De open wond van de jaren zestig
2012-03-03
In een column in De Reformatie stelde de vrijgemaakte hoogleraar Ad de Bruijne dat Nederlands-gereformeerden uit hun slachtofferrol moeten komen als het gaat om het kerkconflict rond 1967. Ook NGK’ers moeten – net als GKv’ers – hun fouten erkennen, stelt De Bruijne. In een dubbelinterview voor Opbouw en De Reformatie gaat hij in gesprek met NGK-moderamenvoorzitter Ad de Boer.- Jaargang 56
- nummer 5
De gereformeerd-vrijgemaakte kerk van Rotterdam Centrum aan de Simonstraat vormt een contrast met de omgeving. Het gebouw ligt verscholen ingeklemd tussen de hoge torens die het centrum van Rotterdam kenmerken.
Het contrast van de jarenvijftigkerk met de grootstedelijke omgeving is zo groot dat architect Maaskant – die twee van de naastgelegen moderne gebouwen ontwierp – het volgens sommigen ‘dorpse’ kerkje eens ‘een uiting van cultuurpessimisme’ noemde.
De gemeente die er al tientallen jaren elke zondag samenkomt, vormt wellicht fysiek, maar in elk geval geestelijk een tegencultuur in haar omgeving. In dit contrasterende decor vindt een debat plaats tussen Ad de Boer (1946) en Ad de Bruijne (1959) over de kerkstrijd uit de jaren zestig die leidde tot het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Die geschiedenis blijkt anno 2012 nog actueel. Aanleiding voor het gesprek is een recente column van De Bruijne in De Reformatie, die bij Ad de Boer slecht viel.
Als locatie werd de Simonstraat gekozen.
De heren hebben er een deel van hun geschiedenis liggen. Ad de Bruijne was er van 1991 tot 1997 gemeentepredikant.
‘Mijn hele nadenken over kerk in de samenleving – waar ik nog steeds mee bezig ben – en het besef dat we als christenen in een minderheidspositie zitten, is hier geboren. Ook ethische zaken die nu overal aan de orde zijn, waren destijds al in de stadsgemeentes aan de orde.’ Ad de Boer was er van 1969 tot 1972 gemeentelid. Pas na verhuizing naar de Veluwe – ruim na de breuk dus – werden hij en zijn vrouw Nederlands-gereformeerd.
‘De laatste keer dat ik in dit gebouw was, was in maart 1973 tijdens de Algemene Vergadering van het GPV. Ik werd toen samen met mijn kiesvereniging in Voorthuizen uit de partij gezet, omdat ik Nederlandsgereformeerd was geworden. Dat vond ik heel erg. Ik heb toen gezegd: “Ik denk politiek gezien nog precies hetzelfde als een halfjaar geleden toen ik in Rotterdam woonde.” Maar ja, die woorden waaiden weg. Halverwege de avond stonden we dus buiten.’
De toon lijkt gezet. Toch zitten hier geen mannen die van plan lijken nu eens scherp de degens te kruisen. Er valt regelmatig een grap. Ze zijn het doorgaans met elkaar eens. De sfeer is mild en ontspannen. Gezamenlijk kwamen ze tot het plan om voor Opbouw en De Reformatie met elkaar in gesprek te gaan.
Waarom is dit interview gearrangeerd?
De Boer: ‘Omdat zijn column mij in het verkeerde keelgat schoot. Ik had echt iets van: dit kan niet waar zijn! Bij zijn zin “NGK’ers moeten uit hun slachtofferrol komen” dacht ik: hoezo?
Volgens mij zijn we nooit in die rol gekropen.
Als NGK hebben we ons nooit zo opgesteld naar de vrijgemaakte kerk. We hebben nooit dingen gezegd als: eerst excuses en dan pas samenwerken.
En ook lokaal kom ik dat vrijwel niet tegen. Die slachtofferrol herken ik dus niet. Ook schreef Ad dat de vrijgemaakten schuld hebben erkend.
Ik dacht: dé vrijgemaakten? Individueel wel – mensen als Douma en Te Velde en enkele plaatselijke gemeentes – maar verder behoorlijk beperkt.
En ten derde: de NGK oproepen om schuld te erkennen is absoluut een item. Daar heb ik in eigen kring herhaaldelijk voor gepleit. Maar hallo, dat hoeven jullie niet tegen ons te zeggen.
Mijn primaire reactie was om er in de krant tegenin te schrijven. Maar dat wordt gauw een jij-bak en je wekt dan zomaar de indruk dat je toch in een slachtofferrol zit. Een van de grote problemen in de jaren zestig was dat mensen óver elkaar schreven en elkaar te weinig opzochten. Ik heb Ad toen gebeld en we wilden daar door dit interview een publiek vervolg aan geven.’
Welk belang heeft u hierbij?
De Bruijne: ‘Als mijn column tot verwijdering of vertroebeling van de kerkelijke of persoonlijke verhoudingen leidt, dan wil ik dat wegnemen. Mijn belang is dat ik mijn column wil toelichten en wil nuanceren. Ad vertelde me dat hij in 2008 op de vrijgemaakte synode van Zwolle al uit eigen beweging een toespraak heeft gehouden waarin hij Nederlands-gereformeerde fouten uit het verleden toegeeft. Dat is een duidelijk voorbeeld van iets wat ik in mijn column voor ogen had en wat precies is wat ik dacht te missen. Ik moet nu zeggen: niet alle Nederlandsgereformeerden hebben geen schuld beleden.’
Waarom schreef u zo’n pittige column?
De Bruijne: ‘Ik heb het volstrekt niet zo zwaarwegend bedoeld en ook niet verwacht dat het zo opgevat zou worden.
Voor De Reformatie schrijf ik columns die moeten prikkelen. Ik hoorde onlangs van een plaatselijke samenspreking dat vrijgemaakten excuses aanboden over het verleden en NGK’ers dat incasseerden en onderstreepten dat het inderdaad pijn gedaan had. Toen dacht ik: dat vind ik wat eenzijdig; laat ik dat eens opschrijven.
Ik had dat dus net wat genuanceerder moeten doen. Dat is het risico van zo’n kleine column, met het lichte karakter dat die heeft. Ik dacht: ik roer eens in dat potje, ik geef eens een prik.
Dat ik schrijf dat ze uit hun slachtofferrol moeten komen, is minder luchtig opgevat dan ik het bedoelde. Want er zijn echte slachtoffers uit die tijd. Ik zie achteraf dat er een risico zat in die opmerking.’
Had u verwacht dat er zo veel kritiek op zou komen?
De Bruijne: ‘Er kwam niet alleen kritiek op. Zowel uit eigen kring als uit NGK-kring kreeg ik heel veel reacties van mensen die vonden dat er wel iets in zat. Dus kennelijk heb ik ook een herkenbaar beeld beschreven.’
Kunt u zich voorstellen dat uw column Ad de Boer en andere NGK’ers in het verkeerde keelgat schoot?
De Bruijne: ‘Ja, zolang je de column minder licht opvat dan ik ‘m bedoelde.
Dan is het een pijnlijk iets. Dan krijg je de zwarte piet alsnog toegespeeld en krijg je het verwijt: jullie hebben helemaal geen schuld beleden. Dat heb ik echt niet zo bedoeld.’
Is het niet wat naïef om over zo’n pijnlijke geschiedenis een lichte column te schrijven?
De Bruijne: ‘Tja, ik weet het niet. Ik vind dat het wel wat steviger mag onder christenen. Niet hard, maar wel: rechtstreeks en eerlijk. Ik vind het zelf niet naïef omdat ik zo vaker schrijf.
Nogmaals: ik had het woord “slachtofferrol” beter niet kunnen gebruiken als ik had geweten hoe het zou worden opgevat.’
Ad de Boer, wat vindt u van de uitleg van De Bruijne?
De Boer: ‘Die waardeer ik, maar een “lichte column” werkt gewoon niet bij een open wond ...'
De Bruijne: ‘Da’s waar. Dat klopt, ja.’ De Boer: ‘En je praat hier over iets wat voor een deel van de kerkleden een open zenuw is. Het “lichte” karakter van je column staat daarmee op gespannen voet. Vooral als het dan ook met een grote kop erboven door het ND wordt overgenomen. Ik heb onmiddellijk mensen, echte slachtoffers, uit onze kerken op het netvlies en denk dan: ach nee, die lezen dat ook.
Wat moet dat hun wel niet doen?’
Maar hebben NGK’ers geen boter op hun hoofd zoals De Bruijne schrijft?
De Boer: ‘Zeker wel. Vier jaar geleden recenseerde ik in Opbouw het boek Vrijgemaakte vreemdelingen, waarin de vrijgemaakte hoogleraar Te Velde schuld erkent voor zijn aandeel in de breuk en de houding daarna. In die recensie vroeg ik de NGK om ook eens kritisch naar onze eigen rol in de jaren zestig te kijken. Ik heb daar nul reactie op gehad. Dat gaf mij een extra drive om daarna op de vrijgemaakte synode in 2008 namens de NGK schuld te erkennen voor de trage manier waarop de later buitenverband geraakte kerken in het zuiden destijds afstand namen van de opvattingen van dominee Telder.
En ja, dominee Vonk en dominee Visee aan onze kant waren ook geen soepele mannetjes. Dat waren ook scherpslijpers in de kerkelijke pers en soms ook in hun preken. En dominee Telder toonde ook weinig inschikkelijkheid.
En bij het blad Contact – dat al vanaf 1950 tegen de vrijgemaakte hoofdstroom inschreef – was de pen toch regelmatig in azijn gedoopt. Dat soort reacties hoor ik binnenskamers ook in Nederlands-gereformeerde kring. Dus aan, zeg maar, de NGKkant van het front in de kerkstrijd waren er zeker mensen met boter op het hoofd als het gaat om houding en stijl. En als ik Paulus lees en naar Jezus luister, zijn houding en stijl bij een conflict misschien nog wel belangrijker dan de inhoud. Bij een aantal dominerende dominees – zoals Vonk en Visee – heeft dat lang niet altijd gedeugd.
Dat geldt ook voor de Open Brief. Die is geschreven zonder veel begrip dat bepaalde gebruikte woorden wel haast verkeerd moesten vallen.
Dat gebeurde vervolgens ook.’
De Bruijne: ‘Al was mijn column niet zwaar maar licht bedoeld, hij was wel serieus gemeend. Maar de voorbeelden die Ad noemt, zijn precies die dingen waar ik op doelde. Ik waardeer erg dat Ad daar enkele jaren geleden het voortouw in heeft genomen.’
Maar dat wist u niet toen u uw column schreef?
De Bruijne: ‘Toen Ad het vertelde, merkte ik dat ik er een vage herinnering aan had, maar de exacte inhoud was naar de achtergrond geraakt. ‘
De Boer: ‘Ach ja, kan gebeuren. We zijn tenslotte mensen.’
De Bruijne: ‘Jouw toespraak op onze synode is niet of nauwelijks in de pers opgepikt. In de Acta van die synode staat alleen dat “verschillende synodeleden zich positief geraakt weten door de toespraak van Ad de Boer”. Maar waarin en waarom en wat ze er verder mee deden staat er niet bij.’
Schulderkenning
Moet er over en weer schulderkenning plaatsvinden?
De Boer: ‘De NGK heeft die claim nooit op tafel gelegd en zal dat ook niet doen. Er zijn ook veel mensen die echt beroerd worden van weer zo’n stuk in de krant. Die zijn een dag van slag en zeggen: alsjeblieft geen waarheids- en verzoeningscommissie. Dat haalt de wonden weer open. Tegelijkertijd: er zijn ook echte slachtoffers voor wie het zegenrijk zou zijn als er meer gebeurde dan tot nog toe gebeurd is. In de kerk zijn predikanten geschorst en kerken eruit gezet door synode- en kerkenraadsbesluiten. Er is in naam van de Here onrecht bedreven.
Nogmaals, ik wil geen claim neerleggen, maar ik zou het genezend vinden als er van een aantal situaties gezegd zou worden: dat is niet goed geweest.’
Kunt u concrete situaties noemen?
De Boer: ‘Het synodebesluit van 1967: het oordeel over de Open Brief. Dat heeft in tal van plaatsen tot buitenverbandzettingen en schorsingen geleid.
Plus een aantal besluiten die de synode in Hoogeveen in 1969 heeft genomen, inclusief het accorderen van het buiten verband zetten van kerken. Maar van de betrokkenen van toen, zowel aan de dader- als aan de slachtofferkant, zijn de meesten al gestorven. Ik zou het geweldig vinden als de mensen van toen, die nog leven, daar iets genezends over zeiden. Maar dat kun je niet afdwingen.
Ik zou het ook zegenrijk vinden als er op synodeniveau door de vrijgemaakte kerken zo’n uitspraak zou worden gedaan. Nogmaals, dat is geen voorwaarde om samen verder te kunnen. Maar het zou genezend zijn voor de slachtoffers als dat gebeurde. Of voor hun weduwen en kinderen. En heling en verzoening is toch de corebusiness van de kerk?’
De Bruijne: ‘Het is heel lastig om met de wijsheid van nu, terugkijkend, te zeggen: dat hadden ze toen anders moeten doen. Dat vind ik van sommige punten wel, maar voor de mensen toen was het geen kwestie van onrecht, maar een zich houden aan bestaande principes.’
De Boer: ‘Tenzij de rechtsopvolgers – schoolbesturen, synodes – zeggen: we spreken niet namens de mensen van toen, maar als huidige verantwoordelijken zeggen we: dat is niet goed gedaan.
Zo heeft de hoofdredactie van het ND het recent gedaan. En volgens mij is het dan in heel veel opzichten ook schluss.
Ik zeg er onmiddellijk bij: als dit tot verwijdering tussen onze kerken zou leiden, dan moeten we het niet doen.
Ik besef ook het kwetsbare van wat ik zeg, omdat er veel NGK’ers zijn die zeggen: stop er alsjeblieft mee.’
De Bruijne: ‘De voorwaarde om samen verder te kunnen is niet dat je het eens moet zijn over het verleden.
Wel zijn mensen die destijds in een gemeente persoonlijk in conflict met elkaar stonden, geroepen om met elkaar in gesprek te gaan en dingen uit te praten, als ze samen verder willen. En dat is in veel plaatsen ook al gebeurd. Maar ik ben tegen voortijdige historische oordelen. Het verleden moet goed worden onderzocht voordat je een oordeel velt. Maar als je me vraagt hoe ik er zelf in sta … Ik denk dat het enkele feit dat mensen de Open Brief hebben ondertekend of zich niet van de Open Brief wilden distantiëren, geen aanleiding mocht vormen om hen af te wijzen of zelfs te schorsen. En ik denk ook dat je zelfs in uitzonderlijke omstandigheden moet blijven binnen de afgesproken kerkelijke bezwaarprocedures, zelfs als de ander dat volgens jou niet doet. In dat licht beoordeel ik bepaalde scheuren in plaatselijke gemeenten (bijvoorbeeld in Noord-Holland) als minstens voortijdig. Ik vind dat je dat goed moet onderzoeken, maar zoals ik het nu zie zeg ik: er is reden voor dat een synode zegt: “dat was toen niet goed”. Als onderzoek zulke indrukken bevestigt, is het ook goed om dat als kerken te doen.’
De Boer: ‘Eens. Voor goedkope schulderkenningen, die meer postmodern zijn ingestoken dan vanuit diepe verootmoediging, koop je niets. Waarheidsvinding, de stukken erbij, wat is er nou gebeurd, wat is er nou geschreven … Dat lijkt me erg goed dat dat gebeurt, in rust en stilte voorlopig. Maar een waarheids- en verzoeningscommissie als een soort sanhedrin met historici en journalisten waarvoor mensen hun verhaal moeten doen? Gaat dat werken? Weer elke keer verhalen in de krant. Dan houd je de wonden erg open.’
De Bruijne: ‘Ik vind wel dat je de feiten uit het verleden moet verifiëren voordat je een formeel oordeel geeft.
Maar net als Ad zou ik een commissie met zo’n karakter ook te kwetsbaar vinden.’
Wat heeft u wel voor ogen?
De Bruijne: ‘Een eerlijk onderzoek door deskundige mensen, zoals historici, journalisten, jongere generaties uit beide kerken. Mensen uit mijn generatie of jonger: die wel weten waar het over gaat, maar destijds geen keuzes hebben gemaakt.’
Lees op de websites het volledige interview: Ad de Boer en Ad de Bruijne gaan daarin onder meer in op de relevantie van dit debat voor jongere generaties en de rol van de belijdenisgeschriften. Zie: www.opbouwonline.nl (www-artikel 15105) en www.dereformatie.nl.
Sjoerd Wielenga (1980) is freelance journalist. In de kerk aan de Simonstraat liggen zijn wortels: zijn ouders en grootouders waren er actieve gemeenteleden.