OASE
1979-09-21
Aan de Westkust van de Dode Zee ligt het plaatsje Engédi. Het is van oude tijden af een oase: een lieflijke, vruchtbare plaats in een grote en zeer 1) vreselijke woestijn. Ja, die laatste term is van Mozes en volkomen op zijn plaats. De Dode Zee is een deel van een vreselijke aardkloof, die in Libanon begint, via Jordaandal en Dode Zee naar het Zuiden trekt, door de Golf van Eilat, door het Afrikaanse Victoriameer, tot aan Tanzania.- Jaargang 23
- nummer 35
De Dode Zee ligt al 400 meter onder het niveau van de wereldzeeën en gaat nog eens 400 meter diep: allerlei zouten uit het diepst van 's aardrijks ingewand komen er in voor. Vandaag bestaat het water van dit binnenmeer al voor 27 procent uit diverse zouten; zwemmen is er moeilijk, verdrinken onmogelijk. En zorg dat u het water niet in ogen of neus krijgt!
Geen wonder dat in de Dode Zee geen leven mogelijk is. Ook de omgeving is door een geelbruine dood gestempeld. De steile rotsen, inleiding tot het gebergte van Judea, hebben horizontale strepen: vroeger vormden ze de wanden van een binnenrneer, waarvan de waterspiegel in de loop van duizenden jaren daalde. Die waterspiegel is op vele plaatsen nog zichtbaar en het water heeft, door het wegschuren van zachte grondlagen, talloze grotten veroorzaakt, Het meer zelf, thans de Dode Zee, is honderden meters gedaald en nog steeds daalt de waterspiegel. In deze woestijn heeft David eens gezongen: ,,0 God, mijn ziel en lichaam hijgen en dorsten naar U in een land, dat dor en mat van droogte brandt, daar niemand lafenis kan krijgen" 2). Die psalm dichtte hij, toen hij op de vlucht was voor Saul en zich ophield "in de woestijn van Juda".
En dan ligt daar het lieflijke plaatsje Engédi: een oase! Groen en bloemrijk in blijde tegenstelling tot de bruingele dood van de omgeving. Die vruchtbaarheid dankt Engédi aan een riviertje, dat van het Judese bergland omlaag stroomt en in de Dode Zee uitmondt. De dichter van het Hooglied noemde zijn beminde "een tros hennabloemen in Engédi's oase" 3) en in de Spreuken van Jezus Sirach staat: "ik groeide op als een palmboom in Engédi" 4). Wie vandaag langs de Dode Zee gaat wordt verrast door deze oase, waarvan het rivierwater tot zwemmen uitnodigt. Ook vandaag zijn er schone cultures van bloemen, acacia's en dadelpalmen.
U vergeet even de bruingele dood en ziet weer groen, hoopvol leven.
De naam Engédi betekent iets als "bron van het steenbokje" en inderdaad leven hier steenbokken, gazellen en klipdassen. Er is een biologisch observatorium gebouwd, dat het leven in deze doodse omgeving bestudeert.
In de bijbelse aardrijkskunde komt u Engédi al tegen: waar dit stadje een van zes steden "in de woestijn" uitmaakte, die samen met "de zoutstad" aan Juda werden toebedeeld 5). Vandaag heet het riviertje ,,Davidsbron", om de herinnering aan David vast te houden, die hier vertoefde op zijn vlucht. Jazeker,. want David maakte gebruik van de natuurlijke "vestingen in de woestijn", waarvan de Bijbel spreekt: de ongenaakbare grotten in de hooggelegen bergwanden, die een groot uitzicht gaven en een ongeziene vlucht waarborgden.
Hier in Engédi had de ontmoeting plaats tussen David en Saul. Koning Saul wenste enige afzondering, waarheen zelfs een koning te voet pleegt te gaan. Hij stapte een donkere grot binnen en maakte het zich gemakkelijk.
Vanuit het felle daglicht kon hij geen hand voor ogen zien. Zo wist hij niet dat hij volstrekt niet alleen was. Want David en zijn mannen hadden zich in juist dezelfde grot verborgen, toen de koninklijke macht naderde. Zij konden vanuit het duister de handelingen van Saul perfect volgen, als een groots silhouet tegen het zonlicht. Wat een wonder dat Davids mannen fluisterden: "dit is de dag, die God ons schenkt!" Maar David spaarde Sauls leven en sneed slechts een stuk van de weggelegde koningsmantel af: bewijsstuk voor later. 6) En over deze oase schreef de profeet Ezechiël 7) een hoofdstuk vol onwaarschijnlijk klinkende profetie. Zelf was hij lichamelijk nooit in het heilige land geweest - slechts visionair bezocht hij het, geleid door Gods goede Geest. En midden in zijn troostrijke profetieën, daar in Babel, sprekende over een herwonnen land, een herbouwde stad, een gerestaureerde tempel en een herstelde eredienst, zei Ezechiël iets wonderlijks.
Hij sprak van een waterstroom, die in de tempel ontsprong, naar het Oosten vloeide, breder en steeds dieper werd en bij Engédi in de Dode Zee terecht kwam. Ezechiël zag dat aan weerskanten van deze stroom veel bomen stonden - zoals overal ter wereld in bergland een rivier gemarkeerd wordt door geboomte: geplant door vogels. En deze tempelrivier deed meer dan water van hoger naar lager brengen. Deze tempelrivier had een ongedachte uitwerking op de Dode Zee: ze maakte het onbruikbare water "gezond", net als de profeet Elisa het gevaarlijke water van Jericho "gezond" maakte. In het rijk van de bruingele dood, zei Ezechiël, zouden eens alle soorten leven bestaan: bizonder veel vis zou in de Davidsbron en in de Dode Zee voorkomen. Zo veel vis, dat Engédi een gilde van vissers zou hebben, geen eenzame hengelaars maar nettenvissers van formaat. De minerale zouten zouden in speciale vijvers geconcentreerd worden - de zee zou weer zoet water bevatten.
Dat beeld van een tempelbeek was niet geheel vreemd. Vroeger, voor Ezechiëls tijd, werd het tempel water, vermengd met bloed van offerdieren, naar het Zuiden afgevoerd, waar het 't badwater Siloam vulde.
De geneeskracht van dit bad werd aan het heilige tempelbloed toegeschreven.
Ezechiël gebruikte dus een beeld, dat wel aansloeg. Alleen: de geneeskracht van de door hem geschouwde tempelrivier was oneindig groter dan het badwater van Siloam. En ging oneindig verder. En maakte dood tot leven, leegheid tot volheid. De profetische tempelrivier maakte de oase overbodig: maakte heel de bruingele omgeving van Engédi tot bloeiend leven. Twaalf keer per jaar zouden de bomen vrucht geven ongehoord! Hun bladeren zelfs zouden geneeskrachtig zijn
U komt dit wonderschone beeld nog eenmaal in de Bijbel tegen 8). Johannes, in ballingschap op Patmos, heeft hetzelfde als Ezechiël geprofeteerd en in de mond van twee profeten ligt de waarheid onomstotelijk vast. Hij zag een rivier met "water des levens", die ontsprong uit de troon van God en van het Lam. Aan weerszijden stond geboomte des levens, dat twaalf keer per jaar vruchten geeft, en waarvan de bladeren dienen tot genezing van de volkeren. Niets dat vervloekt is zal overblijven. Wonderlijke zaken, alleen door Bijbellezers enigszins te doorzien. Want hij die zijn vreugde aan Gods Woord beleeft, en dat overdenkt bij dag en nacht, is zelf zo'n boom, aan een rivier geplant, die "op tijd" zijn vruchten geeft en wiens loof niet verwelkt, maar leven bergt 9).
Nog even terug naar Engédi - en beide benen op de grond. Want u moogt de profetieën geestelijk verstaan als u wilt, en er de zinnebeelden uit puren als u kunt - maar waarom Gods Woord niet ook letterlijk genomen?
Vandaag is de staat Israël bezig een groots irrigatieplan voor te bereiden, teneinde het water van de Dode Zee zoet te maken. Het zout moet geconcentreerd worden in speciale vijvers en dient tot het maken van industriële kunstmest (genoeg voor de Derde Wereld). Het water moet zoet worden door aangebracht water uit het Westen. Reeds worden er experimenten uitgevoerd op de warme grond rondom Engédi: proeven met kostbaar leidingwater. Rijke cultures, die u hier en daar aan de Dode Zee tegenkomt, bevestigen dat de grond en het klimaat vragen om te worden benut. Het biologisch observatorium staat daar niet voor niets.
Slechts het water, dat kostbare water-des-levens, vormt nog het hoofdprobleem.
Men weet iets van waterleidingen af: de irrigatiewerken in de omgeving van Berseba, afkomstig van het 240 kilometer afgelegen Meer van Galilea, bewijzen het. Maar voor dit machtige plan is het vorige kinderwerk. De kosten van dit project worden geraamd op een biljoen gulden, dat is een miljoen maal f 1 miljoen gulden. En de Jordaniërs, levend aan de Oostoever van de Dode Zee, die van een zoetwatermeer voor de helft zouden profiteren, wensen er geen cent in te steken. Hetgeen nog geen definitieve belemmering behoeft te zijn natuurlijk.
Stel het u even voor: dat Israël zulk een wereldgroots werk gedaan krijgt.
Dat de Dode Zee, symbool voor ons leven dat buiten Jezus Christus een grote en zeer vreselijke woestijn is, zelfs een oase zou worden; dat dit binnenmeer leven, veel leven, zou gaan herbergen; dat de omgeving vruchten, veel vruchten, zou gaan opbrengen; dat het zien van alle groen elke afgematte ziel zou doen herleven. En dat Israël zelfs zijn tegenoverwonende vijanden zegen, genezing zou brengen.
Maar als u het zich niet kunt voorstellen (of wanneer Israël dit grootse werk niet kan klaarmaken) dan blijven Gods beloften, door Ezechiël en Johannes gegeven. Woestijnreizigers weten, dat ze naar een oase reizen.
In het geloof zien ze geen hallucinatie, geen fata morgana, maar palmbomen en fonteinen. Van oase tot oase, van kracht tot kracht, verschijnt ieder van hen voor God in Sion. 10)
1) Deut. 1 : 19 en 8: 15 - 2) Ps. 63 : 1 - 3) Hgl. 1: 14 - 4) 24: 14 - 5) Joz. 15 : 62 - 6) 1 Sam. 24: 1-5 - 7) Ez. 47 - 8) Op. 22: 1, 2 - 9) Ps. 1: 2, 3 10) Ps. 84: 8.