Over het sabbatsjaar - een structuur-studietje
1980-06-06
Iedereen weet dat 't tegenwoordig onder de christenen vaak gaat over structuren. Het evangelie, zo hoor Je zeggen, mag niet beperkt worden tot een persoonlijke boodschap van heil en bekering, maar het gaat ook als een zuurdesem de maatschappij in. En tast in de maatschappij de structuren aan. Die structuren zijn niet uit zichzelf christelijk. Het evangelie moet ze dus omvormen. Vanuit het evangelie moet dus structuurkritiek worden geoefend.- Jaargang 24
- nummer 23
Laten we een voorbeeld nemen. In de vorige eeuw werd vanuit de kerk sterk aangedrongen op liefdadigheid. En dat was nu wel mooi maar het was dweilen met de kraan open. De schrille sociale wantoestanden bleven bestaan. En daarom zijn er door de sociale wetgeving van deze eeuw veel meer zoden aan de dijk gezet dan door de liefdadigheid van de vorige eeuw.
Ik denk dat wij 't er allemaal wel over eens zijn dat dit een mooi voorbeeldis om ons te leren hoe goed 't is dat de kerk in haar prediking op de structuren let en niet zo maar zwijgt wanneer er door verkeerde structuren structureel onrecht begaan wordt.
Toch ligt hier een moeilijkheid. Want als je 't N.T. leest, de brieven van Paulus b.v., dan merk je dat er sterk aangedrongen wordt op persoonlijke gehoorzaamheid aan Gods geboden, terwijl bepaalde structuren die wij als verschrikkelijk onrechtvaardig ervaren, onverlet gelaten worden. Bjjvoorbeeld de structuur van de slavernij. Paulus' vermaanis dat een christelijke slaaf een góede slaaf en de christelijke meester een goede meester moet zijn. (Col. 3 : 22-43) Maar hij ijvert niet voor afschaffing van de structuur van de slavernij.
Maar, zeggen wij nu, dat komt omdat de kerk een kleine minderheid en de samenleving van toen was. Vandaar dat dat toen niet ging. Maar intussen, zo voegen wij er aan toe, heeft Paulus toch wel degelijk er aan meegeholpen dat de slavernij zichzelf overleefd heeft. Hij zei namelijk, dat In Chnstus er geen slaaf of vrije meer is (Gal. 3 : 28). En dat woord was toch, zeker op de duur, dodelijk voor dat instituut van de slavernij. Des te blijer evenwel zijn we, als we in de Schrift zelf toch ook lezen van een bekommernis om goede structuren. Daarvoor moeten we meer in het Oude dan in het Nieuwe Testament zijn. Wij komen bij Mozes terecht. de grote structuurbouwer.
Van hem - ik weet wel: hij gaf door; de wet is van de Here - maar via hem, Mozes, horen we over die prachtige structuur van het jubeljaar, of zoals Deutr. daar vorm aan geeft, van het sabbatsjaar. Wat 'n juweel van een instelling, dat jubeljaar, waarbij om de vijftig jaar de sociale verhoudingen werden recht getrokken en vooral het grootgrondbezit in Israël werd tegengegaan! Een prachtige gedachte: "En het land zal niet verkocht worden, want het land is van Mij en gij zijt vreemdelingen en bijwoners bij Mij, zegt de Here." (Lev. 25: 23).
Dit is voluit evangelisch en het is geen wonder dat een latere profeet naar dit beeld van het jubeljaar gegrepen heeft om 't welaangename jaar des Heren aan te kondigen (Jes. 61 : 2).
In Deutr. 15 vinden we die bepaling over 't jubeljaar niet. Wel die over het sabbatsjaar. Die bepa1ing behelst hetzelfde sociale evangelie, maar dan op kleinere schaal: een kwijtschelding van schulden in elk zevende jaar. Het sabbatsjaar of het jaar van de kwijtschelding, zoals Deutr. het noemt, is niet zozeer gericht geweest tegen het grootgrondbezit, maar tegen te bezitsdrang in meer algemene zin, tegen de overdreven bescherming van de private eigendom. De wet van Mozes kent de private eigendom, maar kent ook de gevaren die eraan verbonden zijn. Dat namelijk bij 't toenemen van het bezit, van het vermogen, de barmhartigheid achteruit gaat. (Andere teksten over het sabbatsjaar: Ex. 21 : 2-6; Ex. 23 : 10 v.; Lev. 25: 1-7.) Daarom de structuur van de kwijtschelding van schulden om de zeven jaar. Om de vermogende Israëliet af te leren dat hij al te tuk is op 't invorderen van uitstaande schulden. "Iedere schuldeiser zal hetgeen hij aan zijn naaste leende, kwijtschelden. Hij zal zijn naaste en zijn broeder niet tot betaling dwingen ... Een buitenlander moogt gij tot betaling dwingen, maar hetgeen gij van uw broeder tegoed hebt zult gij kwijtschelden. "
Het afdwingen, het afpersen van schulden, de inhaligheid moet Israël worden afgeleerd.
Maar wat lezen we nu? Geldt dat alleen t.a.v. de medebroeder Israëliet?
En niet t.a.v. de buitenlander? Teleurgesteld wenden wij ons af. Maar ho, wacht eens even. Hier zit wijsheid achter. "Niet alles ineens", dat is hier de wijsheid. Ga nu eerst maar eens op elkaar oefenen, zegt God en dan kunnen we 't later tot allen uitbreiden. "Door godsvrucht de broederliefde en door broederliefde de liefde (jegens allen)"zegt de tweede brief van Petrus (1 : 7). Dat is eigenlijk nog de volgorde.
De gemeente is het oefenterrein van de naastenliefde. Het jodendom later verstond dit niet meer. Dat baseerde zich op dit S00ft bepalingen om te zeggen: "gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten" (Matth. 5: 43). Dat was nou eoht een onhistorisch lezen van de bijbel. Men liet zich niet meenemen door de geest van de wet: eerst onder ons en dan later uitbreiden tot allen. Nee, men las het voorschrift zo smalletjes mogelijk en zei: dit geldt alleen voor de volksgenoten en met de anderen hebben we niets te maken. Zo misbruikte het latere Israël deze mooie structuur van het sabbatsjaar om er een beperking uit af te lezen, een bekommernis alléén voor een volksgenoot.
Eigenlijk wil ik op dit laatste nu doorgaan. Dat namelijk een prachtige structuur verschrikkelijk misbruikt kan worden. Anders dan in het jodendom, maar toch misbruikt. En dat dat afhangt van je persoonlijke instelling. Ik wijs daarvoor op wat we in de bepaling omtrent 't sabbatsjaar lezen in vs 9 en 10 van Deutr. 15: "Neem u ervoor in acht, dat in uw hart niet de lage gedachte opkomt: het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding nadert - waardoor gij onbarmhartig wordt jegens uw arme broeder en gij hem niet geeft, zodat hij tegen u tot de Here roept, en gij u bezondigt. Gij zult hem met mildheid geven en uw hart zal niet verdrietig zijn wanneer gij hem geeft, want terwille daarvan zal de Here uw God u zegenen in al uw werk en in alles wat gij onderneemt."
Mozes voorziet hier de volgende situatie: het loopt tegen 't eind van het zesde jaar, straks breekt 't sabbatsjaar aan en een medebroeder komt in nood te verkeren. Hij vraagt om hulp: kunt u me niet tijdelijk helpen, kan ik van u lenen? Maar de vermogende Israëliet denkt: ja, mooi is tie, als ik jou nu iets leen, ben ik 't over een paar maanden kwijt. Dat wordt gewoon weggegeven. Nee, ik denkt er niet aan. Ik wil best lenen, maar dan zo dat de ander tijd heeft om terug te betalen.
(Waartoe zijn eergevoel hem zal aansporen.) Dus, door die prachtige structuur van het sabbatsjaar laat die vermogende broeder er zich van weerhouden om barmhartig te zijn. Deze prachtige, evangelische structuur van het sabbatsjaar werkt de onbarmhartigheid in de hand. En je hóórt de mensen van vandaag al zeggen: die structuur moet veranderd worden, het is een verdrukkende structuur! Maar dat is niet waar. Die structuur is juist en dan gebeuren er, hoe mooi die structuur ook is, verschrikkelijke dingen.
Dit is de ontdekking die ik aan u door wil geven. Wat de Schrift zegt over jubeljaar en sabbatsjaar, we zijn er vandaag zo blij mee. Ik hoor 't mezelf nog zeggen, jaren geleden in een preek over deze materie: gemeente, hier hebt u nu een prachtig voorbeeld dat de Schrift om structuren geeft en zich niet tevreden stelt met persoonlijke bekering en heiliging! Dat zei ik en Iet wel, ik zeg dat nog! Maar ik voeg er nu aan toe, en wel met behulp van dat eigenste schriftgedeelte (dat is 't frappante!): Een goede structuur is geen garantie dat er ook goed gehandeld wordt. Onbekeerde mensen, met lage gedachten in het hart, kunnen met goede structuren slecht handelen.
Dat zag Mozes al!
Zou 't ook niet kunnen zijn, dat wij vaak mopperen op structuren, terwijl 't eigenlijk gaat om structuren die best goed zijn, maar gehanteerd worden door mensen die niet wedergeboren zijn?
Laat ik een voorbeeld geven. U weet dat 't tegenwoordig nogal eens voorkomt dat mensen die ons over de grote politiek voorlichten, veelbetekenend zeggen: 'tja, 't is het jaar van de presidentsverkiezingen in de V.S. en dus zal Carter wel zus of zo. Hij zal daar z'n houding door laten bepalen.
Als je daar over nadenkt, gaat 't je toch wel een beetje groen worden voor de ogen. Wat? Mag dat een rol spelen? Mag de wereldpolitiek zo bepaald worden door 'n persoonlijk belang als dat van herverkiezing? Structuurverandering! hoor ik al schreeuwen. Begrijpelijk.
Toch is 't al 'n goede en veranderde(!) structuur dat 'n president periodiek aftreedt! Ik ben geen republikein en geef de voorkeur aan een monarchie zoals wij die hebben. Dat geeft meer continuïteit in 't regeren. Al moet de monarchie daarvoor wel erg veel inleveren. Regeert die eigenlijk nog wel, kun je vragen.
Maar goed, gegeven een republiek, is 't een goede structuur, echt een evangelisch goede structuur, dat 'n president periodiek aftreedt. Maar in die goede structuur is toch de waarschuwing op z'n plaats: neem u ervoor in acht dat niet de lage gedachte opkomt: het verkiezingsjaar nadert waardoor gij, president, aan uw eigen verkiezingsbelang gaat denken.
Een goede structuur moet ook goed gevuld worden en daar is persoonlijke bekering voor nodig. Wie dat niet wil zien, die zal steeds meer op de structuren gaan schelden.
Terwijl die.in zeer veel gevallen heus niet zo slecht zijn.
Ik denk ook aan de sociale voorzieningen, ziekenfonds, werkeloosheidsuitkering.
Als we zien dat daar misbruik van gemaakt wordt, dan moeten we niet zeggen: die structuren moeten weg. Dank God voor die structuren en maak dat je er goed mee omgaat. Heilig je daarvoor persoonlij!k. Zo stelt de Heilige Schrift de kwestie van de structuren. Dat geef ik aan u door.
Onlangs sprak ik met iemand die op 't punt stond onze gemeente te verlaten en naar de Keizersgrachtkerk te gaan. Het argument was: "daar hoor ik tenminste structuurkritiek. Bij ons is 't alleen maar E.O.-achtige persoonlijke bekeringsprediking. lik heb hier belijdenis gedaan, maar ik zou 't daar eigenlijk willen overdoen." Dat is nogal fors gesteld. En 't is waar, 't verschil is ook niet gering. Ik heb geantwoord, dat bij ons toch meer te horen is over structuren dan dáár over persoonlijke bekering, zodat overgang in ieder geval achteruitgang zou zijn wat de prediking betreft.
Maar dit zeg ik wel: aandringen op persoonlijke bekering is belangrijker dan structuurprediking. Al zwijgen we over die structuren niet, persoonlijke bekering is nodiger. Dat is de les uit de Schrift zèlf. Mozes geeft structuren, goede structuren, maar zegt tegelijk: pas op, gedraag je daarin goed. En vanaf Mozes wordt dan duidelijk hoe nodig deze waarschuwing is. Want je ziet Israël zondigen, verschrikkelijk zondigen, in erg goede structuren die 't gekregen heeft. En de profeten zeggen: wat er moet gebeuren is dit: niet in de eerste plaats de structuren moeten veranderen, nee, in de eerste plaats: er moet een nieuw hart komen.
En daar gaat 't N.T. op door en zegt: wedergeboorte, persoonlijke wedergeboorte door Woord en Geest. En dus zijn de structuren. van de baan? Nee, maar persoonlijke bekering gaat voor, dat wel.
Daarom wil ik eindigen met een woord van Hendrik Pierson, een van die weldadigheidsmensen uit de vorige eeuw, die overigens veel structureel werk gedaan heeft in de Zetten se inrichtingen, maar ook met zijn ijver voor de kinderwetten in 't begin van deze eeuw. Hij zei: "Het evangelie begint met de mens te redden en eindigt met de toestanden te verbeteren; het socialisme begint juist andersom en bereikt daardoor niets." Toegegeven, dat is kras gezegd: "bereikt daardoor niets." Te kras. Het was niet niets wat 't socialisme bereikte. Toch zou je 't socialisme eens met een geschiedenis van 20 eeuwen achter zich moeten kunnen bekijken. Om dan te zien welke verwoestingen het heeft aangericht. Dat begint nu al duidelijk te worden. Maar let er op, dat die Pierson tegenover dit socialisme niet de kerk zette. Die kerk heeft immers ook niet veel bereikt. Hij roemt het evangelie. En dat is inderdaad niet ledig gebleven, maar heeft z'n diepe sporen getrokken in 't gelaat van Europa met zijn veelheid van goede structuren.