Pastorale notities

1979-10-19
  • Jaargang 23
  • nummer 39
Nu moet ik opnieuw een preek maken over Zondag 1. De hoeveelste wordt het? Misschien wel de twintigste. Er is iemand die me vraagt: “Is dat niet moeilijk, om steeds maar weer preken te maken over die catechismus? Kun je niet een oud paardje van stal halen en dat nog eens laten opdraven? “ Maar in mijn geval gaat het niet. Mijn preken van de eerste vier jaar nam ik in een kistje mee naar Borneo. De inboedel was echter zó lang onderweg, dat bij aankomst de vier jaargangen preken uit Waardhuizen opgevreten bleken te zijn door honderden witte maden. Die althans hebben er veel aan gehad, dacht ik. Sindsdien heb ik niet de gewoonte om mijn preken te bewaren. Er liggen maar een stuk of honderd in een laatje, en daar zijn nauwelijks catechismuspreken bij. Ik kan ze dus ook niet doen uitgeven. Vroeger werd dat nogal eens gedaan. Soms “Met Portret”. Die preken over de catechismus heetten dan “leerredenen” en om dat woord was het mij nu eigenlijk te doen. Welke gemeente in onze tijd zou nog naar een leerrede willen luisteren? Men verzint van alles en nog wat om de tweede dienst op de zondag aantrekkelijker te maken. Er zijn werkgroepen die de preek voorbereiden, er is gelegenheid tot het stellen van vragen of discussie en nog andere attrakties. Het helpt niet. De mensen willen wel een opwekkend woord, een stimulerend lied of een nieuwe gedachte, maar geen betoog dat wat dieper graaft dan een vlotte “info”. En zeker geen “onderwijzing in de Christelijke leer”. We hadden vroeger een bedezang voor de predikatie. Dan zong daarin de gemeente dat zij bereid was om uit des dienaars mond te horen uit het heilverbond en zij bad met dat lied om gegrond te mogen worden op de leer. Je hebt ze nog wel, de gemeenten die een leerrede verwerken kunnen, maar ze worden zeldzaam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief