Op weg naar de vreugde
1980-05-30
Allereerst moeten we letten op de plaats waar in het boek Van de Openbaring van onze Heer Jezus Christus deze tekening van de hemelse vreugde staat. Aan het eind van het boek komt zo'n tekening van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nog eens uitvoerig terug, als datgene waar het werk van Jezus Christus op uitlopen zal. Daar is zo'n beschrijving passend en natuurlijk. Dat behoeft geen verdere uitleg.- Jaargang 24
- nummer 22
Maar waarom staat het hier nu ook al, zelfs nog voor de vervolgingen en verdrukkingen uitputtend beschreven zijn. Het functioneert hier als een blik uit de verte op het beloofde land: voordat de laatste verschrikkingen aan J0hannes getoond worden, laat Christus hem het beloofde land eerst vanuit de verte zien, met de bedoeling dat Johannes aan de gemeenten erover zal vertellen, zodat de gemeenten weten wat hen te wachten staat en ze van het blijde vooruitzicht alvast genieten zullen.
De vraag: "Waar moet dat heen? Hoe zal het allemaal verder gaan?" leeft bij veel mensen.
"Waar zullen we nog eens uitkomen?" En Jezus Christus zegt: Hiér zult u uitkomen, bij deze eeuwige vreugde!" En dan kan het ons wel eens benauwen, als we denken aan allerlei ellende en moeiten die ons en deze wereld nog te wachten staan. Maar Jezus heeft dat voorzegd: In deze wereld zult u verdrukking hebben. Maar Hij heeft ook beloofd dat Hij bij ons zal zijn in alle nood en ons leiden zal naar de eeuwige vreugde van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En daarom wordt ons hier het vooruitzicht getoond; zoals dat trouwens aan Jezus zelf op de berg der verheerlijking (Matth. 17: 1-13) ook gegeven werd. Toen Hij Zijn kruis en de verlating door Zijn Vader naderbij zag komen, toonde de Vader Hem eerst de heerlijkheid die daarna komen zou. Hij genoot een hemelse vreugde en werd daardoor getroost en bemoedigd om Zijn uitgang te Jeruzalem te volbrengen (Luk. 9: 31). Ziende op de vreugde die vóór Hem was, heeft Hij het kruis op Zich genomen (Hebr. 12 : 2). Op een zelfde manier toont Hij nu ook aan ons de heerlijkheid die komen gaat, opdat wij getroost en blijmoedig de toekomst met alle moeiten in zullen gaan.
Is dat nu een zich goedkoop troosten met de hemel, zoals nogal eens wat smalend gezegd wordt. Is dat nu een schrale troost? Neen, de troost die God geeft is nooit goedkoop of schraal. Dat eeuwige leven heeft Jezus Christus immers voor ons verworven. Zijn dood en Zijn opstanding waren geen goedkope zaken. Wij mogen ons getroost weten met het eeuwig bij Christus zijn, want daarin is ons leven.
Johannes' blik wordt van de aarde weer naar de hemel getrokken en hij zag een ontelbare mensenmenigte, al de kinderen van God. Het aantal van hen die God (nog) dienen kan ons soms wel erg klein toeschijnen. Het lijkt er misschien wel eens op alsof dienstknechten van God wegsmelten van deze aarde, zoals sneeuw wegsmelt als het gaat dooien. Soms schijnt de kerk wel als tot niet gekomen te zijn in de ogen der mensen (art. 27 N.G.B.), maar Johannes mag zien, en wij met hem, dat er toch – gelukkig een grote massa medegelovigen is, die allen eens samen voor Gods troon uit zullen komen. Eén grote ontelbare schare uit alle volken en stammen en natiën en talen: er is en er blijft verscheidenheid, maar tegelijkertijd toch één schare.
Alle verwijdering tussen de verscheidene volken, stammen, talen en natiën is er weg. Er wordt één lied gezongen tot eer van God en van het Lam. Bij Gods troon vinden we elkaar altijd weer terug. In Christus zijn we één. En eeuwig bij Christus zijn is ook: eeuwig bij elkaar zijn. Vermaant (of vertroost) elkaar dus met deze woorden, zegt Paulus (1 Thess. 4: 17, 18). Wij zullen altijd bij de Heer wezen. Samen feest vieren, dat ziet Johannes die ontelbare mensenmenigte doen. Het is één groot feest, met blijde feestgangers, want het verdriet, het leed, de nood en de moeite is voorbij. "Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten en de zon zal niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens". Voorgoed is voorbij alles wat bij het openen der zegels Gods kinderen bedreigde en overviel. Fonteinen vol levend water, het Lam leidt hen er heen. De Goede Herder geeft leven en overvloed. Ja, het vloeit over, het overschrijdt alle maten, alle grenzen: hun beker vloeit over.
En - "God zal alle tranen van hun ogen afwissen".En er vloeien wat tranen op deze aarde, ook bij kinderen Gods, van berouw, van verdriet, van wanhoop. Maar God zelf zal alle tranen wegvegen, zoals een moeder zelf de tranen van haar kind moet afvegen, wil het kind getroost zijn. Zo doet God het ook zelf en dan is al het leed geleden, dan zal er weer gelachen worden in grote vreugde. Die vreugde is het vooruitzicht, waarop we ons mogen richten, als het moeilijk is in het leven. We zullen niet omkomen in de nood en ellende van deze wereld, al is het wel eens heel erg benauwd en ook al kunnen we wel huilen van ellende: we mogen door de tranen heen toch ook al lachen om de blijdschap van de hoop, die al ons leed wil verzachten.
Christus vertelt ons ervan opdat wij het vooruitzicht al van verre zouden genieten.
Die jubelende, steeds maar zingende hemel boven deze ellendige, benauwde aarde - daar zou iemand zich soms aan kunnen stoten. Zoals een stralende voorjaarsdag een mens, die diep bedroefd is door een pas gevallen slag, bijna pijn kan doen: trekt heel die natuur zich dan niets van mijn ellende aan, gaat alles dan maar gewoon door? Een jubelende, steeds maar zingende hemel - hoe is dat mogelijk boven een ellendige wereld, vol met oorlog en honger en eenzaamheid en ziekte. Genieten ze daarboven dan alleen maar rustig van hun eigen verlossing, trekken ze zich dan niets aan van mijn ellende?! Neen, zó is het niet! De hemel is over ons lot zeer bewogen, dat wordt aan Johannes geopenbaard: Hij ziet hoe het Lam het zevende zegel openen gaat. Dat zevende is het laatste zegel.
Nu zal het Lam Gods plan ten einde voeren. Dat is het begin van het einde. Maar toen het Lam het zevende zegel opende kwam er een stilte in de hemel: heel de hemel houdt in strak gespannen aandacht a.h.w. de adem in, alles wordt stil, indrukwekkend stil, een half uur lang. Voor de gevallenen uit de 2e Wereldoorlog houden we op 4 mei twee minuten stilte, en dat vinden we vaak al lang, en dan boven in die heerlijkheid - een stilte van een half uur. Het laatste deel van Gods plan houdt zo oneindig veel in dat de hemel er in ontroering stil van wordt! Een stilte die ons er opmerkzaam op wil doen zijn dat God niet zomaar slagen toebrengt of er behagen in schept mensen kwaad te doen. God is niet een nauwkeurig rekenaar: zo veel zonden, dus zo veel ellende. God is het wel degelijk om ons heil te doen en soms zijn er harde dingen voor nodig om ons dat bij te brengen: Hij wil dat wij naar Hem luisteren en ons bekeren.
Als God nu zo bewogen is, hoe kunnen wij dan onbewogen blijven. Als God dan zo barmhartig is, waarom zijn wij dan vaak zo verschrikkelijk onbarmhartig. God is bewogen, Zijn bewogenheid leeft zich aan al zijn kinderen mee: daarom was er een half uur stilte in de hemel. We mogen weten dat er een bewogen hemel is boven deze geslagen aarde. Het gaat God wel degelijk ter harte. Hij heeft geen lust in de dood van de zondaar, maar daarin dat deze zich bekeert en leeft!
Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon overgegeven, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebben.