dat wel zo? Zijn er niet veel verschillen waar de Schrift, als rechter erbij gesleept, weinig interesse voor toont en waar zij, met Jezus, poppetjes bij tekent in het zand (zie Joh. 8 : 6), als ze worden voorgedragen?
Zijn er niet andere verschillen.
waarin de Schrift alleen maar de rol van scheidsrechter wil spelen om toe te zien dat degenen die er zich mee bezig houden de spelregels van de broederschap in acht nemen? En net als de scheidsrechter op het voetbalveld feliciteert zij de winnende partij, wie dat dan ook mag zijn?
Ik merk dat mijn toon nu wel erg luchtig wordt. Ik weet ook wel, dat 't in de praktijk moeilijker is dan ik nu voorstel. Vooral wanneer je verschilpunten konkreet gaat invullen.

Iets moèt je maar eens hoog zitten! Ik weet er alles van. Toch, zitten we wel goed met een strak juridisch vastgestelde leer van de onfeilbaarheid der Heilige Schrift?
Bereiken wij, in onze ijver voor het Woord des Heren, daar niet iets mee dat volstrekt niet Gods bedoeling is met zijn Woord? Zijn bedoeling met de Schrift is: door Hem gegeven leiding in het geloof (1 Tim. 1: 4). Maar wij houden ons teveel op in het grensgebied van de Bijbel in plaats van in zijn centrum en denken dat dáár de beslissingen vallen voor ons geloof.
En zij vallen daar niet.
Maar Christus heeft toch gesproken over de tittel en de jota? Zeker.
"Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied" (Matth. 5: 18).
Maar als je dan verder leest, dan blijkt dat Christus zich alles behalve aan de rand van de Schrift heeft opgehouden in zijn onderwijs.
Hij gaat in de Bergrede recht naar helt midden toe en spreekt zo over het dienen van God, dat wij beseffen: hier gaat het over het hart; het hart van de bijbel en het hart van ons zelf. Van dat hart wil Jezus niet het minste afdoen. Dat is de kennelijke bedoeling van zijn sterke uitspraak.

Oneigenlijk bijbelgebruik
Maar, hoe zal ik ondanks al mijn geschrijf ontkomen aan het verwijt dat ik nu toch een vrijzinnige ben?
En met onze kerken een dito kant op wil? De tegenstelling ligt al klaar voordat je een mond open doet. Je bent Of rechtzinnig óf vrijzinnig en daartussen is niets. Ja maar ik bèn toch rechtzinnig? Door Gods genade ben ik dat, ja: 'recht in de lofprijzing', (zoals het woord 'orthodox' kan vertaald worden), roemend in Gods onvanzelfsprekende genade! Week aan week belijd ik blij het christelijke Credo: Ik geloof in God de Vader. . . en ben bereid alles te weten wat deze belijdenis weerspreekt. En toch heb ik iets tegen het orthodoxe, zoals ik dat in verschillende kerken van de rechter vleugel tegenkom. Nee, zoals ik het eigenlijk altijd tegen kom. Men is mij veel te gemakkelijk in het veroordelen van anderen.
Dat zit ons in het bloed, dat is onze tweede, om niet te zeggen: eerste, natuur geworden. Homofilie, abortus; euthanasie, crematie, feminisme, echtscheiding. En het ergste is dat al die veroordelingen ons zo weinig kosten. Wel menen wij de Schrift erbij op onze hand te hebben, vaak langs de weg van klakkeloze, onzorgvuldige uitleg.
Wij hebben niet door dat wij door deze oordeelslust een hatelijke indruk maken op de buitenwereld.
Wij zijn bij voorbaat ongeloofwaardig, ook als wij terecht zonde bestraffen en tegen het kwaad protesteren.
Want niemand moet mijn hartekreet uitleggen als een slap pleidooi voor weke tolerantie. Als er staat (Joh. 16 : 8) dat de Heilige Geest de wereld zal overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel, dan geloof ik dat de christelijke gemeente daarin een niet vrijblijvende rol is toebedeeld.
De gemeente gebruikt in de wereld de sleutel van het Woord om te ontsluiten en om toe te sluiten.
Maar als dit gebruik in misbruik ontaardt, dan is het onbruik niet ver. Via een te grote mond wordt de gemeente dan monddood in de wereld. Prof. Douma heeft zich de laatste tijd opgemaakt om de slechte image van zijn kerkmensen in de wereld te verbeteren. Ik hoop van harte dat hij daarin slaagt. Daar zouden ook onze mensen van profiteren, want de indruk die wij naar buiten maken, is niet beter.
Maar ik vrees dat hij dweilt met de kraan open. En die openstaande kraan is het oneigenlijke gebruik van de Heilige Schrift. Zij is ons niet gegeven om allerlei moeilijke problemen gemakzuchtig veroordelend van ons af te duwen. Maar zij zal zo wel blijven funktioneren, zolang we haar beschouwen als een alles perfekt regelend wetboek en als rechter in alle geschillen.

Als kerk
De dingen die ik nu schrijf, zijn natuurlijk volstrekt niet nieuw. Ze zijn in de geschiedenis vele malen eerder en vele malen beter ter sprake gebracht. Maar het zou wel iets nieuws zijn als nu eens een kèrk in ons land deze dingen hardop begon te zeggen. Een kerk, die enerzijds uit grote liefde en hartstocht voor de waarheid afwijst al wat en al wie haar geloof weerspreekt, zó dat ieder eerlijk mens moet toegeven: dat moèt die kerk doen wil ze kerk blijven. En die anderzijds openlijk durft zeggen dat er veel is in de Schrift dat bij eerste, oppervlakkige lezing wel een uitgemaakte zaak lijkt, maar vanwege het historische karakter van de Heilige Schrift toch veel moeilijker ligt dan wij in onze gemakzucht denken.
En dat daarom de Schrift een rand heeft van onzekerheid. Is er zo'n kerk? Het zou interessant zijn om, als die er is, er bij te behoren en er in te werken. Om zo ook ten behoeve van de gehele orthodoxie iets te betekenen. Maar als we hiervoor terugschrikken, lijkt het mij beter dat we over de verschilletjes met de binnenverbandse kerken of de christelijke gereformeerde kerken of de gereformeerde bond of de synodale noodgemeenten heenstappen en ons bij hen melden.
Want wij moeten de kerkelijke verwarring niet onnodig groter maken met een kerkelijk bestaan dat geestelijk al in een veelvoud voorhanden is. Tot nu toe konden we nog ter verklaring van ons ontstaan met een gebaar van excuus terugwijzen naar onze buitenverbandstelling: we kunnen het ook niet helpen dat we er zijn (nou ja ... ). Maar nu, met onze nieuwe naam, hebben wij de verantwoordelijkheid voor onze kerkelijke existentie zèlf op de schouders genomen.

Biddende kerk
Maar alles wat gezegd is kan afschuwelijk misbruikt worden. "Geweldenaars grijpen ernaar", zei Jezus spijtig van zijn koninkrijksprediking (Matth. 11 : 12) en dat kan nu nog gebeuren. Er zijn altijd mensen die als je ze de vinger geeft de hand en meer nemen; die, als je een opmerking maakt over het beperkte norm-karakter van de Heilige . Schrift, direct maar alle geboden van God laten vanen; die, als je zegt dat God niet elke echtscheiding verbiedt ("Ik haat de echtscheiding", zegt de Here bij Maleachi 2 : 16, maar er staat letterlijk: "Ik haat het wegsturen of het afdanken (van vrouwen)" en dat is toch wat anders), meteen maar dit hele terrein vrij geven. Omdat dit zo is, daarom houden de meeste mensen maar hun mond, ook als ze iets zien van de dingen die ik noem. "Het kan niet lijden". En daardoor ontstaat een sfeer van oneerlijkheid en angstvalligheid en van het opleggen van lasten die te zwaar zijn om te dragen.
Goed, ik bega nu de stommiteit van hardop denken in de kersverse Nederland Gereformeerde Kerken.

Wat geeft mij daartoe de moed? Wel, als ik het goed zie, zou het wel eens kenmerkend voor onze kerken kunnen worden dat er een rijker gebedsleven komt dan voorheen.
Ik geef hier de eer aan m.n. l'Abri, die dit introduceert in onze gemeentes, vooral onder onze jongeren.
Je ziet het hier en daar langzaamaan groeien dat bestaande bijbelkringen of werkgemeenschappen ook tegelijk gebedskringen worden. Een biddende kerk die in beweging blijft, de toekomst des Heren tegemoet, - zij zal de waarheid aankunnen dat de bijbel niet in hoofdzaken maar in sommige opzichten minder kompleet, minder volmaakt, minder duidelijk is dan wij altijd dachten. Biddende kerken - laten wij dat vooral mogen worden Dat zal de bescheidenheid en de voorzichtigheid in het lezen en toepassen van de Schrift ten goede komen. Want het gevaar dat de bijbel onze papieren paus wordt, is in de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme toch niet zo denkbeeldig gebleken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief