Een abc van het Nieuwe Testament
1983-08-26
'k Kan me voorstellen, dat sommige lezers vinden dat het niet de moeite waard is aan dit "stoffelijk omhulsel" een artikeltje te besteden. Er is ook in christelijke kring een onderwaardering van het lichaam. Een merkwaardige tegenstelling wordt vaak gemaakt tussen "het lichaam en de ziel". Men weet niet dat deze tegenstelling van heidense oorsprong' is. Heidense wijsgeren hebben deze tegenstelling gemaakt. Het lichaam zou maar een schelp zijn, waarin de kostelijke parel (de ziel) werd bewaard. Bij de dood zou "de schelp vergaan en de parel van de ziel tot haar oorsprong, God, terugkeren. Mogelijk zit deze tegenstelling ook nog in de benoeming van het lichaam als het "stoffelijk omhulsel". Dit minderwaardig achten van 't lichaam is niet bijbels. Maar ze werkt nog wel door in de christelijke traditie. Op het kerkhof heb ik wel de uitdrukking gehoord uit de mond van een "zware" dominee: "daar ligt nu de "madenzak", voor de wormen bestemd. Het komt er nu maar op aan hoe het met de ziel gesteld is." En dat was gewoonlijk niet al te best. Meestal was er maar weinig hoop voor het behoud. Van deze tegenstelling is in de Bijbel geen sprake.- Jaargang 27
- nummer 31
Het lichaam is een schepping van God. Wel geformeerd uit het stof der aarde. Maar met de levensadem, die God in z'n neus blies, werd de mens tot een levend wezen. Enerzijds met de aarde verbonden, anderzijds met de hemel. Naar Gods beeld en gelijkenis geschapen.
Op z'n hemelse Vader gelijkend. We kunnen ons daarvan moeilijk een voorstelling maken.
Gezond naar lichaam en geest en ziel. Bestemd om over heel Gods schepping te heersen, Zelfs nu doolde zondeval ziekte en dood hun intrede hebben gedaan, ook wat 't lichaam betreft, is het nog terecht dooreen Zwitserse arts een "sprake van God" genoemd. Ben "pronkjuweel der schepping", zoals ik het wel hoorde noemen. Waarmee we voorzichtig moeren omgaan en wat we zuinig bewaren moeten.
Dat Jezus Christus het lichaam hoog gewaardeerd heeft blijkt uit Math. 5 : 29: "Als uw oog u ergert, d.w.z. tot zonde verleidt, ruk het uit. Want 't is beter dat één lid verloren gaat, dan dat uw hele lichaam in de hel wordt geworpen. En zo ook met uw hand. Als dat u erger zou maken, d.i. tot zonde zou verleiden, houw haar af. Beter een hand verloren, dan dat 't lichaam naar de hel zou gaan. Een monnik moet eens letterlijk gedaan hebben, wat in deze tekst staat. Hij moet z'n hand hebben afgekapt! Natuurlijk bedoelt de Heiland: wend uw oog radicaal af van wat u tot zonde. zou verleiden.
En trek de hand radicaal terug als de neiging opkomt tot verkeerde handtastelijkheid. Verder zijn de genezingen door de Heiland tekenen, dat eens ook het lichaam zal worden bevrijd van de machten van ziekte en dood. In 1 Kor. 6 is ons lichaam een "tempel van de Heilige Geest genoemd". Daarom zullen we die rein bewaren. In vers 20 beveelt Paulus dan: "verheerlijkt God door uw lichaam". Natuurlijk ook door onze geest en ziel. Maar "door uw geest" is later toegevoegd. De Schrift acht het lichaam even belangrijk als de ziel.
In de brieven van de apostel Paulus vinden we dezelfde hoogachting van het lichaam.
In Rom. 6 zegt Paulus dat wij er van mogen uitgaan, dat we dood zijn voor de zonde en levend voor God door Jezus Christus. En dan vervolgt hij in vers 12: "Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam.
... stelt uw leden (oog, oor, hand enz.) niet langer als wapenen der ongerechtigheid in dienst van de zonde, maar in dienst van God." In 1Kor. 9 noemt Paulus de sport, ons ter lering. Wie aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles. De wedstrijdlopers doen dat om als prijs een vergankelijke krans te krijgen. Wij om een onvergankelijke te ontvangen. Zo, zegt Paulus, moeten wij ons lichaam in bedwang houden. Tuchtigen als het nodig is. Ik denk wel eens: als wij daartoe ons best deden, ons oefenden zoals sporters dat doen, zou het er dan met ons niet beter voorstaan dan het geval is? Tussen haakjes nog dit: In m'n jeugd vond men in gereformeerde kring de sport maar niks. Als tekst werd mij wel voorgehouden: lichamelijke oefening is tot weinig nut. Die tekst heeft het echter niet over sport, maar over ascese, kwelling van het lichaam.
Zoals in kloosters wel gebeurde. Gezonde sport is geen vloek, maar een zegen. Wat van beroepssport en topsport met gezegd kan worden.
Er zou veel meer te noemen zijn. Maar dit moge genoeg zijn om ons er aan te herinneren, dat we ook met ons lichaam God mogen verheerlijken. Zoals er staat in Rom. 12 : 1: "Ik vermaan u dan, brs. en zrs. . .. dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dat is eredienst, die naam waard." Dat is niet zo te verstaan, dat we ons lichaam moeten afsterven. Maar dat ons dankoffer daarin bestaat, dat we ons lichaam met al z'n leden, gaaf en rein, gezond en krachtig als het kan, in dienst van God stellen.
Ik moge dit deel besluiten met de bede: "De God van vrede, heilige u geheel en al en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept is getrouw.
Hij zal het ook doen". Als wij dan ook maar. doen wat God dóór ons wil doen.
In verband met het bovenstaande wil ik een andere 'kwestie aansnijden.
Namelijk het lichaam en de seksualiteit. In deze tijd zal dit vreemde woord wel niemand onbekend zijn. Eén van de heilig verklaarde kerkvaders heeft de begeerte van de vrouw tot de man en omgekeerd de eigenlijke zonde genoemd. En die verkeerde uitspraak van een "groot man" in de kerk heeft de eeuwen door een slechte invloed gehad. Zoals vaker gebeurt met uitspraken van "grote mannen". Tot op de huidige dag wordt in vrij brede kringen het lichaam en speciaal de seksualiteit een vieze zaak geacht. Vooral in zogenaamde zware kringen wordt zo gedacht. Dat behoort naar men meent en zegt, tot de "natuur". Enerzijds heeft dat tot gevolg, dat men er liever niet over spreekt, Er komt een zeker taboe op deze zaak. Men spreekt er liever niet over. Maar anderzijds gaat men op dit gebied z'n gang maar. Het betreft immers maar de "natuur"? Anders gezegd: dat is toch maar het vlees? Een vader, die een kind liet dopen, zei eens tegen mij (de ouders waren al op een leeftijd, dat ze geen kind meer verwachtten): dat is nu eenmaal het vlees! Eigenlijk behoorde het niet te gebeuren, maar het was nu eenmaal niet anders.
Deze opvatting leidt in vele kringen (ik heb het over vroeger) tot zogenaamde gedwongen huwelijken. Ten onrechte was dit eigenlijk de enige zonde, waarvan publiek belijdenis moest worden gedaan. Heel vroeger voor heel de gemeente. Later voor de kerkenraad. Vaak een schijnheilig gedoe. Want wat ik voor kort las als eens gebeurd op een kerke raad, was heel vaak het geval. Toen de predikant nogal zware termen gebruikte om het jonge paar te bestraffen zei een der ouderlingen: Broeder, het is nu wel genoeg. Het is ons allen vrijwel overkomen!
Met deze opvatting houdt ook verband, dat men het Hooglied "geestelijk" verklaarde, de bruid zou de gemeente zijn en de bruidegom Christus. Dat mocht niet een loflied zijn, een liefdeslied over de verhouding tussen man en vrouw. Wat het naar m'n stellige overtuiging wel is. Waarom eigenlijk niet? Het lichaam is toch een schepping van God? En de begeerte der geslachten toch van God gewild? Waarom mag in de H. Schrift geen heerlijk liefdeslied voorkomen? Het verschrikkelijke misbruik en de schandelijke verwording van de gave van God pleit daar niet tegen. Wel zullen we ons voor die verwording en verwildering moeten wachten, dat de geslachtelijke gemeenschap aan het huwelijk is voorbehouden is duidelijk. Dat hoererij één van de hoofdzonden is blijkt uit veel plaatsen in de Schrift. Dat de strijd tegen de zonde op dit gebied zwaar kan zijn is waar. Maar het is niet onmogelijk in deze strijd te overwinnen., De Geest is sterker dan het vlees. Dat mogen vooral onze jonge mensen temidden van veel geroep om vrijheid bedenken. Nog is waar wat Paulus schrijft in 1 Cor. 6: "Het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor de Here ... Uw lichamen zijn leden van Christus ... Door hoererij bezondigt men zich aan eigen lichaam, tempel van de Heilige Geest.. verheerlijkt dan God met uw lichaam." Tenslotte nog dit: Het lichaam is niet bestemd voor het verderf, maar voor de heerlijkheid, We belijden terecht met de 12 art.: "Ik geloof de wederopstanding van het lichaam". Gelijk Christus opgewekt is met een werkelijk lichaam, verheerlijkt en glorieus. Zo zullen ook onze lichamen opgewekt worden in heerlijkheid. De aftakeling zoals we die bij veel bejaarden zien is een afgrijselijke zaak. Er zijn vrij wat mensen die daarom maar nooit of alleen in uiterste noodzaak in een verpleeghuis iemand komen bezoeken. Wat een machtige troost, dat we mogen uitzien naar een vernieuwde schepping. De wederopstanding van het lichaam was de Grieken een dwaasheid. Maar voor gelovigen een machtige troost. Een blij vooruitzicht. Paulus schrijft er in 1Kor.15 dit van: "Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid en opgewekt in kracht; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid, Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid en een Geestelijk lichaam opgewekt". "Natuurlijk" betekent hier: nog aan de dood onderworpen.
Geestelijk is: geheel door de H. Geest beheerst; Nooit meer bedreigd door de zonde. Stralend in eeuwige glans. Onvoorstelbaar verrukkelijk. Reeds nu is daar iets van te zien, als we vergelijken het wrak van een verslaafde met het lichaam van iemand, die het door Gods genade rein heeft bewaard.