Humor in de woordkunst (1)

1980-05-16
  • Jaargang 24
  • nummer 20
U hebt misschien bij het lezen van dit opschrift gedacht: Het is deze keer lachen geblazen. Maar dan bent U toch even te vlug geweest, of beter gezegd, te éénzijdig, Precies als degene die bij het lezen dacht: Dat wordt huilen.
Humor is immers een lach en een traan, dus heeft de laatste ook een beetje gelijk.
Laten we, om beide eenzijdigheden te voorkomen, eerst even ingaan op de vraag: Wat is humor? Het woord is afkomstig van het Latijnse woord "humores" , dat lichaamssappen aanduidt. Deze lichaamssappen bepaalden volgens de Hippocratische geneeskunde, de geestelijke gesteldheid van de mens. Iemand kon , om maar iets te noemen, wat te v,eel aan zwarte gal hebben, en was dan beslist niet vrolijk. Integendeel, zwartgallig.
In de jaren 1500 meenden de geneeskundigen dat mensen die lastig waren voor hun omgeving, aan "humor" leden. Later (dat is het levende van de taal) kreeg het woord meer te maken met de bestrijding van de zwaarmoedigheid. Dat deed dan iemand die "humor" had. Die werkte dan aan de verbetering van het humeur (let op dit woord) van zijn medemensen.
U hebt al wel gemerkt dat humor te maken heeft met een lach en een traan. Er zou geen humor zijn als er nooit iets te huilen viel, of als er geen menselijke zwakheden waren.
Je zou de humor kunnen omschrijven als de verwekker van de glimlach, die de traan vriendelijk en fijnzinnig tracht te drogen, of de menselijke zwakheid geestig relativeert.
Maar omdat dichters dat veel beter kunnen zeggen dan ik, laat ik er daar maar één van aan het woord. De Genestet zegt ervan:

HUMOR
Een rijke taal vol geest en... ingehouden tranen,
Vol zin, ...ook zeer geschikt tot leeren en vermanen,
Mits maar de vrienden haar verstaan,
Want velen klinkt ze als Grieksch; voor andren weer ...profaan.

Uit deze dichterlijke omschrijving merkt U al wel, dat de echte humor niet altijd even gemakkelijk te ontdekken valt. Dat komt onder meer omdat er naast de humor, de ironie is, de meer of minder flauwe grap en de pure kolder. Ik ga van die verschillende typen eens wat doorgeven. U mag ze zelf rangschikken.

VADER
vader is nog zó vitaal
vader heeft een topconditie
ook al is z'n koppie kaal
en al hijgt ie soms 'n pietsie

vader tennist elke dag
doet wat jonge kerels dejen
gist'ren is ie onverwacht
bij de ping-pong uitgeglejen

en nou mot 'ie onder 't mes
tot z'n grote droefenis
'k denk dat hij nu op zaal zes
weer zo oud wordt als ie is


Dit is van Toon Hermans, het volgende gedicht is van Piet Paaltjens, die erg gauw verliefd werd en daar veel van geweten heeft.


Wij zaten met ons vieren
In den tuin van de societeit.
"Kijk, jongens!" riep Sand, "wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid".

"Ja", zei Kaai, "dat 's een pracht van een meisje,
Zoo zijn er geen twaalf in 't land!"
"Ik hoor", zucht Haas, "ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant".

"Wat mankeert je, Paal? riep Sand weer,
"Je wordt zo bleek als de dood!
Neem wat dubbelgebeide!" - "Nee, Dundas!"
Schreeuwde Haas, "breng gauw een glas rood!"

Wel dronk ik, om Haas te plezieren,
Het rood uit, - ook smaakte 't wel goed, -
Maar op geen van mijn beide wangen
Herriep het den rozengloed.

Sinds ik weet dat een luitnant in stilte
Mag bluffen op háár bezit,
Zien mijn vroeggeknakte wangen
Onherroeplijk marmerwit.

De volgende twee grappen op rijm zijn van Trijntje Fop.

OP EEN STREEPJESPOES
Een streepjespoes met honderd streepjes
had op haar hoofd een hoed met neepjes,
en op die muts, verguld op snee,
stond "VOETEN VEGEN S.V.P."
en ais je dat las, dan begreep je:
door deze poes liep nog een streepje.

OP EEN ZIJDERUPS
De Zijderupsenbond te Ede
betoogde voor de wereldvrede.
Met zijden doeken liep men rond
waarop de leus geschreven stond:
LEVE DE VREDE, WANT HET LEGER
KOST GELD EN DRAAGT ALLEEN MAAR JAEGER.


Och, laten we maar eens lachen. Een volgende keer wil ik de gedichtenbundels van Toon Hermans, t.w. "Liggen in het gras" en "Fluiten naar de overkant" bespreken. Dat is echt niet alleen lachen geblazen. Wacht maar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief