Amen, Heer Jezus, kom haastig

1979-10-19
  • Jaargang 23
  • nummer 39
Het is precies 25 jaar geleden dat van Okke Jager de dichtbundel uitkwam: "Wordenals een kind." De dichter, toen 26 jaar, wat in die tijd erg jong was om een dichtbundel uitgegeven te krijgen, genoot op slag een grote bekendheid. Binnen 3 jaar was de 20ste druk van de pers.
Uit die bundel heeft, naar ik dacht, het gedicht "Kom haastig" wel de meeste aandacht getrokken.

Kom haastig

"Kom haastig, Jezus!" bidt de predikant.
"Ja, Amen" zegt de boer, "wil spoedig komen!
Maar na de oogst, want van mijn nieuw stuk land
Heb ik nog nooit de opbrengst waargenomen."

"Ja, Amen" zegt Mevrouw, "maar mag ik voor
De bontjas die ik gisteren zag hangen
Eerst sparen en hem aandoen, als het Koor
Een avond geeft in Christ'lijke Belangen"?

"Ja, Amen" zegt het kind, "maar nu nog niet,
Ik moet nog met vacantie naar de bossen
Maar ik zal zwaaien, zodat U het ziet Als
U ons onder schooltijd komt verlossen."
"Kom haastig, Jezus!" bidt de predikant.

"Maar mag ik eerst die nieuwe lezing lezen,
Die ik gemaakt heb voor het Jeugdverband over
"Gij zult het pas verstaan na dezen"?"
De beden komen in de hemel aan.

De cherubijnen zwijgen, die ze brachten.
En Jezus vraagt: "Kan Ik vandaag al gaan?"
Zijn Vader zucht: “Ge moet nog even wachten."

Het is een gedicht dat weinig verklaring nodig heeft. Elk gelovig mens kent deze tweestrijd. In een periode dat je net met iets bezig bent waar je veel van verwacht, als je heel verlangend uitziet naar een blij gebeuren, mag het best nog even duren vóór de bazuinen klinken, aan de hemel, links en rechts.
De dichter Guillaume van der Graft heeft dat, op zijn manier ook verwoord.

Jeruzalem

Ofschoon' k verlang zoals betaamt
naar 't hemelse Jeruzalem,
is er in mij een tweede stem
die zegt, baloorig, onbeschaamd:
Liever dan transparant kristal
de grauwe zee en aan de wal
liever een huis, verweerd en smal
en oud, dan straten van fijn goud
in 't hemels Jeruzalem.
Wie zegt, dat dáár een engel woont
die haar beminde trekken toont,
haar oogopslag heeft en haar stem?

De beginregel is al typerend voor deze woordkunstenaar. "Ofschoon 'k verlang zoals betaamt". Verlangen is een spontane reaktie. Dus kun je dat nooit omdat het hoort. Maar de dichter zegt het met opzet zo, om het door de ironie die er uit klinkt, des te sterker te typeren. Want het is dan toch maar waar dat het uitgesproken verlangen lang niet altijd wordt gedragen door een oprecht verlangen.
De dichter is heel gelukkig met z'n vrouwen daarvoor wil hij niets ruilen.
Liever een armoedig huis, dan te wonen in een straat van goud.
Liever wat vervuild zeewater dan de kristalheldere zee, als hij daarvoor de liefste moet missen.
Nietwaar, wie geeft hem de garantie dat daar een engel woont, die haar beminde trekken toont, haar oogopslag heeft en haar stem, in 't hemelse Jeruzalem?
't Is uitermate oprecht en, dat moet ik opmerken, prachtig gezegd.
En toch ...
Om nog een gedicht aan te halen dat over deze tweestrijd gaat, het volgende:

Maar morgen?

Als nu de Heer eens kwam,
Hij zou me op de uitkijk vinden
met de hand der verwachting
boven de ogen van m'n geloof,
met een welkom op de lippen,
een ziel als een open baai.
Hij zou zo kunnen plaatsnemen
aan het hoofd van de tafel,
de zegen spreken en het brood
en de wijn aan Zijn bruid reiken ...
ja, nu,
maar morgen in de tram?

Bij Hans Bouman, de maker van dit gedicht, is er de twijfel aan de voortduur van zijn oprechte verlangen. Zeker, toen hij het de Heer zei meende hij het. Helemaal. Maar toch, zal het morgen, als hij aan 't werk gaat nog zo zijn?
En toch ...
Als je nu eens niet let op jezelf, op je geluk of je verwachtingen, maar op het ontstellend verdriet in deze wereld. Het verdriet om je heen en het leed ver weg. Dan kan het toch niet anders of je bidt oprecht om de Verlosser.


Willem de Mérode deed het al, vóór Dachau, als volgt:

Veni Creator

Verlosser kom! de wereld wacht!
Die struikelen en dolen,
Heel dit wanhopige geslacht
Heeft zich aan U bevolen.
Blinden gaan tastend naar U uit,
En luistren scherp op elk geluid.
De doove speurt alom
Of hij U ziet genaken!
Heer,
Doe de heemlen flakkeren en blaken!
Kom!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief