Lankmoedigheid

1979-09-21
  • Jaargang 23
  • nummer 35
In de bergrede wordt wel gesproken over zachtmoedigheid (Matth. 5 : 5), maar niet over lankmoedigheid.
Daar hoeven we niets achter te zoeken. Jezus noemt in de bergrede niet álles.
Iemand is lankmoedig als hij veel kan verdragen voordat hij boos wordt, als hij geduldig is.
In de bijbel heeft dit woord dezelfde betekenis als het gaat over Góds lankmoedigheid. God kan wel boos worden over de zonden van zijn volk, over de ontrouw van de mensen, maar het duurt lang voordat die boosheid tot een uitbarsting komt. Micha vraagt dan ook terecht (2 : 7): 'Mag dat gezegd worden, huis Jakobs, is de HERE zo kort van geduld, is dit Zijn handelwijze?' God is inderdaad lankmoedig.
Lankmoedigheid heeft iets te maken met lang-van-gemoed-zijn. Hij is niet kort aangebonden, maar houdt het lang vol, Hij heeft een lange adem, Hij kan wel wat hebben en het duurt lang voordat Zijn boosheid wordt omgezet in daden.
Dat komt omdat God anders is dan wij, omdat Hij Zijn volk echt liefheeft en de liefde is lankmoedig (1 Kor. 13 : 4).
Als de mens het verbond met God met houdt is hij een slechte bondgenoot.
Maar zelfs dan, als de mens het laat áfweten, blijft God Zijn verbond gedenken, blijft Hij Zich als bondgenoot opstellen.
God mág toornen, Hij mág boos zijn, dat is Zijn recht.
Bij God is recht echter méér dan juridisch recht, bij Hem is recht meer dan "recht hebben dit of dat te doen". Bij Hem is recht verbonden aan heil, aan genade, aan redding. Hij staat wel op Zijn recht maar dat is heel wat anders dan het op-ons-recht-staan van ons.

In Ezechiël 18 : 32 vinden we het antwoord op de vraag waarom God zó is, waarom Hij lankmoedig is, waarom Hij van uitstellen weet als het gaat om Zijn straffen. Er zijn ook wel andere plaatsen in de bijbel waarin dit naar voren komt, maar Ezechiël vat het kort en bondig zó samen: "Want Ik heb geen welgevallen aan de dood, van wie sterven moet, luidt het woord van de Here HERE; daarom, bekeert u, opdat gij leeft."
God heeft geen plezier in de dood van mensen die eigenlijk moeten sterven vanwege hun zonden.
Daarom kon Hij Zich omkeren en berouw hebben over wat Hij Zich voorgenomen had met Ninevé te doen (Jona 3 : 9 en 10). Onbegrijpelijk voor mensen, we zien het maar doorgronden het niet. Gods lankmoedigheid is een geheimenis, iets waar we niet achter kunnen kijken.
Hij is bereid om lang te wachten en Hij vergeeft graag hen die Hem iets schuldig zijn. En wie is Hem niets schuldig?
Paulus heeft er iets van begrepen als hij terugziet op zijn eigen leven.
Hij schrijft aan Timotheüs: "Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij Zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen ... "

En nu?
"En vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven hen die ons iets schuldig zijn".
Wij vergeven onze schuldenaren, wij tellen eens tot 10 voordat we er op in springen, wij hebben geduld met elkaar.
Dát is de toepassing.
God wil niet dat sommigen verloren gaan en daarom is Hij lankmoedig (2 Petr. 3 : 9). Een les voor ons want lankmoedigheid van God vraagt om lankmoedigheid van ons.
Dat is wel duidelijk.
Die lankmoedigheid vraagt om zachtmoedigheid, we zullen vaak een eind met de ander méé moeten, misschien vaak pratend en misschien nog vaker zwijgend.
Psalm 85 spreekt ervan dat vrede en recht elkaar kussen, hand in hand gaan.
En als lankmoedigheid en zachtmoedigheid sámen gaan in het leven van Gods kinderen, wat zal dát dan tot zegen zijn.
De zachtmoedigen zullen de aarde beërven, zegt Jezus in de bergrede.
Och, dat zal ook wel van de lankmoedigen gelden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief