Een verwereldlijkte kerk

1979-10-26
  • Jaargang 23
  • nummer 40
In dit artikel zou ik meer aandacht besteden aan de verwereldlijking van de kerk naar rechts. Ik weet niet welke vorm van verwereldlijking de kerk méér bedreigt: die van links, waar ik de vorige keer over schreef, of die van rechts, waar ik nu breder op in wil gaan. Zeker, is wel dat de laatste - de verwereldlijking naar rechts - veel meer op kousevoeten de kerk is binnengesloten en daar rampzalige gevolgen heeft gehad.
Deze verwereldlijking naar rechts is ook wel aangeduid met "verburgerlijking".
Op zichzelf vind ik dit een dubbelzinnig woord. Tenslotte wij zijn allemaal "burgers" van Nederland.
Dat geldt voor ons allen en is geen schande.
Ook het feit dat wij zoals ik in het vorige artikel schreef bijna allen tot een bepaalde burgerstand behoren nl. de middenstand, is geen schande. Bovendien kan er in de term "verburgerlijking" en de manier waarop die vaak wordt gehanteerd wel eens een marxistische ideologie meespelen, waarin de samenleving wordt opgedeeld in elkaar bestrijdende "standen".
Wie eenmaal de geschiedenisbeschouwing van de marxisten heeft overgenomen nl. dat de geschiedenis een voortgaande strijd vormt tussen de bezittende en niet-bezittende klasse en dàn waarneemt dat de bezittende klasse - de klasse van de burgers - voornamelijk uit "kerk" -mensen bestaat, die moet wel' een agressie opbouwen tegen de Kerk als een verburgerlijkte Kerk, waar de proletariërs zo gauw mogelijk mee moeten afrekenen: Ik zou tegenover déze marxistische kritiek twee dingen willen stellen: 1. het conflictmodel of het strijdmodel wat zij hanteren komt uit troebele bron.
Het is in strijd met wat wij lezen in Efeze 2 : 15 over de éne mens, die wij - of we nu arbeiders zijn, of middenstanders, of intellectuelen - in Christus zijn.
2. Het kon ook wel 'eens een bijzondere positieve bemoeienis van God zijn dat in onze Westeuropese landen juist de "burgers" voor een groot deel de Kerk en het evangelie trouw bleven. Omdat deze stand de wet uitmaakt heeft daardoor het christelijk geloof grote invloed uitgeoefend in het publieke leven.
Dit in tegenstelling tot bijv. Rusland, waar je het mogelijk bestaan van christelijke scholen, vrije meningsuiting, vrije pers, vrije democratische rechten, zorg voor de zwakken en zieken enz. wel kan vergeten. (Al komen deze rechten niet alleen op rekening van christenen.) Toch ben ik van mening dat het woord "verburgerlijking" niet alleen als scheldwoord van marxisten moet worden beluisterd. Iemand kan met het woord "verburgerlijking" ook heel goed een stuk bezorgdheid ten aanzien van de Kerken en juist ook "onze" Kerken tot uitdrukking brengen, die heus niet uit de lucht gegrepen is en die ook niet uit de koker van "andere" ideologieën afkomstig is.
Deze bezorgdheid rust op het feit dat wij ons onvoldoende ervan bewust zijn hoe diep het feit dat onze Kerken uit een bepaald soort mensen bestaan onze christelijke en kerkelijke strijd zijn gaan bepalen en - ik schroom hier niet voor het woord - zijn gaan vergiftigen.
Iedere "burgerstand" heeft een bepaalde sfeer en een bepaalde stijl.
Arbeiders kleden zich anders dan middenstanders, hebben een andere humor, stellen andere prioriteiten in wat zij fijn vinden of belangrijk, hebben een ander woordgebruik, zien andere gevaren en hebben andere (on)zekerheden. Dat geldt precies zo ook voor de groep van de "hogere stand" (jonkheer zus en zo en de president-directeur van ... ) en voor de intellectuelen.
Dit alles hoort bij de veelkleurigheid van onze menselijke samenleving.
Het wordt pas gevaarlijk wanneer het christendom met één stand vereenzelvigd wordt. Dan wordt de kleding, smaak en stijl, de zekerheden en de gevaren, de prioriteiten en de mentaliteit van die éne stand als typisch christelijk verdedigd en doordringen zij de geur die de Kerk verspreidt.
In een al in 1958 verschenen boekje van Tom Allan met de titel "Er is werk aan de Kerk" (uitgeverij Kok, Kampen) wordt op blz. 44 een beschrijving gegeven van de sfeer en mentaliteit van de middengroep in de samenleving. Ik citeer: "Het voornaamste wat de bourgeois (d.i, de burger van de middengroep, W.G.R.) van het leven verwacht is vastheid en zekerheid; hij is de gezworen vijand van elke verandering, die enige risico met zich meebrengt; hij is een man met een solide bankrekening en een levensverzekeringspolis. Zijn streven is gericht op het doen voortbestaan van de bestaande maatschappijvorm, die voor hem door het enkele feit van haar bestaan iets heiligs heeft gekregen. Hij heeft een levendige belangstelling voor religie in zover deze hem kan helpen in zijn streven naar achtenswaardigheid.
Hij is bereid naar het Evangelie te luisteren, zolang hij in zijn boodschap een zeden-vormende kracht kan ontdekken ... " Einde citaat.
Deze typering van de burger van de middenstand komt niet uit Holland.
Tom Allen is een Schot en hij neemt deze beschrijving van de "middenstands-burger" over uit een frans rapport. Toch is deze typering treffend voor Nederland.
Er zijn nog verdere kenmerken aan toe te voegen: het is juist bij deze groep dat het besef van geschiedenis ontbreekt. Alles is er bevroren: de dynamiek van de geschiedenis ontbreekt. Het besef "onderweg" te zijn naar een toekomst, die anders is dan wat wij nu rondom ons waarnemen, is afwezig. De horizont is er erg eng.
De "buitenstaander" doet nooit iets goed. Zelfs in Oostenrijk moeten wij een Hollandse pot: boerenkool met worst. "Law and order" zijn basisregels. Zo hoort het nu eenmaal. Wat zullen de mensen er van zeggen ... (enz.).
Het is duidelijk dat deze mentaliteit tot uitdrukking komt in de manier van kleden (waarom toch dat eeuwige colbertje en stropdas ... ) in het stemgedrag (de V.V.D. komt er bij ons altijd merkwaardig goed af) en ... en daar wil ik nu verder nog iets van zeggen. . . in de manier waarop wij Kerk zijn. Het is onvermijdelijk dat mijn opvoeding en "stand" mijn christen-zijn beïnvloeden.
Bijv. in de manier waarop ik de dagelijkse devoties met mijn gezin vorm geef, de vaste normen van de zondagse diensten en de liturgie, de formulieren en de "Levensstijl" etc. Alleen: het wordt gevaarlijk als ik mijn "middenstandsstijl" vereenzelvig met het echt christelijke. Dit nu is het wat in onze Kerken gebeurd is en nog gebeurt.
Dat noem ik de verwereldlijking naar rechts.
Opnieuw geeft ik hier een citaat uit het boek van Tom Allan. Een onverdacht getuige omdat zijn analyses gebaseerd zijn op de Schotsfranse situatie van de kerk en hij onze kerken niet kent. Hij geeft na bovengenoemde typeringen een schets van de kenmerken, die bij dit type kerken het meest naar voren springen: ik citeer.
"Het zijn deze: Een besloten gemeenschapsleven; de deuren openen zich voor de "buitenstaander" (wat een burgerlijk woord) slechts, indien en wanneer hij zich bereid getoond heeft om zonder kritiek de gehele code van aangenomen regels te aanvaarden, ook al zouden de bijbelse fundering en zelfs het christelijk karakter van deze regels twijfelachtig zijn. Men moet zich onderwerpen aan een lang en moeilijk proces van aanpassing voor het mogelijk is werkelijk tot een Kerk te "behoren". Er is 'n voortdurend pogen van de zijde der Kerk om haar "achtenswaardigheid" te bewijzen ... Een vurig verlangen om zichzelf te handhaven: hervormingen worden gemakkelijk gedoodverfd als "revoluties"... In zichzelf gekeerd-zijn en vrees voor anderen.
Sentimentele filantropie.
Veel activiteiten worden alleen gerechtvaardigd door het feit dat zij traditioneel zijn. Zelfvoldaanheid.
Het verlangen zichzelf te handhaven."
Einde citaat.
Iedereen zal hierin wel dingen herkennen uit ons eigen kerkelijk leven.
Vooral de nadruk op orde!
Hoe vaak heb ik niet te pas en te onpas 1 Cor. 14 : 40 horen citeren: "laat alles onder u betamelijk en in goede orde geschieden", alsof dàt de goddelijke stelregel is waarnaar het kerkelijk leven zich moet richten. Het is zelfs tot een hoofdregel voor een kerkenordening geworden.
Paulus zou zich in zijn graf om": draaien als hij hoorde hoe van heel zijn bruisend hoofdstuk over de kerkdienst waarin IEDER lid van de gemeente zijn bijdrage moest leveren (vs. 26: als gij samenkomt, dan heeft toch zeker ieder iets ... !) deze ene bij-opmerking aan het slot werd opgevolgd.
Het voorlaatste vers hoor je nooit 1 Cor. 14: 39 en dat is Paulus' eigenlijke conclusie: "Zo dan mijn broeders streeft er naar te profeteren en belemmert het -spreken in tongen niet."
Daar wordt met het oog op de Corintische situatie dan nog vs. 40 als "kleine lettertjes" toegevoegd.
Trouwens wat die zo veel geprezen orde betreft: Jezus zelf had daar wel een andere mening over: lees Lucas 11 : 25, Matth. 12 : 44.
Maar erger nog dan de onder ons gebruikelijke kerkeraads-achtige strubbelingen over formulieren, liedboeken, liturgieën, oude en nieuwe vertalingen en oude en nieuwe berijmingen etc. is de op de achtergrond heersende mentaliteit die diepgaand onze geloofsbeleving heeft aangetast. Het gaat niet te ver als ik hier spreek van een verwereldlijking naar rechts, die minstens zo rampzalig is en is geweest als de verwereldlijking naar links. Nergens scherper heb ik dit gelezen dan op blz. 46 van het bovengenoemde boek van Tom Allen, met welk citaat ik dit artikel afsluit: "De verwereldlijking van de kerk heeft niet alleen een vorm van cultuur in het leven geroepen, die haar van de massa van het volk gescheiden houdt. Zij is uitgelopen op een verschijnsel, dat nog veel meer verbijsterd is. Zij is er in geslaagd de boodschap van het Nieuwe Testament zozeer in overeenstemming te brengen met haar eigen normen, dat het Evangelie, dat door de kerk verkondigd wordt, tegenover de concurrerende ideologieën, die heden naar het vertrouwen der mensen dingen, niet als een ernstig alternatief wordt beschouwd.
Met andere woorden: de kerk is van de arbeidersklasse gescheiden door haar onderworpenheid aan een bourgeoiscultuur, en zij is van de intellectuelen gescheiden door haar in het ooglopende oneerlijkheid. De revolutionaire ethiek van Jezus heeft zij veranderd in een van strijd afkerige, voorzichtige mentaliteit. De dwingende eisen van het geloof heeft zij verwaterd, zodat zij geen schok meer teweegbrengen en de mensen niet meer doen schrikken. De ergernis van het kruis heeft zij teruggebracht tot een leerstuk. En zij heeft het leven des geloofs zo effectief losgemaakt van het harde, brutale leven der wereld, - of door haar piëtisme, of door haar vrijzinnig humanisme -, dat haar uitspraken over de wezenlijke vragen van het menselijk leven niet langer ernstig worden opgevat, zelfs niet door de meerderheid van haar eigen leden."

P.S. Voor wie over dit onderwerp verder lezen wil raad ik aan: Francis A. Schaeffer: De Kerk aan het eind van de 20e eeuw, hfst. 4: Vorm en vrijheid in de Kerk; hfst. 8: Revolutionair christen-zijn. Uitgave Buijten en Schipperheijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief